7 misvattingen over (samen) huiswerk maken

Tijdens bepaalde gesprekken vraag ik me af wie nu de meeste tijd investeert en de meeste druk ervaart rond huiswerk: het kind dat voor me zit, of zijn oververmoeide ouder? Opvallend veel ouders nemen huiswerk bijzonder ernstig en investeren er elke dag veel tijd in. Ze checken meermaals de (digitale) agenda van hun kind, leggen het huiswerk klaar, kijken toe hoe elke oefening wordt ingevuld, sturen bij waar ze foutjes zien of ruimte voor verbetering, en lezen het aan het eind nog eens na – dit alles met een strenge blik op de klok, want het heeft vandaag weer lang geduurd allemaal… Het lijkt wel alsof we uit het oog verloren zijn wat huiswerk echt zou moeten zijn: een manier voor de leerkracht om te checken of je kind de leerstof voldoende onder de knie heeft en dus ook zelfstandig kan toepassen. In dit artikel vind je zeven misvattingen over (samen) huiswerk maken.

  1. Ik leg het huiswerk en de balpen klaar en roep dan mijn kind.
    Gemiste kans! Huiswerk maken begint bij het nemen van de boekentas, het openleggen van de agenda en het verzamelen van de nodige boeken of blaadjes. Dat is deel van de opdracht, dus is het belangrijk dat je kind ook dat zelf doet. Op die manier ontwikkelt het een goede werkhouding: beginnen bij het begin. Sterker nog: als huiswerk moeilijk loopt en ondersteuning nodig is, dan is alles klaarleggen iets wat je kind wél zelfstandig kan.
  2. Ik maak de planning van het huiswerk, want mijn kind kan dat niet.
    Jong geleerd is oud gedaan! Plannen en organiseren zijn bijzonder belangrijke vaardigheden. We kunnen het onze kinderen dus het best al van jongs af aan leren. Natuurlijk kan dat stap voor stap: in het begin maak jij het grotere kader en laat je je kind mee nadenken wat daarin past. Leer hun vanaf het begin rekening te houden met hobby’s, uitstapjes en andere vrijetijdsbestedingen.
  3. Als ik naast mijn kind zit, tijdens het huiswerk maken, krijgt het meer zelfvertrouwen.
    Ouders denken vaak dat kinderen meer vertrouwen krijgen wanneer ze naast hen zitten. Klopt, maar het gaat dan niet om vertrouwen in zichzelf. Het enige ‘vertrouwen’ dat ze krijgen, is dat het alleen lukt als jij naast hen zit. Klinkt eerder als afhankelijkheid, toch? Uiteraard mag je ondersteunen en – indien nodig – extra uitleg geven, maar alleen wanneer je kind dat vraagt én zodat het zelfstandig de oplossingen kan vinden.
  4. Voor ik het huiswerk weer opberg, kijk ik het na.
    Veel ouders worden leerkrachten als hun kinderen huiswerk maken. Je voornaamste taak bestaat erin om even te checken of het huiswerk gemaakt is. Betrokkenheid, heet dat. Nakijken en foutjes zoeken is het werk van de leerkracht. Hooguit kun je het huiswerk wat grondiger bekijken wanneer je wilt nagaan of je kind de leerstof goed begrepen heeft, maar dan doe je dat uit interesse.
  5. Voor ik het huiswerk opberg, laat ik mijn kind de foutjes verbeteren.
    Als jij de foutjes eruit haalt en die door je kind laat verbeteren, ontneem je niet alleen de leerkrachten hun werk, je ontneemt hun ook de mogelijkheid om je kind juist te evalueren: ze kunnen niet meer checken of je kind helemaal bij is met dit stukje leerstof en het zelfstandig kan toepassen.Zo ontneem je je kind onrechtstreeks groeikansen in zijn leerproces.
  6. Mijn kind moet doorwerken tot zijn huiswerk helemaal af is.
    In het beste geval kan je kind ook na school nog genoeg concentratie opbrengen om in een behoorlijk tempo zijn huiswerk af te maken. Huiswerk hoeft immers niet lang te duren. Check even bij de school wat hun visie is en welke timing zij in gedachten hebben wanneer ze huiswerk meegeven. Als je kind meerdere dagen per week ver over die tijd heen gaat, is het belangrijk om even samen te evalueren: is het huiswerk te moeilijk? Is zijn concentratie helemaal op en is een beperktere opdracht wenselijk voor jouw kind? Spelen er nog andere factoren mee? Laat dit niet aanslepen tot het een dagelijkse huiswerkoorlog wordt. Tijd voor een gesprek met de leerkracht!
  7. Mjn kind moet zijn huiswerk rustig op zijn kamer maken.
    Sommige kinderen maken hun huiswerk graag op hun kamer. Anderen verkiezen huisgenoten in de buurt en worden minder afgeleid in de woonkamer dan door de rommel die op hun kamer ligt. Nog anderen raken dan weer overprikkeld door alles om hen heen: elke beweging van hun kleine broer, het geluid op de iPad van de zus en het gekletter van de pannen in de keuken. Bekijk samen met je kind welke omstandigheden het best werken. Zoek samen de geschikte plek en misschien ook wel het geschikte moment. Dat kan voor elk van je kinderen verschillend zijn en dan is dat zo.
Wat elk kind nodig heeft

Meer lezen?

Ouderschap gaat vaak gepaard met heel wat stress. De vele – vaak tegenstrijdige – opvoedadviezen waarmee je als ouder om de oren wordt geslagen, brengen je mogelijk nog meer aan het twijfelen. Klaar Hammenecker gaat in dit boek terug naar wat de essentie van opvoeden is: kinderen geven wat ze nodig hebben om uit te groeien tot zelfredzame, veerkrachtige en liefdevolle jongvolwassenen. Op basis van haar jarenlange ervaring als kinderpsychologe reikt ze 5 opvoedbasics aan die in elk levensfase van je kind een welkome basis zijn om op terug te vallen. Zo kun jij – op maat van jouw gezin en je eigen opvoedstijl – jezelf én je kind in zijn kracht zetten, zodat je kind kan uitgroeien tot de beste versie van zichzelf. Want de beste ouders? Die maken zichzelf op termijn overbodig!