Als de bevalling van je tweeling niet loopt zoals verwacht of gehoopt

  • door Gastmama

Er zijn van die momenten waarop je leven verandert. De bevalling bijvoorbeeld. Een moment waarop je leven stilstaat. Gaat het goed, dan wordt het één van de mooiste momenten van je leven. En meestal gaat het goed. Maar soms slaat het dik tegen…

Ik beken: Ik ben stikjaloers op de mama’s die ‘gewoon’ zijn bevallen. Die met één baby per bevalling hebben kunnen genieten. Die hun kleintje op zich hebben kunnen leggen en kunnen verdwijnen op die roze of blauwe wolk. Ik ken die wolk, heb ze ooit één keer mogen meemaken en ze is fantastisch. Elke mama en elk kind verdienen zo’n wolk.

Reality check

Wat er precies is gebeurd tijdens de bevalling is me nog steeds een raadsel. Flarden komen af en toe terug en één ding weet ik zeker: het gaat niet zoals de tweelingverhalen die je ziet op tv. Waar mama’s na even persen twee gezonde baby’s ter wereld brengen. Reality check: bevallen is hard werk, zeker als je bevalt van twee baby’tjes.

In de bevallingskamer heerste er paniek, dus sloot ik mezelf op in mijn veilige cocon. Alles ging enorm snel. Té snel. Na de eerste bevalling deed ik mijn ogen even open, zoekend naar het baby’tje dat juist zijn veilige nest had verlaten. Het baby’tje dat niet huilde en direct werd verzwolgen door een team aan artsen. Hij huilde. Toen niet meer.

Op dat moment brak de tweede weeënstorm los. Een storm waar bevallen zonder epidurale niets bij is. Het gevoel letterlijk te worden overreden door een vrachtwagen, want hoe snel de eerste er ook kwam, de tweede had er absoluut geen zin in. Het bed waarop ik lag werd verreden, ik voelde de koude wind van de gang onder mijn veel te losse ziekenhuisdekentje gaan -niet dat het me iets kon schelen. De anesthesist kwam binnen. En toen niets meer.

Hoofd in de wolken, voeten op de grond

Geen epidurale. Wel een natuurlijke bevalling. En knip. En spoedkeizersnede. Geen pijnpomp. Wel bloedarmoede. Twee kindjes op neonatale terwijl je zelf amper uit bed kunt. Met je hoofd in de wolken maar met je voeten keihard op aarde. Je zorgen makend over elk klein virusje of elke verkoudheid die jullie droom dagen, misschien wel weken kan uitstellen. Leven van uur tot uur, tot het moment dat je opnieuw je pasgeboren kind kan en mag oppakken. Dagen waarop je wel kunt huilen als je kind voor het weegmoment net een plasje doet. Tot het moment dat je naar huis mag, met een kind dat het jouwe is maar dat je nog niet helemaal kent.

Dankbaar

Nu, zoveel maanden later, ben ik vooral dankbaar. Dankbaar voor het feit dat we op tijd in het ziekenhuis zijn geraakt. Dankbaar voor onze gynaecoloog die, ondanks dat haar shift op zaterdagochtend net was afgelopen, gebleven is en er ons goed en wel heeft doorgetrokken. Dankbaar dat de anesthesist er uiteindelijk heel snel was. Dankbaar dat onze kindjes gezond zijn. Dankbaar voor de vroedvrouwen die, wanneer ik het zelf niet kon, zorgden voor onze baby's. Of voor de zoveelste keer mij inclusief bed een verdieping hoger sleepten. Dankbaar voor de bloedtransfusie die ik net voor vertrek toch nog kreeg, zodat ik snel kon aansterken. Dankbaar dat er behalve een blaasontsteking geen complicaties optraden. Dankbaar voor onze schitterende kraamhulp die we kregen toegewezen en dankbaar voor onze vroedvrouw die ons aan huis heeft opgevolgd. Maar vooral dankbaar dat ik er nog steeds ben voor mijn kleintjes. Dat wij elke dag kunnen genieten van hen, ook al voelt een tweeling grootbrengen soms wat als een marathon zwemmen tegen de stroom in.

Tastbare herinnering

De keizersnede, het zichtbare en onzichtbare litteken, voel ik nog dagelijks. Een tastbaar lijntje dat me te pas en te onpas herinnert aan dat ene moment waarop onze wereld even stilstond en langzaam weer ging draaien. Het is intussen maanden geleden en de littekens vervagen. Maar echt verdwijnen, dat nooit.

 

Lisa