Als je bevalling een trauma veroorzaakt

Een mooie zomerdag in juni, een geplande keizersnede. we keken er al enkele weken naar uit om ons tweede dochtertje te mogen ontmoeten. Geen stress deze keer, we wisten wat er zou komen. Om 7u mochten we ons aanmelden in het ziekenhuis en om 10u zou de  keizersnede plaatsvinden. Rond 10u15 zouden we onze kleine meid in onze armen sluiten. Wat een topdag moest worden, het begin van ons leven als gezin van vier, werd het begin van een lange, moeilijke periode.

De bevalling

De dag begon nochtans veelbelovend. Ik had goed geslapen, de zon scheen en de rode duivels zouden 1 van hun laatste oefenduels spelen die avond. De idee om ons meisje te verwelkomen in die mooie zomermaand, het WK, vrienden over de vloer, we zagen het helemaal zitten.

Eens aangekomen moest het opeens allemaal snel gaan: de dame voor mij was tijdens het weekend al bevallen en dus werd ik een uur vroeger in het OK verwacht. De student had problemen met de monitor, en ik wilde de doopsuikers nog klaarzetten maar daar was geen tijd meer voor. “We hebben een halfuur monitor nodig mevrouw, dus hup kleren uit, operatieschort aan en zo stil mogelijk blijven liggen.” 

Na een dik half uur kwam iemand van patiëntenvervoer ons halen. De dame in kwestie was net terug uit een lang ziekteverlof (“de rug mevrouw, kapot van die bedden te duwen”) en had nieuw speelgoed gekregen (“een elektrisch karretje om het bed mee te duwen, die rug he mevrouw”). Mijn man moest flink doorstappen om te volgen. De dame in kwestie taterde luid tegen elke collega die ze tegen kwam en reed tegen ongeveer elke hoek van het ziekenhuis. “Als zij me straks maar niet terug naar de kamer moet brengen met die verse wonde” was het enige waar ik toen aan kon denken.

Aangekomen bij het OK werd ik zonder boe of ba binnengereden, ik kon niets meer zeggen tegen mijn man. Ik hoorde ze nog roepen dat ze hem binnen een kwartiertje zouden komen halen, eens de spinale verdoving op zijn plaats zat. Mijn naam en geboortedatum werden gecheckt, ik moest van mijn bed op een rijdende brancard klimmen. De anesthesist stond op zijn horloge te kijken en stelde zich snel voor.

Anesthesist 1 wordt opgevolgd door nummers 2, 3 én 4

Ze rijden me al zittend op de brancard het OK binnen. Ik herken mijn gynaecologe. Ze weet dat ik zenuwachtig ben voor de spinale verdoving, dat ik mijn man er graag had bijgehad, maar om een of andere duistere reden is dat niet toegelaten. Ik heb een zware  verkoudheid en hoor bijna niets. De vroedvrouw komt voor mij staan en herhaalt alles wat de anesthesist me opdraagt. “Maak een bolle rug!” Dit kan ik, ik heb hier maanden op geoefend met de kinesiste en later alleen. “Niet bewegen!” Dat is moeilijk gezien de verkoudheid en de continue prikkel in mijn keel, maar ik sluit mijn ogen en concentreer me op mijn ademhaling.

Anesthesist 1 wordt opgevolgd door nummers 2, 3 en 4. De bak met verschillende naalden staat na een half uur gewoon naast mij op die verdomde brancard. Mijn benen trillen van ze zolang stil te houden (38 weken zwanger, remember), ik heb nog geen enkele keer gehoest. Ze hebben al zoveel verdoving in mijn rug gespoten dat ze nu zonder verdoving verder moeten.

Ik zie de dokters, verpleegsters, assistenten verveeld op hun smartphone kijken. Mijn gynaecologe heeft zich met haar collega in een sluis op de grond gezet. Dit duurt nu wel heel erg lang… Het doet gewoon ook erg veel pijn. Angst maakt zich stilaan meester over mij. Wat als ze iets raken in mijn rug, zo’n pijn mag dit toch niet doen. Wat had ik nu weer gelezen over die spinale verdoving? Zit die anesthesist eigenlijk wel juist, dat moet toch lager gestoken worden? 

Na een uur proberen komt anesthesist 4 binnen, de enige die mij ziet voor wat ik op dat moment ben: een bange zwangere vrouw met veel pijn. Hij stelt voor om vijf minuten pauze te nemen en dan zal hij nog één keer proberen. Ik kan hoesten, voel de blikken van iedereen. Na 1u en 15min valt het verdict “mevrouw, we hebben alles geprobeerd, maar het lukt niet, het zal een algemene narcose worden”. De magische woorden worden uitgesproken en het is alsof die woorden de GO geven aan iedereen tegelijk.

Het moet vooruit gaan

Neen, mevrouw er is geen tijd om uw man te spreken, het moet vooruit gaan. Mijn hoofd ontploft, ik eis dat mijn man geroepen wordt. De angst is nu op zijn toppunt. Wat als ik niet wakker word en mijn man en dochters nooit meer zal zien, wat als onze dochter iets overhoudt aan de verdoving? Mijn man komt binnen, ik breek, ik wil zoveel zeggen maar kan alleen huilen.

De anesthesisten troepen samen rond mijn man, ik hoor niet wat ze zeggen. Ik wil ons meisje niet alleen geboren laten worden en wil dat mijn man bij de keizersnede aanwezig is. Gezien de volledige narcose is dit niet gebruikelijk. De anesthesist moet hiervoor goedkeuring geven. Hij twijfelt. Ik blijf aandringen. Mijn gynaecologe snelt te hulp, dat mijn man het bij de vorige keizersnede ook goed gedaan heeft. We krijgen toestemming, maar nu moet hij meteen naar buiten want ze moeten me dringend “preppen” en dat intuberen is een intimiderend zicht, dat mag hij niet zien.

Twee mensen duwen me neer, ze kleven vanalles op mijn borst en schuiven iets rond mijn vinger. De blaassonde wordt met een ruk gestoken. Even diep ademhalen mevrouw… baf. De anesthesist staat naast mij met de narcosevloeistof, die 1 van de belangrijkste momenten in mijn leven zal wissen. Tel maar van 10 tot 1. Daar ga ik …

Het trauma

Een uur later word ik suf wakker, helse pijn. Dat is het eerste wat ik roep, niet “waar is mijn dochter” of “is ze ok?” maar “pijn!”. Dat zal ik mezelf nooit vergeven, dat ik niet eerst naar mijn meisje vroeg. Ik kan me tot vandaag nog steeds het moment niet herinneren dat ik haar voor het eerst zag. Ik herinner me wel het gevoel dat ze niet mijn baby was. Ze was te klein en te mager en leek in niets op haar zus. Ik was overtuigd dat ze haar verwisseld hadden. Was het niet dat mijn man erbij was en foto’s had (thank god!), ik zou mogelijks nog steeds twijfelen.

Die dag is heel flou. Ik herinner me weinig. Ouders, schoonouders, meter en peter komen langs, onze oudste dochter komt haar zus bewonderen… ik heb ondertussen een verhaal geconstrueerd via de foto’s maar echt herinneren … neen, dat lukt niet.

Op automatische piloot

Ik herstel bijzonder vlot van de keizersnede, alsof ik geen operatie gehad heb, maar ik voel het… Het is niet zoals bij ons eerste meisje… Ik heb de hele tijd het gevoel nog zwanger te zijn. Alsof dat frêle meisje in het wiegje naast mij, niet mijn echte dochter is. Alsof ze een baby is van een kennis, een baby waar je voor zorgt omdat je dat nu eenmaal doet.  Fysiek voel ik me prima, we gaan zelfs een dag eerder naar huis. 

Maandag komt de vroedvrouw, ze ziet dat het niet gaat. Vraagt door. Ik breek, voor de tweede keer in een week tijd. De tranen blijven komen, ik krijg niets gezegd, mijn man moet het voor mij doen. Ze verwijst me door naar een therapeute. Ondertussen slaapt ons meisje lang niet zo goed als haar zus. Elke voeding is een gevecht en duurt meer dan een uur. Boeren gaat zo mogelijk nog moeilijker. We krijgen geen rust… Ik word boos. Op mezelf, op haar. Dit was de afspraak niet.

Ik sta op automatische piloot. Ik voed, verschoon, en loop toertjes rond de tafel met een huilende baby. De hele dag. ‘s avonds duw ik ze in de armen van mijn man. Ondertussen ben ik veranderd in een klein monster. Alles moet hoe ik het in mijn hoofd heb. De zetel moet op die tegel staan, geen cm naar links of rechts. Mijn man doet alles verkeerd als het op de baby aankomt. Met veel gezucht en rollende ogen neem ik het telkens van hem over wanneer hij het volgens mij weer fout doet.

Controle, dat is wat wil. O wee als ik die niet heb, dan is de wereld te klein. Ik schiet uit bij het minste. Naar mijn omgeving toe probeer ik de schijn op te houden, dat kost me zoveel energie dat mijn man het opnieuw moet bekopen. Ik voel me onbegrepen, eenzaam, en ben boos op mezelf dat ik mezelf niet op de rails krijg.

Bevallingstrauma

De eerste afspraak bij de therapeute, het is een bevallingstrauma. Daar moet ik even aan wennen. Een trauma ? Ik heb toch een gezonde baby, ik ben zelf ok, ben zelfs super goed hersteld. Het voelt alsof ik geen recht heb op een trauma. Ik vertel het aan mijn man met een zeker arrogantie, alsof ik mijn gedrag probeer goed te praten.

Want schuldig voel ik me continu, naar hem toe, naar onze dochtertjes, … Ik krijg mezelf maar niet te pakken. De therapeute stelt voor om EMDR te volgen. Na een zonovergoten zomer die voor mij voornamelijk grijs en grauw kleurde start ik in september met de EMDR therapie. Ik heb het ondertussen verteld aan enkele vriendinnen en mijn broer en zus. Ik merk dat praten helpt, en ook de EMDR doet wonderen voor mij. Het haalt de scherpe randjes eraf en leert me aanvaarden dat het ok is om triest te zijn omdat het zo gelopen is.

De band met ons meisje komt er beetje bij beetje. De controledrang ebt beetje bij beetje weg. De relatie met mijn man blijft bij momenten een uitdaging, hij wil die donkere periode zo snel mogelijk achter zich laten en wil naar de toekomst kijken. Ik kan het niet. Ik wil zo graag, maar het is te vroeg, de druk is te groot. De toekomst is nog te onzeker, niet genoeg controle. Ik schiet opnieuw in de controledwang.

De EMDR nam de scherpe randjes weg, maar ik heb nog steeds tijd nodig. Stuk per stuk puzzel ik mezelf weer bij elkaar. Helemaal dezelfde persoon zal ik nooit meer zijn, daar heb ik ondertussen vrede mee. Ons dochtertje is nu bijna 9 maanden, en ik zou ze voor geen geld ter wereld meer willen missen.

Twijfels

Ik geniet met volle teugen van mijn gezin, al blijft de twijfel. Zal ze geen hechtingsproblemen hebben omdat ik er de eerste maanden niet de volle 100% ben geweest? Zal mijn man mij ooit los kunnen zien van het zielig hoopje dat ik was tijdens die maanden? Ik ben overtuigd dat ik bij alles dat er ooit mis zal gaan in haar leventje, zal denken dat het met die eerste maanden te maken heeft. Ook dat probeer ik nu te aanvaarden. 

95% van de tijd voel ik me weer gelukkig, maar af en toe neemt de emotie nog een keer over. Dan rollen de tranen over mijn wangen zonder dat ik ze tegen kan houden. Dan heb ik even tijd nodig voor mezelf, en dat is ok.