Als je bevalling traumatisch verloopt: omring jezelf met mensen die je begrijpen

  • door Gastmama

Deze gastmama stuurde ons haar bevallingsverhaal door. Ze vertelt over hoe een mooi moment een traumatische ervaring werd, de lange weg die ze sindsdien heeft afgelegd, en hoe moeilijk ze het soms nog heeft. Maar ze heeft nu gelukkig een prachtige zoon...

Zondag 17 april 2016. 

Ik ben het zwanger zijn al even beu, maar ik ben nog maar ongeveer 38 weken zwanger dus ik hou me voor dat het ook nog wel even kan duren. Ik was enkele dagen eerder bij de gynaecoloog geweest en ze sprak over het feit dat het niet voor meteen was. Wat een teleurstelling. Die namiddag post ik een foto op Facebook. ‘Hoog en droog, die gaat voorlopig nergens heen’, zet ik erbij. Ik zit die namiddag ook op handen en knieën in de living en vraag mijn man om in één richting wat over mijn buik te duwen, want ik heb gelezen dat dit kan helpen om een sterrenkijkertje te helpen in de juiste richting te gaan liggen. Ons dochtertje was een sterrenkijkertje, en ik had extra veel pijn daardoor. Onze tweede kindje ligt ook niet in de optimale houding, dus als het even kan, wil ik hem graag nog laten draaien.

Rond 17u30 lig ik in de zetel, als ik plots mijn onderbroek wat nat voel worden. Benieuwd of mijn water misschien gebroken is, doe ik de blaas-test. Ik hoorde namelijk dat je op je hand moet blazen: als je dan nog vocht verliest dat je niet kan tegen houden, is het vruchtwater. Ik blaas, maar verlies geen vocht. Het zal dan toch ‘gewoon’ vocht zijn, wat dan ook. Maar een beetje later verlies ik toch opnieuw kleine beetjes vocht. Mijn man is een lasagne aan het maken en ik twijfel of ik wel moet eten. Tijdens mijn vorige bevalling ontmoette ik de hele bevalling lang de kebabschotel opnieuw, die ik eerder die avond nog at. Ik besluit een kleine portie te eten om toch iets in mijn maag te hebben en wacht benieuwd af of er nog iets gebeurt.

Wat later verlies ik nog meer vocht en ik vang het op in een potje, om het eventueel te kunnen laten testen in het ziekenhuis. Om de één of andere reden voel ik eens ‘down there’. Ik ben in de war. Ik voel ‘iets’ zitten. Ik heb geen idee wat het is, maar ik vind het maar vreemd. Zouden dat mijn vliezen zijn? Intussen verlies ik steeds grotere hoeveelheden vocht en ben ik er zeker van dat mijn water wel degelijk gebroken is. Als ik rondloop, loopt het tussen mijn benen naar beneden. Geen maandverband is hier tegenop gewassen. 

Richting ziekenhuis...

We besluiten mijn schoonmama te bellen zodat ze op ons dochter kan letten en wij naar het ziekenhuis kunnen. Ik heb wel nog geen weeën, maar ik wil toch wat gerustgesteld worden dat alles ok is. Ik merk ook dat ik de baby al een tijdje niet meer voelde en ben er een beetje ongerust over. Ik gooi ondertussen de laatste dingen in mijn koffer en ga op een handdoek in kinderzeteltje zitten om haar nog even te voeden voor ze gaat slapen. Intussen is het immers 19u gepasseerd. Mijn schoonmama komt aan. Lichtjes nerveus, net zoals ons. Nog steeds heb ik geen weeën, maar we vertrekken toch naar het ziekenhuis, met een dikke handdoek onder me in de auto.

Onderweg naar het ziekenhuis duw ik nog een paar keer op mijn buik in de hoop reactie uit te lokken, maar het blijft verdacht stil. Ik begin toch echt wel nerveus te worden en zeg de hele tijd dat ik blij zal zijn als ik aan de monitor lig en we de baby zijn hartslag kunnen volgen. Ik voel intussen nog steeds ‘iets’ in me steken onderaan, wat me toch een raar gevoel geeft.

In het ziekenhuis melden we ons aan en de dame aan de balie lacht een beetje om het feit dat we er nog redelijk relax bijlopen. Tja, ik heb nog geen weeën. De vorige keer verliep het wel wat anders! Rond 20u30 kom ik de verloskamer binnen. Ik leg uit dat ik denk dat mijn water gebroken is en dat ik nog geen weeën heb, maar dat ik ‘vanalles’ voel onderaan. Ze zegt dat ik even een urinestaal moet afleveren dus ik ga het toilet van de verloskamer binnen en trek mijn broek omlaag.

Ik zit in een ziekenhuisserie

Of ik nog geplast heb, weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik plots zie dat er zo’n 10 centimeter navelstreng uit me naar buiten bengelt. Ik loop in paniek de verloskamer terug in, al roepend ‘ik zie de navelstreng!’

Vanaf dat moment voelt het alsof ik meespeel in een film of ziekenhuisserie. Er gebeurt vanalles rond me en ik kan bijna niet geloven dat ík het ben die dit meemaakt. Ik word op het bed gelegd, mensen beginnen me uit te kleden. De assistent-gynaecoloog, die die avond van wacht is, zegt ‘mevrouw, dit gaat even heel raar voelen’ en brengt haar volledige hand in mij om het hoofdje van de baby weg te duwen, zodat het geen druk meer uitoefent op de navelstreng. Ze legt uit wat ze doet en waarom. Ik kan alleen maar huilen.

Ondertussen hebben ze gebeld naar het operatiekwartier dat we eraan komen en beginnen ze mijn bed naar het operatiekwartier te duwen. De hele tijd lig ik met mijn ogen toe te huilen. ‘We zijn hem kwijt’, huil ik in paniek.  De assistent-gynaecoloog vraagt hoe lang de navelstreng al naar buiten stak. ‘Veel te lang. Dat was thuis al. Al meer dan een uur’. Ik realiseer me dat het dát was wat ik voelde zitten en kan alleen maar besluiten dat het onmogelijk is dat de baby dit overleeft heeft. Hij is gestorven in mijn buik. Hij reageert niet meer als ik op mijn buik duw. Het onmogelijke is gebeurd: we zullen zonder baby naar huis moeten.

Navelstreng is koud

Ik hoor de assistent-gynaecoloog zeggen tegen de rest van het team dat de navelstreng koud is en dat ze geen pulsatie voelt. Mijn keel wordt dichtgeknepen. Hoe gaan we dit ooit te boven komen? Dit kan ONS toch niet overkomen?  Op een bepaald moment hoor ik de assistent-gynaecoloog nog zeggen dat ze toch een zwakke pulsatie voelt terugkomen in de navelstreng, maar voor mij is het op dat moment te laat. Dit kan nooit meer goed komen. Áls hij het al haalt, zal hij hersenschade hebben opgelopen, dat kan niet anders.

We zijn in de operatiekamer. Ik merk amper wat er met me gebeurt, ik wil er eigenlijk niet bij zijn. Wat voor zin heeft het allemaal nog? Ik wil niet weten dat we ons kindje kwijt zijn… ‘Mevrouw, we gaan een spoedkeizersnede doen onder volledige verdoving’, zegt iemand. Ik zal straks ontwaken zonder baby, hoe overleef ik zoiets? Iemand duwt een zuurstofmasker tegen mijn gezicht. Het voelt heel benauwend aan. Ik vraag om wat minder hard te duwen. Mijn armen worden intussen vastgebonden.

Rondom mij gebeurt van alles, maar ik er merk amper wat van. Ik sluit me af van de buitenwereld. Intussen weet ik niet waar mijn man is gebleven, het enige waar ik de hele tijd aan denken: ‘We zijn hem kwijt. Dit overleef ik niet!’

baby voetjes

Mijn zoontje...

Ik word wakker met immens veel pijn. Ik zie schimmen aan mijn bed verschijnen en weer verdwijnen. Ik hoor mezelf roepen: ‘Help! Help! Waar is mijn man? Waar is mijn baby?’. Het klinkt heel zielig en helemaal niet als mezelf. Ik ontwaak meerdere keren, maar verdwijn ook telkens terug. Telkens als ik besef dat ik ‘wakker’ ben, herhaal ik dezelfde vragen. ‘Waar is mijn baby? Leeft hij? Is het geen plantje? Is alles ok?’ Ik weet niet wie er allemaal aan mijn bed verschijnt en hoe vaak ik opnieuw wakker word en weer in slaap val, maar iedere keer vraag ik aan iedereen (of is het telkens één persoon?) hetzelfde.

Op een bepaald moment merk ik dat ik niet meer wegzak en besef ik dat ik me vaag herinner dat iemand gezegd heeft dat ‘Alles OK’ is. Ik roep opnieuw ‘Help! Waar is mijn baby? Is alles ok?’. Deze keer registreer ik bewust dat iemand (de assistent-gynaecoloog) bij me blijft en zegt ‘Alles is ok. Hij heeft het gehaald. Hij heeft er niets aan over gehouden. Je man is bij hem. Als je zo meteen helder genoeg bent, mag je naar hem toe’.

De baby is ok

Iemand anders, ik denk een verpleegster van recovery, kijkt in mijn dossier dat aan mijn bed hangt. Ook zij bevestigt dat alles ok is met mijn baby. Ik kan het niet geloven. Hoe kan dat? Heeft hij het echt gehaald? Zal het geen plantje zijn? Ondertussen blijf ik verschrikkelijk, afschuwelijk veel pijn hebben, maar ik zit al aan de maximale dosis pijnstillers. Straks pas mag ik opnieuw iets krijgen, maar voorlopig moet ik even doorbijten.

Ik lig te wachten in mijn bed terwijl ik voel dat de mist in mijn hoofd opklaart. Ik word steeds helderder. Er lopen twee mensen rond op de recovery, een man en een vrouw. Ik hoor ze tegen elkaar praten en ondertussen lig ik mezelf af te vragen wat er in godsnaam gebeurd is. Nog steeds lijkt het alsof ik naar een film kijk.

Hoe kan het nu dat ik hier lig, op recovery, en dat ze net mijn baby uit me gesneden hebben? Ik had voor we naar het ziekenhuis vertrokken nog een kopie van mijn geboorteplan op mijn gsm gezet. Om het bij de hand te hebben in de verloskamer. Ik wilde proberen bevallen zonder epidurale en was ervan overtuigd dat het erg snel zou gaan. Ik ging eisen dat ze hem meteen op me legden na de bevalling en dat ze hem niet zouden wassen tot we tijd met elkaar hadden doorgebracht. Onze dochter hadden ze immers meteen meegenomen naar de NIC, wat ik altijd vreselijk had gevonden. Ik wilde deze keer een mooie bevalling. En nu lig ik hier te ontwaken uit de narcose, zonder baby. Ik wil naar hem toe! Ze verzekeren me dat ze me dadelijk met bed en al naar hem toe zullen brengen. 

En dan is het eindelijk zover. Na een oneindig lange tocht door de ziekenhuisgangen, rijden ze mijn bed binnen in de NIC. Hij ligt niet (zoals ons eerste kindje) op de N*, maar op de ‘echte’ NIC, in een couveuse. Bij één couveuse blijven we staan. Hier ligt hij. Ik herken hem niet, ik vind dat hij helemaal niet lijkt op de 3D-beelden van de pretecho en ook helemaal niet op ons dochtertje als baby. Hij heeft een infuus in zijn hoofdje. Ze leggen me uit dat de doorbloeding in zijn handjes te slecht was geweest voor het infuus. Zijn handjes zien blauw van de pogingen om daar te prikken.

Alles gebeurt met mij en zonder mij

Ik mag hem voorlopig nog niet pakken. Omdat hij in de couveuse moet blijven liggen, of omdat ik nog te suf ben na de narcose? Geen idee, maar ik mag na een tijd wel mijn hand even in de couveuse steken en hem aanraken. Mijn man is bij me, maar ik weet niet meer of hij er al van in het begin zat of later toekwam. Alles gebeurt met mij, maar toch ook zonder mij erbij.

Ik weet ook niet meer hoe lang ik daar heb gelegen met mijn bed in de NIC. Na een tijd brengen ze me naar mijn kamer en zeggen ze me dat ik hem vanaf half twaalf zelf zal mogen voeden, als de narcose uit mijn lichaam is. Ze zullen me komen halen wanneer hij wakker is. Mijn man vertrekt ondertussen naar huis, om bij onze dochter te zijn. Ik lig opnieuw op een kamer zonder baby. Deze keer staat er gelukkig geen leeg babybedje. 

Hem vasthouden

Ik krijg eindelijk opnieuw pijnstillers toegediend, maar voel geen verschil. Ik kan amper bewegen van de pijn en lig te wachten tot ze me bellen om de baby te voeden. Om iets na twaalf blijkt dat hij intussen was wakker geweest, maar dat ze hem suikerwater gegeven hebben. Wat een teleurstelling. Ik wil zo graag naar hem toe, maar ze zeggen dat hij nu beter slaapt, want hij heeft ook heel wat te verwerken.

Rond 3u ’s nachts lig ik nog steeds te wachten, wakker. Alsof ik zou kunnen slapen… Een verpleegster komt antibiotica toedienen via mijn infuus. Ik blijf aandringen dat ik hem wil zien. Ik wil hem eindelijk vastnemen en ik wil hem voeden! Uiteindelijk brengt ze me toch naar de NIC. Eerst lig ik vanuit mijn bed te proberen een glimp van hem op te vangen.

Uiteindelijk maken ze hem dan toch wakker om 3u45 en mag ik hem EINDELIJK vastpakken. Ik neem hem bij me en probeer hem aan te leggen. Wat een natuurtalent: hij doet het meteen super goed! 

’s Ochtends neem ik nog foto’s van de baby en zie ik plots dan toch een ongelooflijke gelijkenis met onze dochter. Ze hadden voor mijn gevoel eender welke baby in de NIC kunnen aanwijzen en zeggen dat dit nu mijn baby was. Ik ben blij dat ik toch met mijn eigen ogen kan zien dat hij wel degelijk van ons zal zijn, al blijft dat gevoel dat ik het nooit zeker kan weten, omdat ik er niet bij was.

Het oef-gevoel

Ik huil veel in het ziekenhuis en kan niet geloven hoeveel geluk we hebben gehad. Iedereen spreekt ons aan over zijn engelbewaarder. Er komt een psychologe langs op de NIC. Ze vertelt ons dat we de ‘wat-als’- gedachten gewoon mogen laten komen, dat we ze niet weg mogen proberen drukken. Verder heb ik weinig aan wat ze vertelt. Ik ben al lang blij dat alles goed gaat met ons zoontje. Ook vervolgonderzoeken tonen geen hersenschade aan, ongelooflijk. De kinderarts die hem mag ontslaan van de NIC zegt ‘als hij later een slecht rapport heeft, is het zijn eigen schuld. Hij zal het nooit op zijn geboorte mogen steken’.

Die eerste dagen overheerst het ‘dat was spannend, maar 'OEF hij heeft het gehaald’-gevoel. Zowel de vroedvrouw uit de verloskamer als de assistent-gynaecoloog komen nog langs op onze kamer. Ook zij zijn onder de indruk van wat er gebeurde. De vroedvrouw zegt dat het nog maar de 3de keer is dat ze een navelstrenguitzakking meemaakt in heel haar carrière, en dit was de enige keer dat het kritisch was. De assistent-gynaecoloog zegt dat ze nog de daver op haar lichaam had toen ze me na de keizersnee moest hechten. Ik verneem dat er eigenlijk een dame op de operatietafel lag om haar appendix te laten verwijderen, maar dat ze haar er terug af gehaald hebben omdat wij eraan kwamen. Dat verklaart waarom het volledige team in de operatiekamer op zo’n korte tijd klaar kon staan. Ons zoontje is immers al geboren om 20u40, terwijl we pas om 20u30 in de verloskamer waren aangekomen.

Posttraumatische stressstoornis

Inmiddels zijn we 8 maanden verder. Het ‘oef’-gevoel bleef niet hangen. In de plaats kwam een donker ‘het had echt heel anders kunnen lopen’-gevoel. De wat-als-scenario’s blijven in me opkomen. De film van die avond blijft zich afspelen.

Ik voel de navelstreng nog aan mijn vingers en weet ook nog perfect hoe die eruitzag. Ik hoor de assistent-gynaecoloog zeggen dat de navelstreng koud is en dat ze geen pulsatie voelt. Ik word nog meermaals per dag teruggekatapulteerd naar het vreselijke gevoel dat me overviel toen ik ervan overtuigd was dat hij het niet zou halen. Of dat hij een plantje zou zijn.

Telkens als ik over de bevalling vertel, moet ik huilen. Andere dramatische bevallingsverhalen doen me huiveren. Of ik vind ze bijlange zo erg niet als het mijne, wat natuurlijk afbreuk doet aan het gevoel dat deze dames moeten gehad hebben. Ik voel me leeg en verloren. Vaak twijfel ik aan mezelf, vind ik mezelf geen goede moeder. Onze nieuwe baby huilt veel en slaapt moeilijk. Hij wordt nog steeds bijna elk uur wakker ’s nachts. Ik ben doodmoe. Op.

Iedereen blijft zeggen ‘Alles gaat nu toch goed met hem? Waarom blijf je zo hangen in dat gevoel?’ Een posttraumatische stressstoornis, concludeert de psychiater. De weg naar herstel is hobbelig en duurt lang. Eén ding wil ik meegeven aan andere mama’s die een traumatische bevalling meemaken: zoek professionele hulp. Accepteer geen (goedbedoelde) adviezen dat je het maar moet loslaten.

Zoiets kom je niet vanzelf te boven. Omring jezelf met mensen die je begrijpen. Die oprecht vragen hoe het met je gaat. Ze zijn goud waard…

mama met baby