Als je een prille zwangerschap verliest

Een zwangerschap roept meestal veel vreugde op en gaat gepaard met heel veel verwachtingen voor de toekomst. Je kindje is er eigenlijk nog niet, maar in je hoofd en in je hart is het er wel al. Als je dan te horen krijgt dat je je zwangerschap zult verliezen of hebt verloren, staat plotseling je hele wereld stil. Op de echo is geen kloppend hartje (meer) te zien en de uitslag van je arts slaat in als een bom. 

Geen kind is zo aanwezig, als het kind dat wordt gemist (Uit ‘Als je kinderwens onvervuld blijft – shanti Van Genechten en Lode Godderis, Uitgeverij Lannoo)

Hoewel zwangerschappen in de meeste gevallen goed verlopen, is het toch belangrijk dat je weet dat het soms ook fout kan gaan. Er is 10 tot 15% risico dat je zwangerschap in de eerste zestien weken afbreekt, na de vierde maand is er nog een halve procent risico op doodgeboorte.

Maar zelfs al weet je rationeel dat er met een zwangerschap iets fout kan gaan, dat maakt de pijn er niet minder op als het jou overkomt. Misschien heb je het gevoel dat je lichaam je in de steek laat. Behalve schuldgevoelens en schaamte komt er ook twijfel bij kijken: zal het een volgende keer wel lukken?

Ik kreeg twee miskramen en had daarna een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Hoewel de vruchtjes telkens nog geen acht weken oud waren, was er al bij de eerste keer iets wezenlijks veranderd. Er had leven in mij gezeten. Heel eventjes was mijn lichaam niet meer alleen van mij geweest. En er was de euforie, natuurlijk. Op onze roze wolk leefden mijn man en ik stiekem een geheim leven, waarin we fantaseerden en plannen maakten. De teleurstelling was dan ook enorm.

Daarnaast groeiden bij elk zwangerschapsverlies de angst en de twijfel: gaat het ooit wel lukken? Ik schaamde me dat mijn lichaam niet kon wat in de natuur eigenlijk een heel vanzelfsprekend proces is. Omdat je normaal tot twaalf weken wacht, waren er nauwelijks mensen op de hoogte van de zwangerschap. En aangezien we dat blije nieuws nog niet hadden kunnen delen, bleven we ook met het droevige stuk alleen zitten. Voor iedereen gaat het leven verder, maar ik voelde me zo eenzaam.

De mensen die het wél wisten, reageerden dan weer erg ongepast. ‘Je hebt gewoon pech gehad. Het overkomt zoveel mensen. Volgende keer lukt het wel. Het is beter zo…’ Zulke opmerkingen getuigden van weinig begrip voor wat ik meemaakte en voelde. Ik mocht niet rouwen om iets dat voor anderen nooit had bestaan. Terwijl ik gewoon wilde dat ze even naar me luisterden.

Er waren ook emoties die ik gewoon niet durfde te uiten. Zo was ik stiekem best jaloers op vrienden die makkelijk zwanger werden. Ik probeerde blij te zijn voor hen, maar ik was vooral verdrietig voor mezelf. Voor die gedachten schaamde ik me dan ook weer.  (Annelies, 33 jaar)

Taboe

In deze maatschappij weten we nog altijd niet hoe we moeten omgaan met emoties als pijn, verdriet en rouw. Enerzijds is het een taboe om openlijk over je emoties te spreken, maar anderzijds weten mensen in de omgeving ook niet hoe ze moeten reageren. Uitspraken als ‘volgende keer beter’, ‘je bent nog jong’ of ‘tijd heelt alle wonden’ zijn absolute dooddoeners.

Vaak hebben mensen de neiging om je onmiddellijk te sussen en goedbedoelde opmerkingen te maken, omdat ze niet weten hoe ze met jou en je verdriet om moeten gaan. Het belangrijkste wat je hen duidelijk moet maken, is dat gewoon liefdevol aanwezig zijn voldoende is. Elke persoon gaat op zijn eigen unieke manier om met verdriet en verlies. De ene is een prater, de andere roept, en nog iemand anders is in zichzelf gekeerd. Al deze reacties zijn oké en verdienen begrip en respect.

Doordat ouders zich al een beeld hebben gevormd over hoe hun toekomstige kindje eruit zal zien, is de intensiteit van hun rouwreactie net zo hevig als die na andere verlieservaringen. Uit wetenschappelijke studies blijkt wel dat de intensiteit van die gevoelens na verloop van tijd vermindert, na ongeveer gemiddeld zes maanden. Bij ouders met een verhoogde gevoeligheid of ouders die zeer perfectionistisch zijn, zien we meestal een langer rouwproces. Als je veel verlieservaringen meemaakt, dan wordt je identiteit als het ware aangetast. Veel ouders geraken niet alleen in een sociaal isolement, maar ook in een soort van identiteitscrisis. Je vraagt je vaak af, wie ben ik nog?

Belangrijk is dat elke vrouw of man zelf de kans krijgt om dit verlies op zijn eigen tempo en zijn eigen manier te kunnen overleven. Want rouw verwerk je niet, maar overleef je.

Het is niet omdat mannen de lichamelijke sensatie van een levend wezen in hun buik niet hebben gekend, dat zij geen band voelden of geen verdriet hebben. Ze rouwen gewoon anders dan vrouwen. Helaas moeten mannen zich in onze maatschappij nog steeds de sterkste tonen, wat het voor hen niet makkelijk maakt om hun emoties te delen. Dit is een taboe op zich, dat we graag uit de wereld helpen.

Handvat bij zwangerschapsverlies

  • Schrijf een brief of een gedicht aan je ongeboren kindje.
  • Geef aan je omgeving aan wat jou het meest helpt op dit moment.
  • Krop je emoties niet op en zoek een uitlaatklep via sport of schrijven: (her)ontdek je eigen talent.
  • Weet dat een rouwproces voor iedereen verschillend is en dat dit oké is.

Het gloednieuwe Zorgnetwerk Sterrenkinderen doet een oproep naar onze samenleving om anders te leren stilstaan bij het thema zwangerschapsverlies. Vraag niet aan ouders “Hoever was je? “, maar vraag “Vertel eens …”

Online lotgenotengroep

Het Zorgnetwerk Sterrenkinderen organiseert op 2 september een professioneel begeleide lotgenotengroep om 19uur. Aanmelden en inschrijven kan via info@sterrenkinderen.be

sterrenkinderen