Als je kind een stempel krijgt en je omgeving daar niet altijd even begrijpend op reageert

  • door Gastmama

Daar sta je dan. Je vermoedens blijken te kloppen en je kind krijgt een stempel. Niet één, maar twee. Een dubbele uitdaging, maar ook dubbel bijzonder. Want net door die stempel(s) gaan de poorten naar hulp open, krijg je van professionals te horen dat het gedrag typisch is voor de vermoedens die we reeds hadden.  Omdat we niet in taboe willen leven, besluiten we als ouders om daar open in te zijn en dit naar de omgeving kenbaar te maken.  Ook dat blijkt een proces, een parcours vol emoties.

“Ik wil even niet horen hoe goed je me begrijpt, hoe fel je de herkenning voelt in de woorden die ik zeg. Hoe je hetzelfde bij anderen zag en denkt dat je voelt hoe het is voor mij. Hoe normaal het is, of dat het wel over gaat. Of erger: dat het niet eens zo erg is en dat het niet eens over hoeft te gaan. Gewoon, omdat het eigenlijk niks is. Volgens jou.

Vertel me liever welk stuk je niet verstaat of dat je me helemaal niet begrijpt. Waar je nood hebt aan wat extra woorden, om een beter idee te krijgen van wat er in me omgaat.  Luister naar me, naar wat ik zeg en naar wat niet. Lees tussen de regels, hoe onduidelijk of moeilijk dat ook is. Help me te zoeken waar er blinde vlekken zijn die ik zelf niet zie en daarom niet verwoord krijg.

Maar doe dat voorzichtig en zacht, zonder me te kwetsen. Want soms, heel soms, mag ook ik uiterst veeleisend zijn. Mag ik verwachten dat ik een middelpunt ben van je wereld. Mag ik mezelf even verliezen in wanhoop, boosheid en verdriet. Heel even, een dagje ofzo. En als het nodig is wat langer. Geef me alsjeblieft geen druk.

Neem daarna mijn hand, geef me een zakdoek en een knuffel. Kijk me aan, recht in mijn ogen. Oprecht en eerlijk, en vooral zonder oordeel. Wees gewoon jezelf, op een manier dan ik mezelf kan zijn. Laat me uniek zijn in mijn gevoel en in mijn beleving.

Na een tijdje zal ik mijn ogen kunnen openen. Maken mijn tranen plaats om te kijken. Dan zal ik zien dat niets identiek is, en dat jij mij niet begrijpt en ik jou niet. Dat we elkander nooit tot de kern kunnen verstaan. Dat we enkel kunnen leren van en over elkaar. Maar dat we samen in dit onbegrip kunnen berusten en op adem kunnen komen. Tot de lach mijn mond bereikt.”