Als je kind je kleine kantjes erft: We got this babe

  • door Mama

Heb je weleens gehoopt dat dat kleine wezentje dat je hebt gemaakt je mooiste creatie zou worden? Heel vurig gewenst dat je geen kleine Frankenstein creëert, alleen maar omdat je je genen, je normen, je waarden en – belangrijker nog – je eigen kleine of grote eigenaardigheden doorgeeft aan dat kleine onbeschreven notitieboekje?

Natuurlijk staat iedere mama te glimmen van trots wanneer de vriendelijke kassadame erop wijst dat dochterlief zo hard op de mama lijkt. In mijn geval ben ik dan maar trots dat ik op haar lijk. Zij is uiteindelijk toch net iets schattiger dan wat ik dagelijks om 6 uur ’s ochtends in de spiegel tegenkom.

Wat met de mindere kantjes?

Maar wat met de trekjes, de eigenheidjes, de kleine (of grote) dagelijkse struggles die je eigen leven net dat tikkeltje moeilijker maken? Wat met de issues waarvan je hoopt dat ze hem of haar net bespaard blijven? Ik hoop maar dat ik hierin niet alleen sta (of misschien net wel), maar ik kon voor, tijdens en zeker na mijn zwangerschap van Nova alleen maar vurig hopen dat ze op de papa zou lijken. Dat ze wel dingen van mij had, maar dan in de gezonde proporties, en geen full blown mini-Nicky zou worden.

Angst en onzekerheid

Toch konden we gaandeweg opmerken dat het niet zo simpel zou worden. Angst was soms een grote rem op de door de maatschappij opgelegde avontuurlijke aard van het kind. Nova hoefde niet te verkennen, op onderzoek te gaan, knieën te schaven, ondoordachte sprongetjes te wagen. Nova blijft liever dicht bij mama en papa, als het kan op schoot of gedragen, waar alles veilig en geborgen is.

Onzekerheid bleek zich te uiten in het helse kabaal van een stilzwijgend kind telkens iemand haar aansprak, of in de awkward momentjes waarop ze toevallig iets niet meer wist of iets niet meer kon dat ze 2 minuten ervoor – zonder publiek – perfect meester was.

Soms wou ik dat ze minder bang was

Dé grote emotie werd haar soms te veel, al van ’s ochtends vroeg. Overmand door ik-weet-niet-wat kon ze in huilen uitbarsten zonder dat er ook maar één persoon op deze hele wereld kon benoemen en begrijpen, laat staan louteren of troosten. En eerlijk,… ik ben zeker ook schuldig aan gedachten als “ik wou dat ze minder bang was”, “het zou fijn zijn mocht ze vlotjes haar weg vinden in de wereld”. Want graag was ik ook van nature minder angstig en onzeker geweest, en God weet dat ik het zou appreciëren als gewoon leven makkelijker zou zijn.

Ik heb ook uitspraken gedaan als: “Wees nu beleefd en zeg goeiemorgen tegen die mevrouw”, “doe niet flauw en ga dat gewoon vragen aan de dansjuf”. En ja, ik heb piekeravondjes gehad waarop ik dacht dat alles verloren was, dat alles wat ik door te geven had te veel was om in een 1m hoog lijfje van 15kg te pompen. Hoe kon dat kind dat dragen? Hoe kon ik verwachten dat zoiets oké was, alleen om mijn kinderwens te vervullen?

Kleine kantjes maken ons tot wie we zijn

Maar… here’s the thing: al onze struggles, kleine kantjes, innerlijke gevechtjes groot of klein, maken ons tot wie we zijn. Ze hebben een doel en leren ons om te volharden. Net als ik – maar 25 jaar eerder in haar leven – leert dat kleine lijfje stilaan angst te overwinnen. Uit die onzekerheid zich in hetzelfde perfectionisme en diezelfde volhardende koppigheid (zeker ook props aan de papa voor de koppigheid) waar ik zo graag mijn handelsmerk van maak.

En als die lieve kleuterjuffen ons er dan op wijzen dat we een mooi, gevoelig wezentje hebben grootgebracht dat niet alleen de moeilijke momentjes van de juf herkent, maar ook troost en hulp wil bieden aan juf en klasgenootjes als het soms wat moeilijker gaat. Als we horen dat de spontaniteit groeit en haar ooit zo kleine wereldje stilaan groter wordt en ze leert te genieten van sociaal, spontaan, open en zichzelf zijn, dat haar grote emoties als één van de mooiste stukjes van Nova benoemd worden, dan zijn we trots. Dan ben ik zó trots. En dan durf ik denken: ze heeft heel veel mooie dingen van de papa, maar ook een paar prachtige struggles van mij.

Misschien kan ik haar helpen

En misschien, heel misschien kan ik haar helpen. Wanneer de emoties te groot worden, de angst onoverkomelijk en verlammend werkt of ze zichzelf gewoon even niet zo leuk vindt, weet ik hoe het voelt. Neem ik ze bij mij en verzeker ik haar dat het ooit haar absolute kracht wordt.