Als je mama bent van een zorgenkindje en je moe bent de trein altijd te moeten trekken

Wanneer ik de kinderen in bed stop, dan kan ik het niet laten even met mijn ogen langs hun lettertrein te glijden in hun kamer. De kleurtjes springen in het oog, de één een langere naamtrein dan de ander… Een trotse bestuurder die de locomotief met wagentjes ‘trekt’: wagonnetjes met letterlijke bagage.

Elk kind wordt geboren met treintje... En het ene is meer geladen dan het andere...

Het brengt me snel op de figuurlijke bagage dat elk kind meebrengt.

Elk kind wordt geboren met een treintje… Als ouder wens je niets anders dan dat je kind niet meer dan twee of drie wagonnetjes moet trekken in zijn leven. Wagonnetjes, diagnoses die het leven van je kind in meer of mindere mate beïnvloeden. Het ene wagonnetje al wat meer geladen dan het andere…

Wij, als ouders, zitten vaak (en dan vooral in de erg jonge jaren) samen als bestuurder helemaal vooraan. Wanneer een kind weinig wagonnetjes aan zijn treintje heeft hangen, is het dikwijls ook gemakkelijker om als bestuurder even van dat treintje te springen, en de locomotief uit handen te geven. En wanneer de batterijen zijn opgeladen, stap je in het volgende station opnieuw op om de trein van je kind opnieuw te besturen.

Derde dochtertje heeft afwijking... Drie figuurlijke wagentjes extra aan haar treintje

Wij hebben vier mooie locomotieven in huis. En bij drie van die vier valt het treintje erg goed mee. We hebben twee wagonnetjes ‘reflux’ rondrijden, ook eentje met ‘allergie’, en daar houdt het voorlopig op. Onze derde kindje, een dochter, is geboren met een afwijking en kreeg dus van bij haar start al drie figuurlijke wagentjes extra aan haar treintje. Ondertussen is ze bijna tweeëneenhalf en in al die tijd koppelden we nog een heel aantal wagonnetjes aan. En het ziet ernaar uit dat er nog karretjes zullen volgen.

De trein rijdt op automatische piloot, en wij, ouders, staan vooraan. Ook al zijn we een goed team, toch is het ik, de moeder, die stuurt. Natuurlijk hoort dat zo, én, dat zit ingebakken in onze genen. Wij, vrouwen, ‘zorgen’ graag en nemen die taak binnen het gezin graag op ons.  Ik ben dus diegene die de dochter van arts naar arts, van ziekenhuis naar ziekenhuis, van onderzoek naar onderzoek begeleidt. Haar volledige dossier ken ik vanbuiten.

Al tweëneenhalf jaar trek ik trein vooruit

Wanneer je een kind met meerdere zwaarbeladen wagonnetjes hebt, dan is dat niet zo gemakkelijk om een even gekwalificeerde bestuurder te vinden voor je treintje. 
Mijn man is een goeie copiloot. Hij houdt mijn zicht scherp in de trein van onze dochter. En op de belangrijkste ritten is hij aanwezig. Maar de dagelijkse kleine en grote zorgen, die zijn voor mij. En daar wind ik steeds minder doekjes om: dat is lastig, fysiek en mentaal.

Laatst zat ik er even door… Al tweeëneenhalf jaar trek ik die trein vooruit. En ik ben het gewoon even moe, heel erg moe. Ik speelde zelfs even met de idee een aantal therapieën on hold te zetten. Ik had het gewoon even gehad met dat trekken van die wagonnetjes. 

Maar de trein laten staan in het station is geen optie. Stilstaan is achteruitgaan, zegt men wel eens. Dus trok ik, na een lange dag tobben en een goeie huilbui, de trein weer op gang.  Wanneer de dochter later groot is, en haar trein als een goed geoliede machine rijdt, dan zal ik trots kunnen zijn op mezelf en denken: ‘Ik heb mijn best gedaan, het is allemaal niet voor niets geweest.’