Als je te vroeg bevalt

Vijf maanden geleden ben ik vijf weken te vroeg bevallen van m'n dochter. Mijn roze wolk was er eentje met veel grijze stippen.

Gebroken vliezen en platte rust

Woensdagavond. Zucht. Dat ook nog. Naast alle andere vervelende kwaaltjes, ben ik nu ook nog incontinent geworden… Ach, ja. Dat kon er ook nog wel bij zeker?

Toen ik even later met een kletsnatte onderbroek in mijn living stond, ging er toch een belletje rinkelen. De zoveelste trip richting Verloskwartier was een feit. Met schaamrood op mijn wangen grapte ik nog tegen mijn vriend dat we beter een tienbeurtenkaart hadden genomen. Ik had namelijk al verschillende keren aan de monitor gelegen met pijnlijke harde buiken.

Ik waggelde via Spoed naar het Verloskwartier en daar werd ik meteen aan de monitor gelegd. Deze keer geen harde buiken, gelukkig maar. Al snel bleek dat mijn water gebroken was. Plots moesten we ons voorbereiden dat we binnen dit en een paar uur al mama en papa gingen zijn.

Na een onbewogen nacht in de verloskamer werd ik overgebracht naar materniteit. Blijkbaar had onze dochter dan toch nog geen zin om te komen, dus werd het verplichte bedrust. Na een halve dag liep ik al de muren op. Opgesloten tussen vier muren en enkel uit mijn bed mogen om naar het toilet te gaan… dat ging ik geen drie weken meer volhouden.

Na vier dagen platliggen besloot onze dochter om er dan toch werk van te maken. Klokslag 22 uur begonnen mijn weeën en het was meteen goed prijs. Manlief werd terug geroepen van de voetbal en kwam in recordtempo aan in het ziekenhuis. In een waas ging het van weeën om de drie minuten, naar om de twee, naar elke minuut. Nog geen zes uur later, na een ferme knip en met behulp van de zuignap, liet ze zich zien. Wat was ze klein. 47 cm en een ruim gerekende 2,290 kg. De couveuse stond klaar en na drie minuutjes bij ons werd ze weggerold naar neonatologie. Pas anderhalf uur later kon ik eindelijk naar mijn dochter.

Ze was het mooiste, liefste, kleinste hummeltje ter wereld. Ons hummeltje. Ons kwetsbaar meisje. Zo klein in die grote couveuse. Eindelijk mocht ze bij mij liggen. Onder warme dekens, vol draadjes en pleisters, maar wel heerlijk dicht bij mij.

neo

Neonatologie

’s Ochtends vroeg verrasten we familie en vrienden met de vroege komst van onze kleine meid. Dat iedereen welkom was, maar dat bezoek heel beperkt was. Dat ze niet bij ons op materniteit lag, maar boven, op neonatologie. In een couveuse, aan draadjes en de monitor. En dat ze haar nog niet mochten knuffelen, voor het infectiegevaar. Vol trots toonden we onze dochter aan de grootouders, tantes en nonkels. Een per een, vijf minuutjes binnen. Daarna was het terug kijken achter glas. Ik las de vreugde op het gezicht van de oma’s en opa’s. Maar ook het ondraaglijke verlangen om hun kleindochter vast te nemen, te kussen en te knuffelen.

Er volgden drie weken vol zorgen, onzekerheid, kwaadheid en heel veel tranen. Ze dronk goed, maar te weinig. Te weinig om energie binnen te halen, geen energie om meer te drinken. Een vicieuze cirkel. Was het mijn fout dat ze niet goed dronk? Ik had het gevoel dat de vroedvrouwen m’n dochter beter kenden dan ikzelf. Zou ze me wel herkennen? Kan ik wel goed voor haar zorgen? Zou ze bang zijn of pijn hebben? Ik voelde me zó onzeker in mijn mama zijn. En ik was kwaad op mezelf. Had ik maar beter naar mijn lichaam geluisterd, het wat rustiger aan gedaan… dan had ze misschien nog in mijn veilige, warme buik gezeten.

De vroedvrouwen op neo zorgden niet alleen voor haar, maar ook voor mij. Al mijn zorgen en gepieker hebben ze aangehoord, al mijn tranen gedroogd. Altijd stonden ze klaar met raad en daad, een knuffel, een knipoog en een glimlach. Je laat je dierbaarste bezit achter bij hen. Mijn hart brak toen we de eerste keer wegreden uit het ziekenhuis, zonder haar. Toen we thuiskwamen in een leeg huis. Toen ik ’s nachts moest opstaan om te kolven, zodat zij voldoende melk had om de volgende nacht door te komen. Maar mijn gebroken hart wist wel dat ze in geen betere handen kon zijn. Elke keer als ik wil neerpennen wat zij voor ons hebben betekend, schieten m’n ogen vol. Alle verpleegkundigen zijn geweldig, maar die dames staan voor ons toch een trapje hoger. Die dames, die verdienen een standbeeld.

thuis

Kwaad en alleen

Gelukkig was onze dochter niet extreem prematuur. Al bij al deed ze het goed. Ik prijs me gelukkig dat ze geen extra zuurstof heeft moeten krijgen of zware operaties heeft moeten onderaan. Maar niettemin was ze wel prematuur en was het een zware periode. Als pas bevallen mama van een prematuurtje val je door de mazen van het net. Jij ligt op materniteit, maar je kind op neo. Dus ben je vaker niet dan wel op je kamer. Ik heb de kinesist maar één keer gezien. En ik ben ’s middags vaak terug gekomen naar een koude schotel eten. Ik had ook geen zin om kleren aan te doen en door de ochtendspits naar het ziekenhuis te rijden. Om elke dag die lange wandeling naar neo af te leggen – geloof me, als je net bevallen bent is dat geen cadeau. Ik voelde me soms zo alleen. En kwaad. Kwaad op de gebeurtenis, het systeem, op de natuur, op mezelf. Vooral op mezelf. Toen bij thuiskomst bleek dat onze meid ook nog eens een huilbaby’tje was, heb ik diep gezeten. Heel diep.

Maar ik heb de beste papa aan mijn zijde, en een geweldige familie. En fantastische, onmisbare vriendinnen. En dat perfecte kleine hummeltje dat mijn hart heeft veroverd. En daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor.