Als je zoontje met een frommeloortje wordt geboren

  • door Gastmama

Na 3 negatieve zwangerschapstesten in nog geen 3 uur tijd, voelde ik me 3 uur later toch weer klaar om er nog eentje te doen. En ja hoor! Daar was eindelijk dat heel licht roze controlestreepje dat me 100% verzekerde wat ik al even voelde; er groeide een wondertje in mij! Best spannend, want het was iets vroeger gelukt dan we hadden gedacht.

Wat een vrolijk moment moest worden, draaide uit op tranen

Eindelijk was de dag aangebroken waarop we ons wondertje voor het eerst konden zien via een echo. Wat een leuk en vrolijk moment moest worden, draaide op heel wat tranen uit. De assistent vertelde me dat er wel een vruchtzakje aanwezig was, maar er was geen vruchtje te zien. Een “windei” noemen ze dat in de volksmond. Ik voelde me bedrogen door mezelf. Ik voelde toch echt iets? Helaas was de boodschap van de assistent duidelijk. “Laat het even los, we bekijken het binnen een week nog eens en dan leg ik je de eventuele verdere stappen uit.” Wat een vreselijke week, en achteraf gezien had ik toen misschien een tweede opinie moeten vragen, maar je neemt het zoals het komt.

De maandag nadien lag ik daar weer zonder nog enige hoop. Tijdens de echo was ik de vragen die ik aan de gynaecoloog wou stellen al aan het overlopen toen ze plots zei; “kijk hier, een mini-vruchtje, mét een hartslag”. Ons wondertje was er toch! Dolgelukkig was ik!

Ik was bij elke echo ongerust

De 20-weken echo was helemaal in orde en op dat moment kwamen we ook te weten dat het een jongen was. Wauw, een jongen, onze jongen! Helaas had het windei-verhaal argwaan bij me nagelaten waardoor ik bijna bij elke echo ongerust was. Bij elk bezoek dwong ik de gynaecoloog alles driedubbel te checken. Ik hoorde verhalen van zaken die er mis konden lopen tijdens de zwangerschap, bevalling en na de geboorte. Zo werd er een kindje geboren bij wie een stukje arm ontbrak. Sindsdien vroeg ik elke echo om te kijken of hij zijn beide armpjes nog had. De gynaecoloog verklaarde me gek en verzekerde me dat dit zo weinig voorviel dat ik het moest loslaten.

Alles liep perfect

De zwangerschap verliep voor de rest perfect. Ik had zo goed als geen kwaaltjes en voelde me prima. Enkel de laatste weken waren zwaar. Mijn bloeddruk was telkens erg hoog en ook bleef het geschatte gewicht van de baby vrij laag bij elke meeting. Daarom besloten ze me een weekje vroeger in te leiden. De maandag nadien was het zover en mocht ik een nachtje blijven slapen in het ziekenhuis. Ik was relaxt, helemaal klaar om mijn kleine spruit te leren kennen. Op dinsdag 11 april 2017 werd ik om 7u30 naar de bevallingskamer gebracht! Wat een lieve mensen, wat een vrolijk moment! Alles verliep heel vlot en rond 13u30 konden wij onze kleine KAMIEL in onze armen sluiten.

Ik heb Kamiel zelf mogen helpen het laatste stukje en heb hem zelf op mijn buik gelegd. Iedereen was druk in de weer met de nageboorte toen de stagiaire-vroedvrouw ineens vroeg aan de gynaecologe of ze zijn oortje had gezien. Ik schoot onmiddellijk in paniek. Ik bekeek het oortje grondig en begon vragen af te vuren op de vroedvrouwen, waarop ik telkens het antwoord kreeg dat de kinderarts er zo aankwam.

"Geniet nu maar gewoon"

Ze namen hem van mij weg, onderzochten hem van kop tot teen, maar gaven geen uitleg over het oortje. “Daar moeten we eens mee naar de NKO. Hij zal wel meer kunnen vertellen. Geniet nu maar gewoon van je prachtige zoontje”. Euh? Was dat het enige antwoord dat ik kon krijgen? Ik voelde me vreselijk.. Waar ik al die tijd voor had gevreesd, kwam op 1 of andere manier uit. Hij had zijn armen, maar zijn rechteroortje ontbrak! Ik herinner me nog dat ik naar mijn mama stuurde: “Kamiel is geboren, maar ga je even mutsjes kopen? Hij heeft een gek oortje en wil niet dat iemand dat ziet”.
Vreselijk toch? Dat je zoiets moet denken op wat het mooiste moment van je leven zou moeten zijn?

Het bezoek nadien was daardoor vaak wel iets moeilijker. Ik wou het steeds al vertellen voordat iemand het had gezien, wat ervoor zorgde dat er 100 vragen werden gesteld. “Wisten ze dat op voorhand?”, “Kan hij erdoor horen?”, “Wat moet je er aan laten doen?”. Zo heb ik de eerste nacht in ziekenhuis zitten googelen om te weten te komen wat dat “frommeloortje” juist was.

Ik heb gesmeekt om een afspraak

De dag nadien heb ik gesmeekt om een afspraak bij de NKO in Hasselt. Ik kon niet geloven dat ze zo moeilijk deden over het feit dat ik gewoon een beetje zekerheid wou hebben. Kan hij horen? Hoort hij aan zijn goede oortje?! Hallo?! Iemand? Er kwamen vrienden met kindjes op bezoek, en eentje begon erg hard te huilen. Kamiel gaf geen kik. Ik kon mijn tranen niet bedwingen, was hij helemaal doof?!

Na veel gezaag en gezeur mocht ik er ergens tussen bij de NKO. Slechts 18uur na de bevalling, waggelde ik door het ziekenhuis naar de afdeling NKO. Daar namen ze een testje af waaruit uiteindelijk bleek dat hij niet hoorde door zijn frommeloortje, maar wel door zijn goede oortje. Wat een opluchting… Mijn kleine flinke man kon ons horen!

Kamiel frommeloortje

Warrig verhaal

Het is een weinig voorkomend fenomeen: 1 op 5000, 1 op 10.000, de artsen zeggen allemaal iets anders. Ze kunnen er niet veel over vertellen, en ook de NKO-arts begon op dag 1 al dadelijk heel theoretisch de mogelijkheden op te sommen. Een BaHa-hoorapparaat, eventueel een gereconstrueerd oor. Woorden waarvan ik dacht “euh, wat? Hoe? Wanneer?” Uiteindelijk eindigde hij zijn warrige verhaal met: “Maar ik zou er niets aan doen, hij hoort toch aan 1 zijde?!”

Ik was behoorlijk op mijn tenen getrapt. Niemand kon me meer vertellen en online vond ik niet veel. Na een maand bezochten we de NKO in Antwerpen. Hij heeft meerdere patiënten met deze aandoening en wil graag het goede oortje blijven opvolgen. Want je wil natuurlijk wel dat je baby goed kan horen voor een volwaardige spraak, etc.. Hij zou wel vanaf 3 jaar voor een hoorapparaat gaan. Want waarom zou je je kind niet het maximale willen geven? Anderen zeggen dan weer dat 3 jaar veel te jong is. Het is erg verwarrend.

Kamiel

Ik kan het loslaten

Tot op de dag van vandaag kan ik het goed loslaten. Hij doet het prima, maakt veel geluid en is super lief. Ik hou elke dag een beetje meer van hem. Soms kan ik minutenlang staren naar het oortje, het aanraken, observeren. Precies of ik er zelf telkens terug aan moet wennen. Op die momenten stel ik me de vraag wat nu het beste zou zijn en welke stappen we verder moeten nemen.

Natuurlijk maak ik me vaak zorgen over of hij ermee om gaat kunnen, of hij speciaal onderwijs moet volgens, of ze hem gaan pesten, etc.. Maar het allerbelangrijkste vind ik dat hij het zelf een plaats kan geven. Hij is niet anders, hij is niet minder, hij is prima zoals hij is!

Stap 1 in dit proces hierin start bij ons, de mama en papa. Wat voor oortje heeft hij? Hoe noemt het? Waarom heeft hij het? Ik stel me nog elke dag vragen, trek nog veel zaken in twijfel en weet zeker niet welke richting we uitgaan. Maar wanneer hij naar me lacht, me knuffelt en zijn perfecte oogjes blinken naar mij, dan voel ik dat hij het juist aan mij gaat leren een plaats te geven en niet omgekeerd. Hij is perfect zoals hij is en zal de harten stelen van iedereen die hem leert kennen!