Angst voor de operatie van onze zoon

  • door Gastmama

Ons kind moet geopereerd worden. Horror. Er flitst van alles door mijn hoofd. Maar die ene vraag krijg ik maar niet weg: ‘het zal allemaal toch wel goed aflopen?’ Rationeel weet ik dat dat natuurlijk het geval is. Het is geen levensbedreigende ingreep. Er zal een zieke nier weggenomen worden. De andere werkt nog perfect.

Ons kind moet geopereerd worden. Horror. Er flitst van alles door mijn hoofd. Maar die ene vraag krijg ik maar niet weg: ‘het zal allemaal toch wel goed aflopen?’ Rationeel weet ik dat dat natuurlijk het geval is. Het is geen levensbedreigende ingreep. Er zal een zieke nier weggenomen worden. De andere werkt nog perfect. Klein detail: de twee nieren zijn aan elkaar gegroeid. Maar al bij al, er zijn ergere dingen. Hij gaat perfect kunnen leven met één goede nier, en er is geen enkele bedreiging voor die goede nier. Tot daar mijn rationele kant. Mijn emotionele kant roept moord en brand. Hij. Moet. Geopereerd. Worden.

The Avengers hielpen me erdoor

Die ochtend hou ik me sterk. Ik wil niet dat hij ziet dat ik bang ben. Hij moet vol goede moed en zo ontspannen mogelijk aan dit avontuur beginnen. In de preoperatieve ruimte staat een tekenfilm van The Avengers op. Vanaf vandaag ben ik fan van The Avengers. Als ik het moeilijk krijg, halen zij me erdoor. Twee minuten Avengers en je bent gegarandeerd niet emotioneel meer. Drie keer heb ik met bibberende lip van deze truc gebruik gemaakt. 

Wachten, wachten, wachten

Eén ouder mag mee de operatiezaal in tot hij slaapt. Ons ventje doet dat ongelofelijk flink. Hij ademt in het ballonnetje, en voor hij het beseft ligt hij te slapen. Dat is voor mij de cue. De tranen stromen over mijn wangen. Moeders zijn niet gemaakt om dit zonder huilen te kunnen.

De volgende uren lijken wel dagen te duren. Deze keer is het aan Harry Potter om me af te leiden. Na drie lange uren krijgen we eindelijk telefoon: we mogen naar de ontwaakzaal. Oef. Ons kereltje wordt stilaan wakker. Hij lijkt er niet veel van begrepen te hebben, maar houdt zich flink. Vanuit zijn bed staart hij naar de vissen die op de muur getekend zijn. Nog nooit heb ik hem zo lang zo stil gezien. De ontreddering is te lezen in zijn oogjes. Zelfs huilen doet hij niet. Het enige dat ik kan doen is zachtjes over zijn handje aaien. Wat haat ik deze dag.

Tranen van geluk

Tegen de avond komt zijn zusje even langs. Twee is ze. Ze kijkt hem bezorgd aan en legt haar hoofdje op zijn hand terwijl ze zo goed mogelijk zijn naam zegt. Zijn ogen worden nat, en één dikke, welgemeende traan biggelt naar beneden. Wie had ooit gedacht dat de zijn eerste traan vandaag, op deze rotvervelende dag, een traan van geluk zou zijn?

Arianne V.R.