Bekende mama en model vertelt: ik kon niet achterhalen waarom ik zo ongelukkig was

  • door Mamabaas

Model Chrissy Teigen is in Amerika bekend als mediafiguur (ze presenteert onder meer het hilarische programma Lip Sync Battle) en is auteur van een kookboek. Maar daarnaast is ze ook mama van een klein meisje en is ze heel erg open over het moederschap. 

Zo gaf ze onlangs grif toe dat ze er nooit zo glam zou kunnen uitzien op bijvoorbeeld de Oscars (naast haar man, zanger John Legend) zonder haar nanny en make-upartiesten. Ze wou vooral laten weten: nee, het is niét normaal om er zo uit te zien voor de gemiddelde vrouw, dus spiegel jezelf niet te veel aan die Hollywoodmama’s. Toffe madam om daar zo eerlijk over te zijn, eindelijk… Lees hier, hier en hier voor nog leuke en eerlijke Teigen-confessions.

En nu is er nog een thema waarover ze openlijk uitkomt: een jaar na de geboorte van haar dochter Luna, in april vorig jaar, geeft Teigen aan dat ze een postnatale depressie had. In een exclusief essay voor het tijdschrift Glamour schrijft ze daar openlijk haar gedachten over neer. We vatten de belangrijkste fragmenten samen, maar hier kun je het volledige essay lezen. 

Hij zag me op mijn best en slechtst

Toen ze me vroegen of ik een essay wou schrijven, had ik er superveel zin in, maar eens ik aan mijn computer zat kromp ik ineen. Ik besefte dat ik eigenlijk al over alles had gesproken… Waarover zou ik het hebben? Ik ben een chronische ‘oversharer’ sinds de geboorte. Dus heb ik besloten dat ik het zou hebben over iets wat niemand echt weet over mij, vooral omdat ik dit pas net ontdekt heb over mezelf…’

Voor velen van jullie lijk ik, denk ik, één van de gelukkigste personen op de planeet. Ik heb een ongelooflijke echtgenoot – John en ik zijn al meer dan 10 jaar samen. Hij heeft mijn successen en mijn mislukkingen gezien, ik heb de zijne gezien. Hij heeft mij op mijn ergste gezien, terwijl ik hem voorlopig nog altijd niet op zijn slechtste heb gezien. Hij is altijd even meelevend, geduldig, liefdevol en begripvol als hij lijkt. En ik haat het. OK, ik haat het niet echt, maar het kan je soms wel gek maken, zeker als je zo cynisch bent als ik.’

Anders dan voorheen

‘Een jaar geleden startten John en ik aan een gezin. We hadden onze dochter Luna en die was perfect. Ze is op de een of andere manier exact zoals mij, exact zoals John, en exact zoals zichzelf. Ik heb haar lief.

Ik had alles wat ik nodig had om gelukkig te zijn. En toch, voor een groot deel van het laatste jaar voelde ik me ongelukkig. Iets wat iedereen rondom mij, behalve ikzelf tot december, wist: ik heb een postnatale depressie. Hoe kan ik me nu zo voelen terwijl alles zo geweldig is? Het duurde lang om hiermee in het reine te komen en ik aarzelde om erover te praten, want alles wordt al snel ‘een ding’. Maar hier gaan we.’

‘Ik had zo'n een heerlijke, energieke zwangerschap. (…) Na Luna was in ons huis in volle opbouw, dus leefden we in een huurwoning en dan in een hotel. Ik stak alles van stress of onthechting daarop. Ik weet nog hoe ik dacht: “Misschien voel ik me beter als we een huis hebben.’

Ik ging terug aan de slag bij Lip Sync Battle in augustus, Luna was toen vier maanden. Ze behandelden me er ongelooflijk goed: ze voorzagen dat ik borstvoeding kon kolven op de set, hingen foto’s van Luna en John op aan de muur. Ik bedoel, er was geen betere plek om terug aan het werk te gaan.’

‘Maar ik was anders dan voorheen. Op tijd uit bed komen was pijnlijk. Mijn onderrug klopte; mijn schouders, zelfs mijn polsen deden pijn. Ik had geen eetlust. Wat me echt raakte was hoe kortaf ik was tegen mensen.’

Vermoeidheid?

‘Ik kon niet achterhalen waarom ik zo ongelukkig was. Ik stak het op vermoeidheid en mogelijk op het einde van een rol: “Misschien ben ik ineens geen zotte persoon meer. Misschien word ik nu verondersteld moeder te zijn.’

Als ik niet in de studio was, verliet ik nooit het huis. Ik bedoel, nooit. Ik ging niet eens met mijn tenen naar buiten. Ik vroeg mensen waarom ze nat waren. Was het aan het regenen? Hoe kon ik weten, ik had elk gordijn dichtgetrokken.'

'De meeste dagen spendeerde ik op dezelfde plaats in de zetel en zelden vond ik de energie om naar boven te gaan om te gaan slapen. John sliep soms naast mij op de bank, soms vier nachten op een rij. Ik begon badjassen aan te houden en legde comfortabele kleding in de bijkeuken zodat ik niet naar boven moest gaan als John was gaan werken. En er was ook veel spontaan gehuil…’

'Elke dag was hetzelfde verhaal: tenzij ik werk had, wist John dat hij geen schijn van kans maakte op een date, naar de winkel te gaan of om naar eender waar te gaan. Ik had gewoon niet de energie. 

Overal pijn

Vroeger, toen ik ergens binnenkwam, was ik echt een aanwezigheid: hoofd hoog, schouders naar achteren, grote glimlach. Maar nu was ik iemand geworden die zichzelf het liefst zo klein mogelijk maakte.’

‘In die periode deden mijn botten pijn tot in de kern. Ik moest naar het ziekenhuis; zo erg was de pijn. Ik voelde me alsof ik meedeed in een aflevering van Grey’s Anatomy: er waren allerlei kinderen rondom me die vragen stelden. Misschien was het een nierinfectie? Niemand kon het achterhalen. Ik zag reumadokters voor de pijn aan mijn pols, want er werd even gedacht aan reumatoïde artritis. Ik voelde me de hele tijd misselijk.’

‘In december begon ik aan mijn tweede kookboek. Voor het eerste stond ik de hele tijd in de keuken. Ik roerde in elke pot, proefde alles. Ik werd voor elk gerecht opgewonden. Elk. Recept. Dit boek kwam op het hoogtepunt van mijn gebrek voor eetlust, en het idee om veel te moeten testen en proeven deed me overgeven. Ik lag ook nog altijd veel op de zetel.’

Eindelijk kans op beterschap?

‘Voor de vakantie ging ik op onderzoek bij de huisarts. John zat naast me.

'Ik keek naar de dokter en de tranen sprongen in mijn ogen, omdat ik zo moe was van altijd pijn te hebben. Van te slapen op de bank. Of van wakker te worden ’s nachts. Of van over te geven. Of van dingen uit te werken op de verkeerde mensen. Of van niet te genieten van het leven. Van mijn vrienden niet te zien. Van geen energie te hebben om met mijn baby te gaan wandelen.'

'Mijn dokter nam een boek en begon allerlei symptomen op te sommen. En ik dacht: ‘Yep. Yep. Yep.’ Ik had mijn diagnose: postnatale depressie en angst (dat verklaarde een stuk van de fysieke klachten).’

'Ik was zo uitgeput, maar ook blij te weten dat ik eindelijk beter kon worden. John voelde dezelfde opwinding. Ik begon een antidepressivum te nemen en dat hielp. En ik deelde ook het nieuws met vrienden en familie – het voelde alsof ik iedereen een verklaring moet geven – en ik wist niet hoe anders ik het moest zeggen datn het gewoon te vertellen zoals het was.'

'Het werd elke keer een beetje gemakkelijker om het te vertellen. (Ik hou er nog altijd niet van om te zeggen: “Ik heb een postnatale depressie”, omdat het woord depressie veel mensen angst aanjaagt. Ik noem het vaak gewoon “postpartum”. Maar misschien met ik het noemen zoals het is. Misschien kan dat het stigma er rond een beetje verzachten.)

Kon het niet controleren

‘Ik wou een open brief schrijven aan vrienden en werkgevers om uit te leggen waarom ik zo ongelukkig was… De mentale pijn door het besef dat ik zoveel mensen had teleurgesteld was erger dan de fysieke pijn.’

'Hiervoor heeft nog nooit iemand in mijn hele leven tegen me gezegd: “Ik heb een postnatale depressie.”

'Als kind van de jaren negentig associeerde ik postpartum depressie met Susan Smith [een vrouw die levenslang in de gevangenis zit voor het doden van haar twee zonen; haar advocaat voerde aan dat ze leed aan een lange voorgeschiedenis van depressie], met mensen die niet van hun baby’s hielden of dachten om hun baby pijn te doen. Wat ik had, had echter zelfs niet in de verste verte te maken met die gevoelens. Ik keek elke dag naar Luna, vol verwondering. Daarom dacht ik dat ik het niet had.’

‘Ik dacht ook dat het niet bij mij kon gebeuren. Ik heb een geweldig leven. Ik heb alle hulp die ik kan gebruiken: John, mijn moeder (die bij ons woont), een nanny. Maar een postnatale depressie discrimineert niet. Ik kon het niet controleren.' 

'Dat is één van de redenen waarom ik er zo lang over deed om het te erkennen: ik voelde me egoïstisch, vies, en ik vond het vreemd om luidop te zeggen dat ik het moeilijk had. En soms vind ik dat nog.'

'Ik weet dat ik als een zagerig, gepriviligieerd meisje kan klinken. Zoveel mensen in dezelfde situatie hebben geen hulp, geen familie, geen toegang tot medische zorg. Ik heb nog nooit meer respect gehad voor moeders, met name moeders met een postnatale depressie.'

Naar therapeut

Ik vertel dit nu, want ik wil dat de mensen weten dat het iedereen kan overkomen en ik wil niet dat mensen die het hebben zich erover schamen of zich er alleen door voelen. Ik wil ook niet beweren dat ik alles ken over een postnatale depressie, want het kan erg verschillen voor iedereen. Maar het enige was ik weet is dat het helpt om, in mijn geval, er open over te zijn.’

Teigen eindigt met te vertellen dat ze intussen al een ander mens is na meer dan een maand antidepressivum. Ze plant om naar de therapeut te gaan. ‘Laat ons eerlijk zijn, waarschijnlijk had ik lang voor Luna therapie nodig.’

‘Net als iedereen, met of zonder PPD, ik heb echt goede dagen en slechte dagen. De echt slechte dagen zijn wel verdwenen. Ik heb nog altijd niet de energie voor heel wat dingen, maar veel kersverse moeders kennen dat. Mijn rugpijn is beter geworden, maar mijn handen en polsen doen nog pijn.’

‘Ik ben dankbaar voor de mensen om me heen. John is ongelooflijk geweest de afgelopen negen maanden. Hij wil dat ik weer de gelukkige, gekke en energieke Chrissy wordt, maar hij doet me niet slecht voelen als ik me nog niet zo voel. Ik hou meer van John en Luna dan van eender wat in de wereld. John en ik hopen nog altijd om Luna een paar broers en zussen te geven. Een postpartum depressie verandert dat niet.’