Brief aan de zoon/dochter die er nooit komt

  • door Gastmama

Lieve jij,
‘Jij’ dat is de zoon/dochter die ik nooit zal hebben. Je bestaat nochtans al jaren in m’n hoofd. Al toen ik zelf nog kind was en met de poppen speelde, bedacht ik hoe het zou voelen om je in m’n armen te houden. Ik ben nooit het type van de grote dromen geweest. Ik wilde geen gekke dingen, geen verre reizen, geen glanscarrière. Waar anderen er luidop van droomden om de wereld te zien of het grote geld te verdienen, wilde ik gewoon wat iedereen heeft. Een ‘normale’, maar leuke job, een eigen stekje en ... een gezin. Huisje, boompje, tuintje, kindje. En daar wringt nu net het schoentje.

Die job vinden bleek geen enkel probleem. Het stekje, dat kwam ook al vlug in orde. Maar de derde en misschien wel belangrijkste droom, die kwam er niet. En dat mag je best letterlijk nemen. Het is er gewoon niet van gekomen. Niet omdat het me aan tijd ontbrak, niet omdat het niet wilde lukken, maar omdat er iets miste in mijn leven. Iets wat ikzelf onmisbaar vind om jou op de wereld te zetten: een leuke partner voor mij en een lieve papa voor jou.

Want hoe graag ik je ook in m’n armen had gehad, hoeveel plannen ik in mijn hoofd al had gemaakt voor je (ik wist zelfs al hoe ik je zou gaan noemen), ik zag en zie het echt niet zitten om het in mijn eentje te doen. Ik zie overal rond me voorbeelden van hoe het wel kan. Ik heb vriendinnen die het als BOM of BAM, of welke naam je het ook wil geven, fantastisch doen. Ik heb het zelf ook overwogen, echt waar. Ik heb er vaak over nagedacht. Uren van wakker gelegen ‘s nachts. Maar ik heb beslist dat ik er niet alleen voor wil gaan. Om allerhande redenen die er eigenlijk niet toe doen.

En na evenveel uren nadenken, heb ik ook beslist dat de droom hier stopt. Dat jij er niet meer komt. Ik heb voor mezelf een leeftijdsgrens gesteld en die komt angstvallig dichtbij. Dus neen, wij zullen elkaar nooit ontmoeten. Ik kies nooit geboortekaartjes uit, richt geen babykamer in. Ik huil niet aan de schoolpoort op je eerste schooldag en organiseer geen verjaardagsfeestjes. Ik help je niet bij je studiekeuze en troost je niet bij je eerste liefdesverdriet.

En het doet me meer pijn dan ik ooit zal laten merken. Want ik ben ondertussen een krak geworden in het opzetten van een masker. Ik doe alsof het mij niet raakt, alsof ik perfect gelukkig ben in mijn eentje, het spelen van de happy single gaat me perfect af. Dat ik een paar neefjes en nichtjes rondlopen heb waar ik de toffe tante voor ben, maakt heb plaatje alleen maar completer. Alleen is het plaatje in m’n hoofd niet compleet en zal het dat waarschijnlijk ook nooit zijn.

En begrijp me niet verkeerd. Ik ben echt wel gelukkig. Ik geniet van het leven. Ik geniet van alle kinderen die ik wel in mijn leven heb, ik voel me bevoorrecht dat ik hen graag mag zien en dat zij mij ook graag zien. En ik weet ook wel dat er zovelen rondlopen met een onvervulde kinderwens, maar toch voel ik me alleen met mijn verhaal. Want de reden voor mijn kinderloosheid lijkt zo ‘stom’ in vergelijking met de problemen van vele anderen.

Maar het uiteindelijke resultaat blijft wel hetzelfde: ik word nooit ‘mama’ genoemd. En dat stukje dat ontbreekt, zorgt toch voor een veel minder mooie puzzel.