Daddy’s girl

In de eerste weken na mijn (heftige) bevalling was ik tot niets in staat. Mijn man nam het roer van het huishoudelijke schip over en ontplooide zich tot een volleerde papa. Hij steriliseerde flesjes, zorgde ervoor dat het kolfapparaat zich altijd in mijn buurt bevond, gaf badjes, ververste pampers en hield mij ondertussen ook op de been. En ik? Ik zat erbij en keek ernaar. Meer kon ik toch niet doen.

De eerste week aanvaardde ik het allemaal nogal gelaten, maar naarmate ik iets meer uit de voeten kon (lees: douchen zonder na afloop flauw te vallen), voelde ik me toch wat tekortschieten als mama. Ik moest advies vragen over de kleinste dingen, terwijl mijn man met onze dochter bezig was alsof hij nooit iets anders had gedaan.  

Maar toen keerde het tij. Na vier weken waarin mijn dochter en ik volop op hem geleund hadden, ging hij terug aan de slag. Ik ontpopte mij in een razendsnel tempo tot een echte tijgermoeder die volledig opleefde in de babywereld. Ze werd rustig als ik begon te zingen, ze stopte met huilen als ik haar vasthield. Ik goochelde met babyvoedingen, kende alle remedies tegen tepelkloven, las weken op voorhand al over het volgende sprongetje dat zich zou aandienen en zelfs de meest ingewikkelde babytruitjes met knoopjes op de verkeerde plaatsen (koop dat niet!) kenden voor mij geen geheimen meer. En mijn man? Die stond erbij en keek ernaar. Hij voelde zich met momenten hulpeloos en deze keer was hij degene die mijn advies inwon.

En ook al was het allesbehalve mijn bedoeling om hem buiten te sluiten, toch triomfeerde ik. Mijn dochter en ik waren één, ze klampte zich aan mij vast als een kleine koala en ik zag al een toekomst voor mij als de moeder en dochter in Girlmore Girls, maar dan mét liefhebbende echtgenoot erbij.

En toen werd ze ouder. Ik weet niet meer wanneer het gebeurde of wat de aanleiding was, maar ineens telde ik niet meer mee. Of toch niet meer zoveel als in het begin. Als mijn man onze dochter ging ophalen in de crèche was het feest, want dat gebeurde niet zoveel. En in het weekend wilde ze toch het liefste haar melk drinken op zijn schoot, waarschijnlijk omdat ze al te vaak naar mij had moeten kijken. Ze draaide zich van me weg, stak haar armpjes steevast uit naar papa en het woord “mama” bleek ineens ook uit haar woordenschat te zijn gewist.

In het begin vond ik het wel grappig. Ik was zelfs trots dat mijn man zo’n goeie vader was en verkondigde overal hoe hecht die twee wel waren. Maar na een tijdje begon het pijn te doen. Ik kon de afwijzingen niet meer relativeren en vroeg me af wat ik in godsnaam verkeerd deed. Het was toch mijn recht om haar favoriete persoon te zijn? Ik had mijn hele lijf veertig weken ter beschikking gesteld en droeg er nog steeds de gevolgen van. Alles probeerde ik, van negeren in de hoop dat ze zelf toenadering zou zoeken, tot haar overladen met aandacht en knuffels. Ik raadpleegde dokter Google en zocht naar verhalen van andere mama’s die ook koudweg aan de kant waren geschoven.

Maar ik had het moeten weten. Zoals ik eerder al schreef, is alles een fase. Tegenwoordig is mama weer de heldin in huis. Wil ze door mij getroost worden en lachen we ons een breuk om de gekke dansjes die we doen. En als papa thuiskomt, begint het feest opnieuw. Want ze ziet ons even graag, daar ben ik zeker van. Alleen heb ik soms nét iets meer nood aan bevestiging dan mijn man.