Dat onze oudste zoon eigenlijk niet de eerste was…

  • door Gastpapa

Het is makkelijk te vergeten, tussen alle knuffels, aaitjes en de occasionele woede-uitbarsting door, dat er best wat tijd zat tussen onze beslissing om een kind op de wereld te zetten, en onze zoon die ter wereld kwam. Oefenen, oefenen, oefenen! Haha, seks! Maar die ongeveer twee jaar was geen periode van uitsluitend metaforische rozengeur en beeldsprakerige maneschijn. The Missus en ik doen er niet echt geheimzinnig over, maar het is ook niet iets dat je van de daken schreeuwt. Onder het motto ‘gedeelde smart is halve smart’, ga ik er evenwel iets opener over zijn dan anders, niet omdat wij er nog van smarten, maar omdat er genoeg mensen zijn die in een gelijkaardige situatie zitten en, misschien, hopelijk, toch iets hebben aan de wetenschap dat ze niet alleen zijn, dat het best normaal is, en dat normaal ook heel hard kan sucken.

De eerste zwangerschap liep mis

De eerste keer dat the Missus zwanger werd, was vrij snel na de eerste beslissing om er, euh, werk van te maken. Op dat moment ben je blij en zenuwachtig, maar is er nog geen haar op je hoofd dat eraan denkt dat het zou kunnen mislopen. Zoals wel vaker is dat iets voor de anderen, maar niet voor ons.

Ruim twee maanden later liep het echter mis en draaide het uit op een miskraam. Helemaal niet leuk, dat (#understatingwomenshealth), meer voor the Missus dan voor mij, zowel fysiek als mentaal. Maar je troost jezelf met de gedachte dat het niet zo gek is, dat zo’n dingen gebeuren, blijkbaar toch ook bij ons, en dat er waarschijnlijk een goeie reden voor is (uit biologisch oogpunt, niets metafysisch). Terug naar de tekentafel (annex bed)!

Tweede keer: opnieuw domper op de feestvreugde

De tweede maal duurde het iets langer voor het lukte en voelden we meer spanning dan ervoor. Als het moment dan komt dat the Missus opnieuw een broodje in de oven heeft (ahum), durf je minder te hopen en hou je je hart vast tot die datum er is dat het de eerste keer misliep. Dat mijlpaaltje passeerde en de mythische twaalf weken kwamen in zicht. Dan is het grootste gevaar immers geweken, is er die eerste echo die je enige gemoedsrust geeft, en kan je eindelijk tegen iedereen het heugelijke nieuws vertellen (alsof je dat drie maanden geheim kan houden).

We hielden dan ook, uitgelaten en melig, elkaars hand vast terwijl we inkijk kregen in de buik van the Missus. De gynaecoloog-in-opleiding liet ons vrolijk de hartslag horen en ons wees op de armpjes, de beentjes en het hoofdje. Toen de gynaecoloog enkele minuten later binnenkwam, een blik op de monitor wierp en de student vriendelijk doch kordaat aan de kant zette, bleek de feestvreugde echter een domper nodig te hebben.

De nekplooi zat vol vocht, wat nooit een goed teken is, en de dokter stelde onze verwachtingen naar beneden bij. Ik weet niet meer of het op dat moment al uitgesproken werd: trisomie-21, het syndroom van Down.

Onmenselijke beslissing

We gingen naar huis, en droegen de beslissing die ons zo plots was opgedrongen onverbiddelijk mee. Samen in de zetel, zo dicht mogelijk bij elkaar, probeerden we onze situatie te vatten. Ik wens het niemand toe, om geconfronteerd te worden met zo’n keuze. We raakten niet verder dan afwachten en kijken wat de vruchtwaterpunctie zou brengen. The Missus maakte de volgende dag een afspraak en ging er alleen naartoe. Ze wilde niet dat ik er verlof voor nam. Daar aangekomen namen ze eerst een echografie. Het vruchtje was gestorven. Het was een meisje…

Achteraf volgde er een curettage en moesten we bloedtests doen om te kijken of we een structureel risico liepen voor trisomie-21, wat het bleek te zijn. Dat was gelukkig niet het geval. De gynaecoloog was overtuigd dat we pech hadden gehad en dat het volgende keer wel goed zou komen. Wij bleven bedrukt, maar gelaten achter. Zonder iets anders te doen dan de vorige keren, hoopten we toch op een andere uitkomst.

Derde keer goeie keer

Die volgende keer – derde keer, goeie keer – bleef er een schaduw van de verwachtingen in ons achterhoofd hangen, maar bij gebrek aan alternatief probeerden we ons zo zen mogelijk op te stellen. De zwangerschap werd van dichterbij opgevolgd en elk goed nieuwtje duwde die herinneringen iets verder naar achteren, tot the Missus bolrond was en we ons helemaal konden richten op de geboorte van ons zoontje.

Machteloos

Ik ben nu heel snel over de onmiddellijke nasleep gegaan, wat op dat moment zeker niet zo aanvoelde. Een curettage is geen pretje (#understatingwomenshealth), al had the Missus naar eigen zeggen meer last van de natuurlijke miskraam (toen was er ook geen mogelijkheid tot volledige narcose). Met alle illusies die je armer bent, is het zoeken naar een nieuw evenwicht. Gelukkig konden we dat met z’n tweeën doen.

Nu, voor mij was dit uiteraard niet betekenisloos, maar wel een stuk abstracter dan voor the Missus; met haar pijn, en mijn machteloosheid daartegenover, had ik het waarschijnlijk moeilijker dan met het verlies op zich.

Er is hier geen aanklacht, niets om voor te pleiten, of om je over op te winden. Ons verhaal is één versie van een realiteit die al te veel mensen kennen, en die onmogelijk uit te sluiten valt. Dat weten, en weten dat je daarin niet alleen bent, maakt het ook niet makkelijker op het moment zelf. Soms is de realiteit hard en pijnlijk en niet te ontwijken. Praten kan helpen, net als met hernieuwd enthousiasme nog een laatste keer alle dingen doen je een tijdje moet afzweren als je kinderen hebt. Maar dat is zowat de reikwijdte van mijn advies: immer voorwaarts en weet: this too shall pass.

 

Folker