Dat voeden is nog niets, wacht maar dat tot dat opvoeden begint!

Er woont sinds kort een klein monstertje in Jonah… Hij is voor mij nog steeds  mijn liefste, kleine knuffelbeer, maar heel af en toe komt dat monstertje naar boven. Daar sta ik als mama steeds even van te kijken.

Het monstertje is niet zo gek op grenzen, het kan er niet goed mee omgaan. Als Jonah in de hoek moet (wat gelukkig niet veel gebeurt) dan komt dat monstertje eens piepen, want in de hoek staan is niet leuk. Dan gilt Jonah: ‘Ik zal flink zijn!!!’ Ik begin dan al week te worden vanbinnen, maar we weten ook dat we grenzen moeten stellen. Zo is babybroer duwen niet oké, dus zetten we hem weer in de hoek. 

Klein monstertje

En dan komt het monstertje pas echt naar boven. Jonah verandert dan even in een monstertje dat met zichzelf geen blijf weet. Hij huilt en krijst, stampt met zijn voetjes, laat zich vallen en gromt. Hij wordt helemaal rood tot het lijkt alsof er stoom uit zijn oren zal komen.  Rust is het enige redmiddel. Ik blijf rustig praten en wissel af met Gerd. Zo blijven we allebei kalm en dan plots keert de rust terug. Dan geeft het monstertje het op: Jonah wordt dan stilletjes aan terug zijn lieve zelf. 

Hij komt dan terug even op adem. ‘Ik ga braaf zijn’, zegt hij dan en blijft even rustig in de hoek staan. De storm is terug gaan liggen en het monstertje is terug weg. 

Iemand zei ooit tegen me, na een klaagzang van mezelf over het opstaan om flesjes te geven: ‘Dat voeden is nog niets, wacht maar dat tot dat opvoeden begint!’ Ik begin stilletjes aan te geloven dat hij gelijk had.