De twijfels en kwaaltjes bij een derde zwangerschap

Het lijkt wel gisteren dat mijn vriend en ik besloten om ervoor te gaan. ‘Piece of cake’, dacht ik bij mezelf: de andere twee zwangerschappen waren fysisch vlekkeloos verlopen en ik zag dan ook geen graten in een derde zwangerschap. Had ik me daar even in vergist...

Nieuwe kwaaltjes

Was het nu omdat ik al twee dochters van 3 en 4 rondlopen had of omdat ik de kaap van 30 had gerond (iets wat ik nog altijd weiger te geloven, trouwens), maar plots werd ik geconfronteerd met termen als ‘het zuur’, ‘vaginale spataders’ en ‘kortademigheid’. Allemaal zaken die in mijn twintiger jaren mijlenver van mijn bed stonden.

Desalniettemin ben ik nu al fier op mijn ongeboren dochter, want ze heeft mij geen zwangerschapsstriemen of een overdosis aan kilo’s bezorgd! (O ja, het wordt een derde dochter. Ik troost mijn vriend met de gedachte dat alleen een échte man meisjes kan voortbrengen.)

Tot zover de ‘fysische’ bedenkingen die ik mij maak bij de zwangerschap.

Hoe past dat derde kindje in ons plaatje?

Een ander deeltje van mij is doodsbang. Hoe moet ik met een derde kindje omgaan?
Ze zal amper 3 en 4 jaar schelen met haar zussen en ik hoop dat ze met hun drietjes samen hun mannetje zullen staan in deze wereld. Maar als ik de babykleertjes weer bovenhaal, flitsen er allerlei vragen door mijn hoofd:

  • Help, ik ga mijn kind gedurende twee jaar amper verstaan.
  • Ze zal nog niet zelfstandig kunnen eten!
  • Hoe moet ik mijn tijd verdelen met de andere twee dochters (en vriend)? 
  • Enzovoort. En zo verder. (x 10)

Ik kan niet wachten...

Het zijn allemaal issues waarvan een controlefreak als ik het warm krijgt. Maar dan praat ik met andere mama’s en stel ik vast dat ook bij hen niet alles vlekkeloos verloopt en dat ook zij soms het noorden kwijt zijn.
Dus, een derde kindje? Ik kan amper wachten tot ze er is! 

NOOT: Intussen beviel Sylvie van een derde wolk van een dochter: Renée.