Dossier Verwachten en verliezen – deel 7: Abortus

Wanneer je ‘vol verwachting’ naar de boekhandel stapt om een boek over zwangerschap te kopen heb je de keuze uit een hele reeks titels. Enkele voorbeelden: ‘Mama worden’, ‘Zo krijg je een blije baby’, ‘Een praktische lifestylegids voor je eerste jaar als mama’, ‘Het nieuwe borstvoedingsboek’, ‘Het grote wonder’, ‘Geboorte vol vertrouwen’, Help ik word (super)papa’, ‘Op weg naar een bekrachtigende bevalling’, ‘Sterker zwanger’, ‘Bevallen op eigen kracht’, ‘Veilig zwanger’, … Titels die je laten dromen over een toekomst vol vervulling. Niets in al die titels doet vermoeden dat papa en mama worden niet voor iedereen zo’n rimpelloos traject kan worden.

Verwachten kan ook omslaan in verliezen. En wanneer je dan ook nog in stilte moet rouwen wordt het eenzaam verdriet dat niemand ziet. Iedere samenleving heeft regels om met verlies en verdriet om te gaan. In arbeidssituaties krijgt een personeelslid bijvoorbeeld vijf dagen werkverlet bij het overlijden van de partner of van een kind, drie dagen bij het sterven van vader of moeder, schoonouder, broer of zus. Dit soort regels bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Omtrent geboorte en ouderschap zijn er vele vormen van verlies waarvoor de samenleving geen normen, geen gebruiken en zelfs geen woorden heeft. Het gaat om ‘niet-erkende rouw’, om verliezen die door de samenleving en soms ook door de rouwenden niet als dusdanig worden herkend en erkend.

In deze bijdrage willen we even dieper inzoomen op tien verlieservaringen die met zwangerschap kunnen worden geassocieerd: kinderloos blijven, fertiliteitsbehandelingen, donorinseminatie, draagmoederschap, verlies van een prille zwangerschap, zwangerschapsafbreking om medische redenen, abortus, premature geboorte, adoptie, perinatale sterfte. Bij elk van deze ervaringen kan je rouwen. Vaak wordt dit niet eens opgemerkt door de directe omgeving.

Deel 7: Abortus

Buiten het afbreken van de zwangerschap om medische redenen kan elke vrouw die zich in een noodtoestand bevindt beslissen om haar zwangerschap af te breken. Jaarlijks maken 20.000 Belgische en 30.000 Nederlandse vrouwen een abortus mee. Daar zijn evenveel mannen bij betrokken. Over 25 jaar geeft dat een groep van 2,5 miljoen mensen. Als je daar ook de direct betrokken familieleden bijrekent, de artsen en de medewerkers in de centra die voor de uitvoering zorgen, dan is de groep nog groter.

Abortus is een noodkeuze in een crisissituatie. Het is de minst slechte oplossing. En het is een verlies, ook al heb je zelf beslist om de stap te zetten, vaak onder druk van de omstandigheden. Sommige mensen beleven het op dat moment misschien als winst, bevrijding, verlossing, maar niet zelden komt het later weer boven. In sommige gevallen hebben je partner of je ouders het roer voor je in handen genomen. Misschien luisterde je naar je verstand en riep je hart nee, of omgekeerd. Er kunnen vele redenen zijn: het komt op een ongelegen moment, het is een ongelukje, ik wil die partner niet als vader, ik wil mijn partner niet verliezen,…

Het taboe om over abortus te praten is nog steeds heel groot en wordt vaak bepaald door innerlijke schaamte en schuldgevoelens. Iemand heeft bestaan en mocht nooit worden geboren. Je wilt niet dat mensen het weten, het blijft een deel van je leven dat toegedekt moet blijven. Onderdrukte en niet toegestane rouwgevoelens kunnen je parten spelen op de meest onmogelijke momenten.

Het is opvallend dat een man én een vrouw samen een kind maken, maar dat het bij abortus meestal enkel over de vrouw gaat. In de Belgische abortuswet komt het woord ‘vrouw’ 16 keer voor, in de Nederlandse wet 20 keer - het woord ‘man’ geen enkele keer. De vrouw heeft het recht om te beslissen over haar eigen lichaam. Soms moet ze dit doen onder druk van de man, maar het gebeurt ook dat het de man is die moeite heeft met de beslissing en dat hij buitenspel staat. Hij hoopt misschien dat ze ook naar zijn mening zullen vragen. Als hij zich al verantwoordelijk voelt, heeft hij soms toch het gevoel niet mee te tellen. En waar moet hij met zijn rouw en verdriet terecht?

Bij sommige mensen blijft het verdriet rond dit ongeboren kind een deel van hun leven tot aan hun dood. Het kunnen uitspreken en delen kan het zachter maken, maar hoe kun je dertig jaar zwijgen bundelen in een paar zinnen? Wat niet bespreekbaar is, kent uiteindelijk geen bestaan. Verzwijgen doet niet verdwijnen.

Helpen is

Helpen is vooral erkenning geven aan verlies dat persoonlijk of maatschappelijk niet wordt erkend en het als rouw benoemen. Jezelf de kans geven het verlies te voelen en erover te rouwen brengt meer bevrijding dan het permanent opkroppen en wegduwen. De kring van stilte moet worden doorbroken. Door de niet-erkenning dreigt het verdriet onder de oppervlakte te blijven voortwoekeren. Dat resulteert in wat soms pathologische rouw wordt genoemd, ook al is dit geen pathologie van het individu maar het resultaat van ontkenning door een brede samenleving. Door je verdriet op te kroppen van je verdriet en door het gemis aan opvang en steun, kan het verdriet alle domeinen van je leven aantasten. Rouw is altijd een subjectieve ervaring. Te gemakkelijk wordt het verdriet van een ander geminimaliseerd, door ofwel het verlies niet als betekenisvol te erkennen of door de omstandigheden waarin het is ontstaan af te keuren. Persoonlijke opvattingen, oordelen of vooroordelen je kunnen remmen om mensen in verdriet persoonlijke zorg te geven. Laat oordelen over aan rechters en magistraten. Effectief helpen in verdriet vraagt dat je verschillen in visie accepteert, dat je onbevooroordeeld luistert en een klimaat van oprechte aanvaarding creëert.

Literatuur

Bateman-Cass C. The loss within loss: Understanding the psychological implications of assisted reproductive technologies for the treatment of infertility. Dissertation Abstracts International 2000: 61; 1624B. (UMI no. 9965385)

Glazer ES. Miscarriage and its aftermath. In Lieblum SR (Ed.). Infertility: Psychological issues and counseling strategies. New York: Wiley; 1997, 230-245.

Greenfeld DA, Haseltine F. Candidate selection and psychosocial considerations of in-vitro fertilization procedures. Clinical Obstetrics and Gynecology 1986: 29; 119-126.

Hurwitz N. The psychological effects of in vitro fertilization. Pre- & Peri-Natal Psychology Journal 1989: 4; 43-50.

Keirse M. Eerste opvang bij perinatale sterfte. Gedragingen en attitudes van ouders en hulpverleners. Leuven: Acco; 1990 (2de druk).

Keirse M. Therapeutische verbetenheid en patiëntenrechten. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 877-887.

Keirse M. Omgaan met een ongeneeslijke ziekte. Lessen uit de praktijk. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 1370-1379.

Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt: Lannoo; 2017.

Keirse M. Patiëntenzorg en -begeleiding. Leuven:Voorburg: Acco; 2005.

Kluger-Bell K. Unspeakable losses. Understanding the experience of pregnancy loss, miscarriage and abortion. New York: WW Norton; 1998.

Spitz B, Keirse M, Vandermeulen A. Als je een prille zwangerschap verliest. Tielt: Lannoo; 2010.