DOSSIER: wanneer is het 'goed genoeg' als ouder?

  • door Mamabaas

Onze aanrader van de maand? Het boek ‘Goed Genoeg? Een nieuwe visie op ouderschap’ van psychologe en pedagoge Inge De Waele. Het is een boek dat je doet nadenken over het ouderschap van vandaag en vooral: het biedt je troost én hoop in deze voor jonge ouders vaak heel onbegripvolle tijden. ‘Het is normaal dat je als ouder moet zoeken naar je eigen taal met je kind(eren). En voor iedereen is dat anders. Het zoeken naar de juiste communicatie is vaak een zoektocht, maar het loont wel de moeite, want wat taal je geeft, is tijd. Tijd om dingen uit te leggen, te verzachten.’ 

Communicatie = de key

In die nieuwe visie op ouderschap is communiceren de key. ‘Niet alleen met je kinderen, maar ook met je partner’, vertelt Inge.

‘Als je alle twee een totaal andere opvatting als ouder op nahoudt, kan het soms heel eenzaam zijn in een relatie. Kunnen luisteren en kunnen verwoorden, dat is de essentie. Mijn man had eens de kleren van de jongste aan de oudste aangedaan, omdat ik vroeg weg moest voor mijn werk. Ik reageerde achteraf door te zeggen: ‘Zeg, doe dat nu eens goed aan! Is dat nu zo moeilijk?’ Waarop hij heel helder verwoordde: ‘Het is ofwel het een of ander: ofwel doe je de kleren zelf aan, ofwel is dit het resultaat.’ En eigenlijk had hij 100 procent gelijk.

Daarom ook mijn raad aan vrouwen: vertel niet aan een vriendin dat hij ‘het’ maar niet inziet – wat dat ook moge zijn. Zeg het hem zelf. Vertel je boodschap tegen de juiste persoon, tegen de persoon van wie het voor belang is. Zo alleen kun je elkaars inzet als ouder leren zien en leren begrijpen.

Veranderde samenleving

De samenleving is enorm veranderd de laatste decennia, stelt Inge De Waele bij aanvang van haar boek, alleen is ze jammer genoeg niet in de richting van het ouderschap geëvolueerd.

‘Alles wordt bekeken vanuit economisch standpunt’, vertelt Inge. ‘Dat is gegroeid vanuit de emancipatie: man en vrouw zijn gelijk en je wordt nu allebei het liefst zo snel mogelijk – zo kort mogelijk na je studies – geactiveerd om te werken. Ik zeg niet dat die emancipatie niet goed is, integendeel. Mijn eigen moeder was huisvrouw, had 7 kinderen, had een inwonende moeder die haar hielp, maar was ze gelukkig?

Wat ik wel vaststel is dat het emotionele aspect vandaag heel weinig waardering krijgt. Er zijn heel veel ouders die ontzettend veel inspanningen doen, maar ik krijg ook, vanuit mijn beroep, heel veel te maken met kinderen in de bijzondere jeugdzorg bij wie het niet goed loopt… En daardoor besef ik des te meer dat wij, als ouder, een enorme verantwoordelijkheid dragen over onze kinderen, want wat we meegeven, heeft vaak gevolgen voor de rest van hun latere leven.' 

'Dat zou meer mogen gewaardeerd worden vanuit de maatschappij. Zij die meer zouden willen thuisblijven voor de kinderen zouden die keuze bijvoorbeeld moeten kunnen maken. En dat hoeft niet per se de moeder te zijn; ook vaders kunnen dat doen. Het zou allemaal wat minder zwart-wit mogen zijn.’

moeder met dochter en kat

Weinig waardering voor ouders

Er is heel weinig waardering naar ouders toe vandaag, vindt Inge.

‘De toon is duidelijk: de wereld is al overbevolkt, dus als je een kind op de wereld zet, dan doe je het maar beter goed. Terwijl veel ouders wel al heel erg hun best doen. Sommige ouders hebben er al een halve dagtaak opzitten vooraleer ze zelf op hun werk belanden. Ik word daar keer op keer door ontroerd. Want ik weet hoeveel moeite het kost om iedereen op tijd op zijn bestemming (school, werk) te krijgen.'

'En toch worden ouders heel vaak beoordeeld op wat ze niét goed doen of wat ze ‘horen’ te doen, en niet op wat ze wél goed doen. Dat doet de ouders twijfelen. Doe ik het wel goed? De mensen zijn op zoek naar antwoorden, omdat ze voor het dilemma staan: genoeg financiële slagkracht genereren en voldoende tijd met het gezin doorbrengen.’

Gaat het niet? Eigen schuld, dikke bult

Sinds de jaren 70 kennen we de term ‘burn-out’, die de relatie legt tussen werk en stress. Voor de spanningsboog binnen de kind-ouderdynamiek hebben we in onze samenleving geen concept of taal waarmee we hier aandacht aan kunnen geven, stelt Inge.

‘Als we er al woorden voor hebben, dan gaat het over de ouder die beter zijn/haar best moet doen. Een tijdelijke inzinking bestaat niet. Dat is het beeld dat onze prestatiegerichte maatschappij ons opdringt: je moet er als ouder voor zorgen dat je kind zich kan ontwikkelen tot een zelfredzame volwassene die later hoge toppen scheert. En lukt dat niet, dan ben je niet consequent genoeg geweest als ouder.’

En toch wringt daar juist het schoentje. ‘De 3 R’en-visie (Rust, Reinheid, Regelmaat) die vandaag tot mijn verwondering nog in veel nieuwe richtlijnen wordt meegegeven is bevreemdend, want de visie dateert uit de periode na de Tweede Wereldoorlog.'

'Mensen bleken in staat te zijn om zoveel geweld te plegen en dat wilde men ten allen tijde voorkomen, dus paste men die 3-R’en-regel toe op de wezen die in verzorgingstehuizen werden opgevangen ter preventie van afwijkend gedrag. Maar bestaat er dan zoiets als het standaardkind? Er is altijd invloed van de omgeving in de welke het kind in kwestie opgroeit.'

'Het gevaar is dat de ouders die deze adviezen willen opvolgen hun baby niet ontmoeten en dat de stress tussen ouder en kind alleen maar oploopt en uitmondt in een chronisch patroon.’

Hechting

Tegenover die conservatieve opvatting oefent vandaag de hechtingstheorie steeds meer invloed op ons denken over de ouder-kindrelatie. Die stamt voort uit onderzoek in die naoorlogse periode door John Bowlby over het afwijkende gedrag van jeugdige delinquenten. Hij had de opdracht gekregen van de Wereldgezondheidsorganisatie om de gevolgen in kaart te brengen van de scheiding van de moeder voor jonge kinderen die in een verzorgingstehuis verbleven. Zijn conclusie: ‘langdurige deprivatie van moederzorg kan voor het jonge kind zware en verstrekkende gevolgen hebben voor zijn karaktervorming en daarmee voor zijn toekomstig leven.’

Bowlby en zijn onderzoekers kwamen tot de ontdekking dat baby’s volwassenen nodig hebben die onmiddellijk en met het gepaste gedrag reageren op hun gehuil. Bowlby dacht eerst dat alleen de moeder van het kind hiertoe in staat was. ‘Dat legde de verantwoordelijkheid dus volledig bij de moeder. Met andere woorden: de moeder die haar kind naar de crèche bracht deed niet goed.’

vader met dochter aan ontbijt

Nieuwe visie op ouderschap

'Ik wou het allemaal wat minder eng bekijken. Die nieuwe kijk gaat de wisselwerking tussen ouder-kind anders gaan bekijken.'

'Zo kan ook het kind bij geboorte invloed uitoefenen en betekenis geven aan het gedrag van de ouder. Concreet wil dat zeggen: je probeert anders te kijken naar ouders en naar de moeilijkheden waarmee ze zitten, door te kijken naar wat alle betrokkenen doen.'

'We leren niet alleen te kijken naar wat er zich in onszelf afspeelt of proberen niet te raden over wat het kind of de ouder ertoe beweegt om zich zo te gedragen. We gaan vooral toetsen aan wat we waarnemen: wat doet de ander waardoor ik zo doe? Wat doe ik waardoor de ander zo doet?'

'Dat biedt veel vrijheid, want de aanpakken die werken, behoud je, en de aanpak die niet werkt, proberen we te veranderen. We kijken dus naar de effecten, en niet alleen naar de bedoelingen. Hoe hoort iemand iets of neemt iemand iets waar? Dit soort van denken geeft je de kans om te herstellen en is dus positief.’

Leren praten met elkaar

‘In het nieuwe denken gaan we ervan uit dat het leven uit spanningsvelden bestaat. Tegenpolen bestaan uit verbindingen én verschillen. De kunst is te leren zoeken naar wat er gemeenschappelijk is tussen de tegenpolen en van daaruit leren omgaan met de verschillen in onze relaties.’

De nieuwe aanpak vergt dat er veel meer in woorden moet worden gegoten. ‘Want je moet niet onderschatten hoeveel er eigenlijk gezegd wordt als er wordt gezwegen’, vertelt Inge. ‘Als je het ouderschap zo bekijkt, kies je bewust voor ouderschap dat een existentieel avontuur is met vallen en opstaan. Met andere woorden: fouten maken mag, maar je moet er dan wel over communiceren.’

Moeder, waarom twijfelen wij zo?

Wat ons vaak doet twijfelen, zijn patronen uit onze eigen jeugd. ‘Heel concreet: moeilijke eters bijvoorbeeld. Als ouder zijn we allemaal zelf kind geweest. Iedereen heeft een beeld over hoe een ouder zou moeten zijn en niet moeten zijn.'

'Iedereen neemt zijn ervaringen mee, het bepaalt hoe je nu in je leven staat. Als je tevreden bent, blik je terug met een gevoel van: ‘mijn ouders hebben het goed gedaan. Ik moest verplicht proeven als ik iets niet lustte en dat werkte, dus ik ga dat ook toepassen, want dat werkte.’ Tot je merkt dat het niet werkt voor jouw kind. Omdat de tijden, of de context, veranderd is.’

‘Steeds meer kijken we naar onze kinderen als een gelijkwaardig iemand, en dat is een volledig nieuwe manier om met elkaar om te gaan. Dat wil zeggen: ook het kind kan invloed uitoefenen op zijn omgeving. In Vlaanderen, maar ook in andere streken, werd een kind heel lang gezien als een ‘onaf product’ dat we zo lang mogelijk moesten begeleiden en opvoeden. Pas als het kind volwassen was, was hij/zij evenwaardig.

vader neemt zoon bij de wangen

Leren onderhandelen met respect voor elkaar

Alle ouders krijgen te maken met de eigen wil van hun kind. Dat hoort bij het opgroeien. Zo leren kinderen zelfstandig te worden. Maar het is niet altijd gemakkelijk om daarmee om te gaan.

'Af en toe zou je ze wel eens achter het behang kunnen plakken, vooral als het op eten, slapen of zindelijkheid aankomt, de zogenaamde ‘peuterwapens’', lacht Inge. 'Hoe liever je als ouder wil dat het kind hierin jouw regels volgt, hoe meer strijd er wordt geleverd. Vaak heeft die strijd te maken met angst. Vanuit het perspectief van de ouder kunnen we bang zijn dat het kind iets tekort zal komen om zich goed te kunnen ontwikkelen (te weinig eten bijvoorbeeld). Vanuit het perspectief van het kind kan het zijn dat het kind zich niet veilig voelt of angstig wordt omdat er iets verwacht wordt waaraan het niet kan voldoen: het is niet moe, heeft geen honger, of is fysiek nog niet in staat om zindelijk te zijn. We vallen vaak terug op regels die we van vroeger kennen, die impliciet zijn en daardoor voor verwarring kunnen zorgen.'

'Leren onderhandelen met respect voor elkaars belangen is een voorbereiding voor het volwassen leven later.’

Niet kind veranderen, maar omstandigheden

Soms is het gemakkelijker dat je iets verandert aan de omgeving dan aan het kind. Je wil dat gedrag doen stoppen en de enige manier die je kent is straffen. Maar straffen geeft je geen garantie dat je kind het niet meer gaat doen de volgende keer.

‘Deze aanpak is veel doeltreffender’, zegt Inge. ‘Als je merkt dat een compliment je kind doet openbloeien, is die aanpak misschien beter.’ Het komt er op neer om mogelijke misverstanden, de dingen die meestal niet gezegd worden, in woorden te gieten en van daaruit verder te bouwen.  We verwachten soms het onmogelijke van onze kinderen. Een kind kan niet kiezen voor zijn ouders, het is afhankelijk van hen.’

‘Het enige is wat we wetenschappelijk weten dat kinderen geboren worden met temperament. Je hebt rustige baby’s en baby’s met vurig temperament, of ‘moeilijker’, zo je wil. Maar het is duidelijk: het is perfect normaal dat ze vanaf 2 jaar, als de fontanellen zich sluiten, door een kinderpuberteit gaan. De ene gooit zich op de grond, de andere zet zich koppig in een hoekje:  alles hangt af van hun temperament en dat van jou. Op basis van die factoren kun je kijken hoe je ermee omgaat.

Perfecte ouder bestaat niet

Wat Inge wil zeggen met haar boek, is dat het normaal is dat je als ouder moet zoeken naar je eigen taal met je kind(eren). En voor iedereen is dat anders. Het zoeken naar de juiste communicatie is vaak een zoektocht. ‘Maar wat taal je geeft, is tijd. Tijd om dingen uit te leggen, te verzachten.’

‘Geef jezelf tijd genoeg; de perfecte ouder bestaat niet. Ik heb zelf drie zonen en was zelf, als ze klein waren, ook soms vervelend en lastig. Maar ik vond wel mijn woorden en kon zeggen: ‘Sorry, ik was gisteren over mijn toeren.’ Zelfs als kinderen nog maar 2 jaar zijn, voelen ze al wat je daarmee bedoelt. En bovendien: ze leren het zelf ook te zeggen.’ Als je dat niet kunt doen, dan blijf je in een soort van een vijandigheid hangen…

Wanneer is het goed genoeg?

 

‘Het is een illusie dat alles altijd in harmonie kan zijn’, zegt Inge. ‘Het ouderschap zal altijd een dynamisch proces van vallen en opstaan zijn, maar als je de taal vindt om met je kind in gesprek te gaan, kun je er bij elke dip terug woorden aan geven. En als die terug kunnen zalven, kun je weer verdergaan. Woorden kunnen je als mens het gevoel geven van duurzaamheid. Als iemand je op dit moment kan zeggen: ‘Ik zal je voor de rest van mijn leven graag zien’, ook al kan hij/zij dat nooit zeker weten, toch doet het ongelooflijk deugd.’

 

Het is een proces dat met andere woorden nooit af is.

‘Dat vraagteken staat heel erg bewust achter de titel van het boek, omdat je je, als je bewust blijft als ouder, die vraag eigenlijk elke avond in de spiegel moet stellen’, zegt Inge. ‘Is er iets dat niet goed is gelukt, dan kun je morgen beter doen. Eigenlijk weet je dat je het goed doet als je partner en je kinderen je dat vertellen: als zij met je kunnen praten en je graag zien, dan ben je een goede mama.’

goed genoeg inge dewaele

Over het boek Goed genoeg

Goed genoeg is verkrijgbaar in de boekhandel en opgedeeld in vijf hoofdstukken:

Deel 1: tussen controle en onmacht

Deel 2: tussen standvastigheid en veranderlijkheid

Deel 3: tussen spreken en zwijgen

Deel 4: tussen fysieke en sociale omgeving

Deel 5: tussen denken en doen