Duurt de grote vakantie te lang?

Sommigen vinden de grote vakantie te lang, anderen te kort en nog anderen vinden die net goed. Voor de kinderen kunnen de vakanties nooit te lang zijn, maar wat denken leerkrachten daar nu over? Juf Laure vertelt wat hierover in leraarskamers allemaal gezegd wordt.

Moet de grote vakantie echt 8 weken duren? Dat is een vraag die vaak terug komt in leraarskamers en waar heel wat discussies rond gevoerd worden. Vaker vakantie maar in kortere periodes, het is iets waar heel wat voordelen aan vasthangen, maar uiteraard ook wat nadelen.

Voor mij als juf is de grote vakantie niet te lang. De eerste week van juli bol ik nog wat uit door mijn klas op te ruimen, mailbox te legen, dropbox te herschikken… Half augustus begin ik alweer aan het opstarten van het schooljaar: vergaderingen, klas inrichten, lessen voorbereiden… Dus als je het zo bekijkt, is de grote vakantie voor mij ‘slechts’ 5 weken.

Tijd om te recupereren

Voor kinderen is dit echter niet zo. Voor hen is het vakantie vanaf dat ze op 30 juni om 12u de school uitstappen tot ze op 1 september om half 9 weer aan de schoolpoort staan. Zij gaan niet nog de eerste week van juli herhalen wat ze gezien hebben of half augustus al beginnen met in hun boeken voor het komende schooljaar te snuisteren.

Ze genieten van een vakantie en dat verdienen ze echt wel. Ze hebben tien maanden hard gewerkt aan het opnemen van nieuwe leerstof, maar ook aan contacten leggen met vriendjes, sociale vaardigheden ontwikkelen. Eind juni merk je als juf/meester dat de kinderen doodmoe zijn. En sommigen hebben twee maanden nodig om te recupereren.

Nadelen

Natuurlijk hangen er daar wel enkele nadelen aan. In de vakantie moesten ze geen 50 minuten geconcentreerd op hun stoel blijven zitten of hun vinger in de lucht steken of zich houden aan de regels van de school. Thuis zullen uiteraard ook wel regels gelden, maar in de klas zijn de regels vaak strenger (stil zijn, in de rij lopen, geconcentreerd blijven…). Ook het vroege opstaan zijn ze niet meer gewoon.

Kinderen moeten eigenlijk na twee maanden opnieuw leren (of wennen aan) de structuur van een schooldag en de regels de school. Hij of zij mag niet zomaar buiten gaan spelen omdat het mooi weer is.

Ze zijn ook vaak leerstof vergeten. Wanneer ze twee weken vakantie hebben, zit het er vaak nog in. Soms ook omdat ze dan nog een taak meekrijgen naar huis. In de grote vakantie hoeven ze zich eigenlijk twee maanden niet bezig te houden met hetgeen ze geleerd hebben. En voor sommige kindjes is niet echt goed, dat merk je dan ook aan het begin van volgend schooljaar. In mijn klas is het vooral wiskunde dat elk jaar een grondige opfrissingsbeurt vraag. Er komt ieder jaar nieuwe leerstof bij, maar die bouwt natuurlijk verder op wat ze al geleerd hebben. Herhalen is dan zeker een must na twee maanden.

Ze zijn er weer klaar voor

Zo’n opfrissing is uiteindelijk ook niet slecht, en na twee maanden zijn de kinderen er echt wel weer klaar voor. De meeste kindjes kijken echt wel uit naar 1 september, al is het maar omdat ze dan hun vriendjes terug zien.

Er valt zeker iets te zeggen voor kortere vakanties op een regelmatige basis, voornamelijk omdat de kinderen dan minder tijd hebben om alles te vergeten, maar je moet naar het volledige plaatje krijgen: kinderen hebben vaak nood aan uitrusten na tien maanden op de schoolbanken.  En zeg nu eerlijk, ze verdienen het toch om eens twee maanden te ravotten en te spelen…?  Zouden wij toch ook willen?

Door een grondige herhaling te geven in september zijn de meesten ook snel weer mee, dus voor mij mag de grote vakantie blijven zoals ze is.