Een favoriet kind hebben is eigenlijk niet zo erg

  • door Mamabaas

Ouders die meer dan één kind hebben, herkennen de vraag wel: ‘Heb je een favoriet kind?’ Meestal is het antwoord ontwijkend en diplomatisch: “Ik zie ze allemaal even graag!” Ook de (niet zo kleine) groep die in haar of zijn hart eigenlijk wel een favoriet heeft… Kinderpsycholoog Tischa Neve: “Het is een enorm taboe. Terwijl het eigenlijk niet erg is. Het zou goed zijn als het bespreekbaar wordt.”  

 

 

Twee voordelen aan favoritisme

Of dat taboe snel zal verdwijnen, is nog maar de vraag: overal ter wereld voelen ouders zich ongemakkelijk bij het idee dat je een kind liever ziet of zijn gezelschap meer waardeert dan van een ander. Ze begraven het gevoel, negeren het, vechten ertegen. Nochtans is het eigenlijk niet zo raar: elk kind is anders, en elke ouder is anders. De verhouding van ouders met hun kinderen verschilt dus ook onderling, en sommige zijn gemakkelijker en leuker dan andere.

Een favoriet hebben, en dat durven toegeven (ten minste voor jezelf), heeft twee grote voordelen. Ten eerste betekent het dat je je ervan bewust kunt worden waardoor je er iets mee kan doen. Op de tweede plaats doe je er ook jezelf een plezier mee: je hoeft je niet slecht te voelen en je hoeft er ook niet krampachtig tegen te vechten. Dat bespaart veel energie en misschien wel wat slapeloze nachten - beide dingen waar moeders en vaders chronisch tekort aan hebben.

 

Wat je ermee doet

Eigenlijk is een favoriet kind hebben niet erg, het is wat je ermee doet. Als je weet waarom je op het ene kind geprikkelder reageert dan op het andere, of dat je opmerkt bij jezelf dat je het favoriete kind gemakkelijker en vaker knuffelt dan de andere. En dan kan je  je gedrag aanpassen: bewust je aandacht en affectie gelijk (of zo gelijk mogelijk) verdelen, bijvoorbeeld, actief moeite te doen om een band te ontwikkelen en onderhouden bij de niet-favoriet(en) en minder snel geprikkeld en boos te reageren bij de niet-favoriet(en).

 

Niet de enige

Hoeveel ouders een favoriet kind hebben en in welke mate, is niet zo duidelijk maar wees er maar zeker van: als je een favoriet hebt, ben je zeker niet alleen. Verschillende studies hebben dit proberen onderzoeken maar de cijfers lopen uiteen van één op zes (ongeveer 17 procent) tot 95 procent (het onderzoek van Kluger). De manier waarop de vraag werd geformuleerd en de enquête werd afgenomen (online of face-to-face), heeft wellicht een grote impact: door de sociale onwenselijkheid van het gedrag, zullen ouders minder geneigd zijn eerlijk te antwoorden als de vraag hen in het gezicht wordt gesteld.

Wie is de favoriet?

Meestal zijn de kinderen die het meest (qua karakter en/of uiterlijk) lijken op de ouders de favoriet omdat de ouders het kind beter begrijpen en de opvoeding vlotter verloopt. Sommige onderzoekers menen zelfs dat er een evolutionair-biologisch kantje aan dit gedrag zit, zeker bij de vaders: kinderen die het meest op de papa lijken, hebben zo meer kans op de favorietenrol omdat de vader zo zekerder is dat ‘zijn’ genen worden doorgegeven.

Volgens een onderzoek van Time Magazine-journalist Jeffrey Kluger uit 2011 is er ook een link met geslacht: de jongste dochter is vaker de oogappel van de vader, de oudste zoon die van de moeder. Middelste kinderen zijn het minst vaak het favorietje, tenzij ze de enige dochter of zoon van het gezin zijn. “Het is niet de schuld van de ouders, het is gewoon natuurlijk om een favoriet te hebben.”

 

Zwijgen is goud

Dat betekent overigens niet dat je aan je kinderen luidop moet zeggen wie de favoriet is, zo voegt Neve er nog aan toe. “Dat is superslecht voor het zelfvertrouwen van het kind!” Desondanks hebben kinderen het soms wel door: “Als je je ene kind hoort zeggen dat een ander duidelijk de favoriet is, dan is het tijd om er iets aan te doen en iets leuks te gaan doen met het kind dat zich ‘achtergesteld’ voelt.”

Bovendien wil het niet zeggen dat de favorietenrol niet soms kan keren of evolueren. Of zoals Jeffrey Kluger het zegt: “Mijn voorkeur voor mijn kinderen verschilt van dag tot dag, het kan zelfs in een paar uur omslaan.”

 

Geen twee zijn dezelfde

Uiteindelijk is het niet zo onlogisch om een favoriet te hebben, dat heb je bij je vrienden, je collega’s en huisdieren ook. Dus waarom niet bij kinderen, ook al zijn het je eigen kinderen? Geen twee personen zijn dezelfde, dus sowieso is ze hetzelfde behandelen of graag zien al moeilijk. ‘Favoritisme’ betekent echt niet dat je een kind liever ziet en de andere minder, je ziet ze alleen graag op een andere manier en om andere redenen.

En dat is oké.