Een ode aan kraamkost

  • door Gastmama

Ik ben een grote fan van kraamkost, zowel om het te krijgen als om het te geven. Ik vertel graag waarom je het ook eens zou moeten proberen!

Krijgen

Ik ben bevallen. Eindelijk dat kleintje leren kennen, omarmen, knuffelen en er uren naar kijken. Na enkele nachten materniteit kom ik thuis. Borsten bloedend van de kloven, te weinig slaap, de zone die daar vanonder aanvoelt alsof er een tram over gereden is, een peuter die om aandacht vraagt …

Als iemand jou in die kwetsbare periode, in die meest pure vorm van moeder-zijn, kraamkost komt brengen, dan maakt je hart letterlijk een sprongetje. Iemand die zorgvuldig ingrediënten heeft uitgekozen en ze met liefde heeft bereid tot een ‘lekmelipje’ gerecht. Zoiets heeft me telkens zo diep geraakt. Nooit of te nimmer vergeet ik die lijst met goeddoeners. En ze hebben me bewogen.

Geven

Ik vraag geruime tijd voor de bevallingsdatum wat ze graag lusten en vooral wat niet. Ik denk na, het moet iets zijn wat ik kan, waarmee ze hier thuis heel blij zijn als dat op tafel komt. Veel groentjes, goed gekruid. Oei, zouden ze veel of weinig zout willen? Iets tussenin, ik stoor ze niet met deze vraag.

Het is zondag, ik laat manlief liggen en ga met de baby en peuter stilletjes de deur uit naar de bakker. In een opwelling koop ik een dubbele portie pistoletkes en croissants, O en doe er die chocoladekoek en dat glacéeke ook maar bij. Ik lach, verheug me op hun reactie. Leg alles bij hen voor de voordeur en stuur ze bij thuiskomst een berichtje.

Puur altruïsme bestaat niet. Je geeft, je maakt een gezin blij, maar de dankbaarheid die je ervoor terugkrijgt, is minstens evenveel waard.

De cirkel is rond.

Kraamkost, zo ziet de wereld er net dat ietsje beter uit.

Doen!

 

Inge De Ghein