Een weekendje weg zonder kinderen

Een midweekje weg, zonder kindjes. Al weken keek ik ernaar uit. Effe uit de rush stappen, en niets, maar dan ook niets moéten.

Drie dagen weg zonder kindjes. Al weken keek ik ernaar uit. Effe uit de rush stappen, en niets, maar dan ook niets moéten. Vorige week was het eindelijk zover. 

Peace & quiet

Ook bovenaan op mijn lijstje stond met stip: eens rustig naar het toilet kunnen gaan zonder de gebruikelijke toeschouwers A. en E. Hoe gezellig en hoe lief ik ze ook vind, ik begrijp écht niet waarom ze ook nog eens op het toilet moeten staan toekijken en met veel interesse vragen wat mama van plan is te doen: een kleine boodschap? Of toch een grote? Serieus, alsof ze voor het VTM-nieuws live verslag gaan uitbrengen over de stand van zaken in Toiletland.

Maar ik wijk af. Ik (en natuurlijk ook mijn gevolg) keek er geweldig naar uit. En niets gaat boven die allereerste uurtjes met zijn tweeën, net nadat je je kroost hebt afgezet en je weet dat ze in goede handen zijn. Je voelt je als twee kinderen in een snoepwinkel: alles ziet er even leuk, lekker en verboden uit. Je gniffelt bij het idee alleen al dat je vanaf nu ongestraft cola mag drinken in de auto. Of een pakje chips kunt opentrekken op een onchristelijk uur. Of laat naar een film kunt kijken zonder de volgende dag op jezelf te lopen vloeken omdat je te moe bent.

En dan die waaier van mogelijkheden die voor je ligt. Op restaurant gaan in het midden van de dag bijvoorbeeld, zonder als twee gekken je eten naar binnen te moeten schrokken. De klok is je vriend, no matter what. Geen dutjes die moeten gedaan worden. Geen kindermaagjes die dringend moeten gevuld worden. Conversaties gaan niet alleen over de prutsen, maar ook over andere dingen… 

En dan vertrekken we naar onze bestemming. Een kleine omweg langs een veel te schattige kinderwinkel doet je weer eventjes te veel kleren kopen voor de kinderen (want ze hebben nog geen kleren, stel je voor), maar dat is hoogstens een afkickverschijnsel. Eens op bestemming denken we effe niet aan de kindjes. Omdat het kan en omdat we weten dat ze in de opperbeste handen zijn. Ik verkondig zelfs luid (en een beetje overmoedig) tegen de echtgenoot: ‘Vroeger zou ik dat niet gekund hebben, zo’n hele week op vakantie gaan zonder kinderen. Maar nu zou ik dat ook wel zien zitten. Echt wel!’

Dag 1: another day in paradise

Bij het opstaan vind je alles even fijn. Het ontbijt is van bij het beste dat je ooit al gegeten hebt (nou ja, eigenlijk is het ook maar gewoon plattekaas met wat fruit erbij, zoals je elke ochtend eet, maar toch). Het feit dat je het niet moet opruimen, maakt het toch een beetje lekkerder.

De koffie smaakt anders. Smaakvoller. (Nou ja, in feite is dat ook dezelfde als thuis, maar goed, het is het idee dat telt). Na het ontbijt ademt de vrijheid weer recht in ons gezicht. Ik ga naar het toilet en geniet van de stilte. Wezenloos staar ik naar mijn kleine teen en denk bij mezelf dat ik die nagellak er eens zou moeten afhalen. Om het dan toch niet te doen. Want ook dat is één van de vele opties. De dag raakt gevuld met van alles en niets. Een wandeling naar het strand. Ook hier valt de immense stilte op. Geen kleine stemmetjes die om de 5 seconden vragen: ‘Is het nog ver?’.

Ik tuur naar de zee, blader wat lusteloos in een boekje. En dan gebeurt het. Mijn oog valt ineens op twee kleine prutsen die tegen de golven in springen.

Krak.

Ik kijk rond mij, naar de echtgenoot, maar weet niet goed wat er is kapot gegaan. Dan voel ik het, ergens in mijn borstkas, en het zaait naar de hele bovenkant uit. Heimwee.

Ik. Mis. Ze.

Ik slik het door, probeer stoer te doen. Get a grip, woman, ze zijn nog maar één dag weg. Ik probeer de twee ukken te negeren, maar hun spontane geschater is luid en aanstekelijk. ‘Tss, stomme kinders’, denk ik, ‘ga ergens anders eens schattig doen.’

Dag 2: crazy mom-alert

‘Vanavond kan ik terug hun geurtje opsnuiven.’ Het is letterlijk het eerste dat in mijn hoofd schiet als ik wakker word. De echtgenoot herkent de tic nerveux rond mijn ogen (crazy mom-alert) en stelt een compromis voor: laat ons onderweg naar huis lunchen. ‘Want dan zijn we al dichter bij de prutskes.’ Aha, hij had het precies toch door.

Terug bij oma en opa, een paar uurtjes later. Mijn hart maakt een sprongetje als ik hun blije gezichtjes zie. Het eerste wat ik doe: hun geurtje opsnuiven. De kleinste heeft het eerst vooral voor haar vader, maar komt na een tijdje toch vrede sluiten met haar moeder, het mens dat haar voor welgeteld twee volledige dagen in de steek liet… Toch ziet ze er blij en vrolijk uit; ze hadden de tijd van hun leven bij oma en opa.

Een paar minuten later ga ik naar het toilet. Net als ik de deur wil sluiten, staat de oudste al bij mij. Vijf seconden later vliegt de deur weer open – ik zit intussen al op de WC-pot. Het is de jongste die heel toevallig ook pipi moet doen. ‘Mama, wat ben je aan het doee-een? Ik moet ooo-oook!!’

Dag 3: Weer moe

We zijn weer thuis. Ik neem een bad met de girls. Het is gezellig. ‘Goh, ik heb dit gemist. There’s no place like home’, denk ik.

En dan wordt het wel erg gezellig. Het water klotst. Er wordt geroepen en tikkertje gespeeld in de slaapkamers. Mijn hoofd staat op springen. ‘Ik ben alweer een beetje moe, precies’, is één van de gedachten die door mijn hoofd schiet.
Ik kom beneden, de echtgenoot merkt de verwilderde blik in mijn ogen op. 'Volgende keer toch drie nachtjes, liefje?'
Wel ja, in feite. Waarom niet. Want eigenlijk hebben we ons allemaal wel geamuseerd. Alleen moet moeder dat dwaze schuldgevoel een beetje leren loslaten...