Hoe behandel je obstipatie en constipatie?

Wanneer je kind last heeft van aanhoudende problemen met de stoelgang, grijp je best zo snel mogelijk in. Hoe je deze lastige kwestie aanpakt, legt pediater Tamsyn Barlow uit.

Wat constipatie en obstipatie juist inhoudt, vind je hier.

Medische behandeling

Lichamelijke oorzaak? 

Een arts onderzoekt je kind grondig om na te gaan of er een lichamelijke oorzaak te vinden is.

  • Hij onderzoekt de stoelgang.
  • Hij gaat na of de sluitspier goed werkt.
  • Hij checkt of er stoelgang aanwezig is in het laatste stukje van de darm.

Soms zijn er aanvullende onderzoeken nodig om een lichamelijke oorzaak op te sporen of uit te sluiten.

Kan de dokter geen lichamelijke oorzaak vinden – wat meestal het geval is – dan spreken we van functionele obstipatie.

Functionele obstipatie 

Bij functionele obstipatie wordt het stoelgangprobleem in de hand gewerkt door ophoud- of uitstelgedrag. Je kind zal dan het gevoel om naar het toilet te gaan onderdrukken door zich stijf te houden en de sluitspier op te spannen. Het gevolg? De stoelgang wordt weer even teruggeduwd in het darmkanaal en het gevoel om stoelgang te moeten maken valt weg.

Het probleem? Wanneer de stoelgang te lang in de darm blijft zitten, wordt die alsmaar harder. Stoelgang maken wordt dan nog pijnlijker, waardoor je kind nog meer geneigd zal zijn om het op te houden. Zo fel zelfs dat het er na een tijdje niet meer in slaagt om de harde massa eruit te duwen, waardoor zich harde proppen opstapelen in de darm. Dat leidt dan weer tot darmkrampen en je kind zal vaak klagen over buikpijn. Als de stoelgang zich blijft opstapelen, past de de darm zich trouwens aan: hij zet uit en het stoelgangproces wordt nog meer vertraagd.

Het gevolg? Je kind komt in een vicieuze cirkel terecht, waar het vaak moeilijk alleen uit geraakt. Om die cirkel te doorbreken, schakel je dus het best een dokter in voor een medische behandeling. Die gebeurt in twee fasen:

  1. Een volledige darmlediging.
  2. Een onderhoudsbehandeling (met bijvoorbeeld Movicol/Forlax junior, lactulose, paraffine-olie …).

Opgelet, na de medische behandeling zal je waarschijnlijk nog de hulp nodig hebben van een voedingsdeskundige, kinesitherapeut en eventueel een psycholoog. 

Begeleiding door een voedingsdeskundige

Bij kinderen let je er sowieso op dat ze gezonde kost krijgen voorgeschoteld, maar kinderen met een risico op obstipatie moeten, nog meer dan hun leefijdgenootjes, op hun voeding letten. Een gevarieerd eetpatroon is belangrijk en een voedingsdeskundige kan je het nodige advies geven. Onthoud alvast enkele vuistregels:

  • Zorg voor een gezonde voeding.
  • Geef méér vezels (belangrijkste bronnen van vezels: aardappelen, groenten, fruit, peulvruchten, noten, bruine rijst, deegwaren, bruin brood). Het is belangrijk dat je genoeg afwisselt tussen de verschillende vezels.
  • Laat je kind meer water drinken, zo’n zes glazen per dag (1 glas= 200 ml).

Advies van een kinesitherapeut

Alle kinderen zijn gebaat bij lichaamsbeweging (sporten), maar dat geldt in het bijzonder voor kinderen met stoelgangproblemen. Daarnaast kan het ook nuttig zijn om de hulp in te schakelen van een kinesitherapeut. Die kan technieken aanleren om het maken van stoelgang gemakkelijker te laten gaan:

  • Zorg voor een goede toilethouding: voetjes plat op de grond of op een bankje.
  • Leer je kind tijd maken en rustmomenten inbouwen om stoelgang te maken. Dat betekent vier maal per dag minstens vijf minuten op het toilet, in de houding aangeleerd door de kinesitherapeut.
  • Sommige kinderen hebben een verkeerde perstechniek. Die kan perfect worden bijgestuurd. Trucjes als een ballon opblazen of blazen op het handje werken zeer goed. 

Extra tips

  • Elk kind is verschillend. Sommige kindjes maken drie maal per dag stoelgang, andere slechts drie maal per week.
  • Volg het advies van je dokter nauwkeurig op. Verander nooit zomaar medicatie op eigen houtje.
  • Pas de voeding van je kind aan en doe dit voor het hele gezin.
  • Help je kind om zich aan de gemaakte afspraken houden. Samen sta je sterker!
  • Leer je kind om op vier vaste tijdstippen naar het toilet te gaan, bij voorkeur na de maaltijd. Maak ook een kalender voor de stoelgangtraining en vul deze stipt in (zeker gedurende vier weken).
  • Beloon je kind én jezelf voor alle geleverde inspanningen.
  • Zoek op tijd hulp bij een psycholoog wanneer het probleem niet of onvoldoende verbetert of telkens terugkeert. Bij kinderen die jarenlang problemen hebben met hun stoelganggedrag, zie je ook vaak bijkomende psychologische problemen opduiken. Heel wat kinderen worden uitgelachen of gepest op school. Veel kinderen mijden sociale contacten uit angst om weer een ‘ongelukje’ te hebben. Ook daarbij kan een therapeut soelaas bieden.