Hoe de ochtendstond maar weinig goud in de mond heeft (aka: de kuren van een 3-jarige)

Het is vijf uur. Ik hoor gerammel in één van de kamers. Ik sta op en kijk naar de kamer van de jongste. Het licht is volop aan. Hoink?

Het is vijf uur. Ik hoor gerammel in één van de kamers. Ik sta op en kijk naar de kamer van de jongste. Het licht is volop aan. Hoink? 

 

Die kinders zijn zot aan het worden

Ik doe de deur open en zie een klein wakker gezichtje piepen vanonder haar donsdeken. ‘Ava, moet jij niet slapen?’

‘Maar mama, ik moet kunnen zién.’

‘Maar kind, je moet niet kunnen zien! Je moet je oogjes dichtdoen en slapen. Mama gaat dat ook doen zie.’

(luider) ‘Maar nee, mama, ik wil ziééén!’

Ik kijk rond en zie alle lichtjes branden in haar kamer… Zucht.
Ik probeer haar nog één keer te overtuigen om die verdamde lichten uit te doen, maar sus haar al snel als ze luid begint te panikeren (haar zus slaapt in de kamer ernaast, weet je wel). Het compromis: één lichtje. Het is een keuze die je maakt als ouder. Consequent zijn is één ding, je leven beu zijn is nog iets anders.

Ik vloek inwendig, want echt waar, wat voor een mens wil er nu niet gewoon slàpen op dit veel te vroege uur?! Grumbel, grumbel! Ik sakker wat tegen de wederhelft die slaapdronken vraagt wat er gaande is. ‘Die kinders zijn helemaal zot aan het worden, dàt is wat er gaande is!’ Hij beaamt vlug, maar ligt al snel weer in dromenland. 

Trek nu maar je plan!

Twee uur later is mijn humeur ver onder nul gezakt. De gezusters Elsa en Anna staan klaarwakker te giechelen in de kamer van Elsa (enfin, de oudste bedoel ik).

‘Haha, mama! Hihi!’

 

Ik ruik een complot. Wat blijkt? De oudste was in de veel te vroege ochtend wakker geworden door het gemekker van de jongste omdat ze haar tuut niet meer vond. En, euh, mama en papa hadden dat niet gehoord (sorry, deze mama en papa hebben gefaald). Dus was de oudste dan maar opgestaan om haar kleine zus te helpen (oooo, zo lief, hoor ik je al denken, en ook wel ergens: wat voor een ouders zijn me dàt daar?). Natuurlijk moest ze dan werkelijk àlle lichten aandoen, want anders zou ze die tuut niet vinden… Ha ja. Pure logica eigenlijk. Waarop de kleinste niet meer wou dat ze werden uitgedaan. Waarop moeder haar wakkere vogel met wijd opengesperde ogen aantrof in haar bedje…

De toon van de dag is gezet. Het humeur van mijn driejarige bevindt zich zo mogelijk nog méér onder nul (ik heb het hier al over Noordpoolniveau) dan het mijne.

‘Ava, we gaan je kleren aandoen.’

‘Neeeeee!’

‘We gaan dan een trui aantrekken, anders krijg je koud.’

‘Néééjee!’

Om dan vijf minuten te eisen: ‘Ik wil mijn pull aandoen!!! Ik heb koud!!!!’

 

Ik voel mijn innerlijke kern langzaam opwarmen. ‘Trek nu maar je plan!’ 

 

Er mag wat karakter in zitten, madam!

De hele ochtend gaat het zo verder. Wat ze wil eten, wat ze wil drinken: het is allemaal een oorlogskwestie. Geef ik haar appelsiensap, dan wil ze eigenlijk liever water. En ik schrijf dat hier nu allemaal alsof ze dat gewoon op spreekniveau zegt, maar vergis je niet: de zinnen worden qua intonatie van hoog naar laag en van luid naar luider uitgeroepen, vijfentwintig keer aan een stuk.

Dan hanteert het kind een nieuwe pose om haar ongenoegen kracht bij te zetten en die is redelijk indrukwekkend (en lachwekkend, ik weet effe niet waar ik moet kruipen). Het gaat als volgt: ze gaat lichtjes voorovergebogen staan, zakt een beetje door haar knietjes, legt haar hoofd in één kant van haar nek en laat haar armen bengelen naar voren, zoals een mini-gorilla… (alleen slaat ze nog net niet op haar borst) ‘Màààà!’, voegt ze er afkeurend aan toe. Lees: ‘die moeders van tegenwoordig begrijpen er ook niéts meer van…’

Het is nu al, van al haar ‘ik-ben-boos-en-teleurgesteld-en-ik-wil-dat-je-je-daar-heel-bewust-van-bent’-poses mijn favoriete pose. (Over die verschillende poses volgt later nog een stukje, maar ik kan je al verklappen dat het er in totaal negen zijn).

 

En zo gaat dat hier elke dag de laatste tijd met ons driejarig (b)engeltje. Als ik denk: ‘Nu heb ik wel ècht àlle poses gezien, dan haalt ze er een nieuwe boven. En net wanneer ik denk: ‘Amai, gelukkig slapen ze goed’, dan komen ze af met van die nachtelijke/veel te ochtendlijke praktijken…

Als er iemand tegen mij zegt: ‘Ja maar madam, er mag wel wat karakter in zitten!’, dan denk ik vanbinnen: Ja. Wat. Karakter. 'Wat' als in: een beetje.

 

Maar soms, héél soms, mag het ook wat minder. Juist een kléin beetje maar hoor. (Intussen heeft de lieve echtgenoot op moeders bevel alle lichtjes uit de lampen van haar slaapkamer gedraaid. Haha. Beetje gemeen, I know. Ben benieuwd wanneer ze dààrover van laag naar hoog en van luid naar luider gaat reclameren :-).