Hoe die gekke kinders je het ene moment stiepelzot maken en het andere moment plat charmeren

Hoe is dat nu toch mogelijk? Dat je hen het ene moment werkelijk naar de maan zou kunnen schieten? Aan een kapstok zou hangen? Je weet wel… En dat je het andere moment denkt: man, is er werkelijk iets dat ik liever kan zien dan dit kleine lieve mormeltje?

Hallo, met de kleuterproblemitiscentrale?

Het begon al een beetje chaotisch vanavond bij het oppikken na school. Het voorhoofd van het kleinste kind was redelijk bezweet, de oogjes stonden een beetje op halfzeven, en de oudste stond een beetje wild. Nu ja, een mens is al wel wat gewend na een aantal jaar ouderschap, zou je denken, die katjes kunnen we wel geselen…

We zijn onderweg naar huis en op de achterbank vindt zich een Groot Drama plaats. Het oudste kind heeft een speelgoedgsm vast met Minny f* Mouse op, en natuurlijk, als bij wonder, wil de jongste juist die gsm ook hebben. Yep, want we hebben geen andere speelgoedgsm’s thuis (ik zeg zo maar iets, misschien een stuk of 5 maar), dus in haar hoofd zijn er geen andere opties.

Het gaat van kwaad naar erger. Tranen bollen over haar rode wangen, het bekje gaat al een beetje wijder open om de decibels wat meer te kunnen verspreiden, en ik denk stilletjes aan: ‘O jee, is er hier een noodnummer waar ik naar kan bellen of zo? Zo een SOS-kleuterproblemitiscentrale of zo?’

Man jong, ga ergens anders gaan zagen!

Het kind gaat even luid verder met de sirene, de grote zus begint een beetje nijdig te worden. ‘Man jong, ga ergens anders gaan zagen! Ik wil dat niet meer horen!’ Nu, ik moet eerlijk zijn, ik gaf haar wel een beetje gelijk, maar toch, als verantwoordelijke moederfiguur moest ik toch een poging ondernemen om het brandje te blussen.

Uiteindelijk vond ik het systeem: ik ging zo dicht mogelijk bij haar huilend en sniffend gezichtje liggen, suste haar een beetje en gaf haar alle fopspenen in het huis (eentje is echt geentje voor haar).

Aan tafel hoorde ik vooral mezelf. ‘Ga nu eens zitten. Eet nu eens verder. O echt? Aha. Uhu. O wow. Nee, niet spelen aan tafel.’ Een mens kan niet altijd even geweldig functioneren als moeder, het is wat het is. Ik keek geweldig uit naar het moment van rust, naar het moment waarop ze allebei in hun bed zouden liggen en geen ruzie/rommel/drama meer konden maken.
 

Wat gaan we hier nog meemaken?

En als je er dan echt geweldig naar uitkijkt, dan gaat de tijd ook ineens véél trager, heb ik al gemerkt. Of toch: werken zij ineens nog ietsje minder mee. In elk geval: het kleinste kind vond het ineens nodig om niét te luisteren toen ik zei dat ze naar boven moest. ‘Als je praat tegen mij, ga ik niet mee.’ Oink? Wat is dat nu weer in hemelsnaam van logica?

In elk geval: uiteindelijk lag ze in bed. Ik dacht: Jezus, gadverde, wat gaan we nu nog meemaken. Echt, mijn bloeddruk moet ergens tegen het plafond gezeten hebben. En dan is het daar weer. Dat moment waarop ze je vastnemen en een knuffel geven. ‘Mama, ik wou dat ik altijd bij jou kon zijn. Dat kan toch hé, als ik ziek ben?’

‘Euh ja, smeed nu maar niet te veel van die grapjes in dat gekke kopje van je, liefje, en ga nu maar slapen.’ Knuffel knuffel, en ineens had ze me weer helemaal rond haar vinger gedraaid.

Ik weet niet hoe ze dat blijven doen, die gekke kinders, maar ik moet toegeven: ze zijn er redelijk virtuoos in. In me stiepelzot maken op het ene moment. En om me vijf seconden later compleet plat te charmeren.

Nu ga ik eventjes wat in de zetel zitten om mijn bloeddruk onder controle te krijgen, denk ik :-). En een beetje tegen mezelf gadverdegadver mompelen... Wat gaan we hier nog allemaal meemaken?