Hoe ga je om met peuterkuren? 13 tips van onze expert

Het echte opvoeden begint pas als je kind twee jaar wordt. Vanaf die leeftijd komen vaak driftbuien of koppig gedrag voor. Hoe houd je als ouder het hoofd koel? Psychologe Imke geeft concrete tips en info.

Driftbuien en peuterpuberteit

Peuters tussen achttien maanden en drie jaar zetten een grote stap in hun persoonlijke ontwikkeling, net als pubers. Het ‘puberen’ op peuterleeftijd beperkt zich gelukkig meestal tot een aantal maanden.

Je peuter ontdekt dat hij een uniek persoon is, los van de mensen die voor hem zorgen. Er gaat een nieuwe wereld voor hem open. De kleine schat ziet zichzelf als het centrum van die wereld en besluit dan ook uit te testen wat hij allemaal kan verkrijgen en bepalen. Hij gaat dus heel erg ‘experimenteren’. In deze periode zeggen kinderen heel vaak ‘neen’, ‘van mij’, ‘ikke doen’. Ze krijgen onvoorspelbare driftbuien, hebben een enorme fantasie en kunnen soms heel angstig zijn. Het is een heel intense periode waarin aanMOEDigen en beGRENZEN uiteindelijk rust en veiligheid scheppen.

Het is net of mijn dochter van twee jaar weet wat ze moet doen om me boos te maken. Ze luistert niet en het lijkt alsof ze met opzet die dingen doet waarvan ze weet dat ze niet mogen.

Wat kan je zelf doen met een driftige peuter?

Houd je verwachtingen laag. In deze periode leert je kind spreken, luisteren, zelfstandig eten, zindelijk worden, omgaan met angsten, samen spelen met leeftijdsgenootjes… Dat is heel wat. Gun je peuter de tijd. Bekrachtig vooral de gebieden waarin je peuter zijn eerste stapjes zet. Daardoor werk je aan een positief zelfbeeld, een zeer belangrijke basis voor de ontwikkeling van je kind.

1. Blijf consequent herhalen
Al heb je het al tien keer gezegd, het kan echt zijn dat je peuter nog niet begrijpt wat je bedoelt. Peuters kunnen immers nog niet alle taal bevatten. Pas na drie weken consequente herhaling kan er wat begrip ontstaan. Communiceer daarom vooral via gedrag en niet-verbale communicatie.

2. Choose your battles
Bedenk vooraf goed welke grenzen je als ouder zeker wil stellen. Hoe meer regels, hoe moeilijker voor je peuter om alles te begrijpen en hoe moeilijker het voor ouders is om vol te houden. ‘Choose your battles’ is dus de boodschap en wees hier duidelijk in. Deze regels worden ook niet in vraag gesteld, letterlijk dan. Vervang 'Zullen we nu je tandjes poetsen?' dus gerust door 'Kom kleine man, we gaan nu je tandjes poetsen.'

Daarnaast is het belangrijk dat je peuter het gevoel heeft zelf keuzes te kunnen maken. Dan aanvaardt hij of zij ook makkelijker die enkele, vaste regels. Denk maar aan de beker waaruit hij wil drinken, de manier waarop zijn boterham wordt gesneden, welke sokken hij aan wil…

3. Ban het woord ‘neen’ uit je eigen woordenschat
Probeer zelf niet te vaak ‘neen’ te zeggen tegen je peuter en verhef je stem zo weinig mogelijk. Je peuter zal dit gedrag imiteren. Een alternatief aanbieden opent perspectief voor ouder en kind. Bijvoorbeeld: ‘Je mag niet met de speelgoedhamer gooien, maar we kunnen wel samen met de bal spelen.’

4. Werk met positieve aandacht
Hoe meer aandacht, hoe beter. Daar gaat een peuter voor! De truc is om hem zo veel mogelijk positieve aandacht te geven zodat hij minder die negatieve houding opzoekt. Geef je peuter daarom een complimentje wanneer hij rustig aan het spelen is. En vaak vinden peuters het bijvoorbeeld erg leuk om ouders te helpen met poetsen, iets wat je dan ook kan bevestigen.

5. Neem uitdagend gedrag niet persoonlijk
Soms lijkt het alsof je peuter je met opzet wil uitdagen. Hij zegt bijvoorbeeld ‘mag niet’ terwijl hij toch de televisie aanzet. Of hij wijst je heel erg af en roept 'neen!' als je nog maar in de buurt komt. Maar een peuter heeft geen idee wat zijn gedrag met jou doet. Je peuter leert over menselijke interacties, leert dat zijn woorden impact hebben en is vooral gefascineerd door wat er gebeurt als hij 'neen' zegt. Neem dit dus zeker niet persoonlijk, maar zie het als een uiting dat hij zich veilig genoeg voelt om bij jou dingen uit te testen. Benoem: 'Je bent nu fijn aan het spelen, hé. Doe maar flink verder. Als je straks zin hebt: ik zet je beker water hier voor je neer.'

6. Probeer het gedrag te ‘vertalen’
Als hij bijvoorbeeld erg huilt wanneer hij naar de crèche moet: Benoem dan dat je weet dat hij liever thuis is, maar dat jij moet gaan werken en vertel wie hem komt halen. Zo voelt je peuter zich begrepen en leert hij woorden vinden voor zijn emoties. Of wanneer je kind boos is omdat het iets op zijn boterham wil dat er niet is, verwoord dan zijn verlangen. 'Ik zou erg graag smeerkaas hebben voor jou, want ik hoor dat je dat heel erg graag wil. Dat heb ik jammer genoeg niet, maar ik heb wel het vleesje dat je lekker vindt.' werkt beter dan 'Daar hoef je niet om te vragen, want dat is er nu niet'.

7. Dreig niet met straffen in de toekomst
Dreigen met straffen in de toekomst heeft weinig effect op je peuter omdat hij geen tijdsinschatting kan maken. En dreigen met zaken die je niet kan waarmaken, heeft nóg minder effect omdat je kind zal leren dat er geen echte consequenties volgen.

8. Leid liever af en begrens in plaats van straffen
Straf begrijpt een peuter niet omdat hij nog geen oorzaak en gevolg aan elkaar kan koppelen. Wat kan je dan wel doen bij ongepast gedrag?

  • Je kan je kind afleiden en voorstellen samen een boekje te lezen wanneer je merkt dat hij opnieuw op de speelgoeddozen probeert te klimmen.
  • Bepaald gedrag zoals zeuren, kan je negeren.
  • Wanneer je kind anderen pijn doet, grijp je best meteen in door je peuter uit de situatie te halen. Je gedrag op dat moment zegt genoeg, er hoeft niet nog een straf op te volgen.
  • Geef korte, simpele instructies op ooghoogte van je kind.

9. Structuur boven alles!
Structuur vormt in deze periode een grote houvast voor je kind. Probeer hier dus zeker rekening mee te houden. Wanneer iets anders loopt dan normaal, kan dit extreme reacties bij je peuter teweegbrengen. Benoem dit en zoek samen met je kind hoe hij zich weer veilig kan voelen. Bijvoorbeeld: 'Ik snap het al. Jij wil liever eerst eten en dan je kleertjes aandoen zoals altijd, hé.’

10. Blijf zelf rustig
De driftbuien zijn het spectaculairste onderdeel van de peuterpuberteit. Je peuter geeft hiermee uiting aan zijn frustratie of boosheid. Weet dat je kind het moeilijk heeft om zijn emoties te beheersen. Je kan je kind hierbij helpen door zelf rustig te blijven en niet toe te geven.

Sommige kinderen kalmeren wanneer je ze vasthoudt, anderen moeten eerst even op een veilige plek kunnen uitrazen. Ga na een minuutje vragen of je peuter al rustig is. Indien niet, geef dan aan dat je wel zal wachten tot dat wel het geval is. Nadien kan je je kind troosten en taal geven aan wat er gebeurde: 'Je was boos omdat je liever je K3-jurkje aan wil doen voor school, hé? Straks, als je thuis bent, mag je het weer dragen'. In een winkel kan je naar buiten gaan om je peuter te laten uitrazen.

11. Bereid je peuter voor op verandering
Bij kleine en grote veranderingen is het goed om je kind voor te bereiden. Bijvoorbeeld, wanneer hij moet stoppen met spelen. Kondig dit vijf minuten op voorhand aan. Peuters gaan vaak fel op in hun spel. Door je kind aan te raken en in de ogen te kijken, ben je zeker dat je boodschap aankomt.

12. Minimaliseer hun angsten niet
Peuters kunnen erg angstig zijn in deze intensieve periode. Minimaliseer deze angst niet, maar zoek samen met je kind hoe je de schrik kan overwinnen. De rijke fantasie van je peuter kan hierbij helpen. Vraag hem welke superkrachten hij heeft om het monster onder zijn bed te verjagen. Zo geef je hem handvaten om zijn eigen angsten te overwinnen en zich veilig te voelen in zijn kamer.

13.  Durf hulp te vragen
Een peuterpuber kan je als ouder onzeker of in de war doen voelen. Dit is geen evidente periode. Je moet voor het eerst echt 'opvoeden'. Je begint na te denken hoe jouw opvoeding was, wat je hetzelfde of helemaal anders wil doen. En dan moet je ook nog afstemmen met je partner… Neem de tijd om hierover na te denken. Reageer je soms zelf heftiger dan je verwacht had? Of je voelt je niet goed bij hoe het loopt? Probeer met een open blik je reactie te bekijken en praat erover.