Hoe ik mijn woorden echt wik en weeg sinds die ene nacht …

  • door Mama

Iedereen die mij een beetje kent, WEET dat ik een echte flapuit ben. Denken voor ik spreek? Dat is nogal moeilijk… Ik bevind me dan ook meer dan eens in een situatie waar ik iets zeg en nadien denk ‘Oeps!’ Ik zal vast en zeker niet de enige zijn, oef. Maar 2 jaar geleden werd het me op een ‘pijnlijke’ manier duidelijk dat ik toch écht wel moet gaan nadenken voor ik iets uitspreek. Vooral dan in de omgang met mijn kinderen…

Wubbe is een clever kereltje, dat merkten we al heel vroeg. Vaak moet hij iets maar 1 keer gezien hebben en hij is ermee weg. Maar dat geheugen van hem, daarvan staan wij soms echt perplex. Denk dus maar niet dat je hem een snoepje kunt beloven als afleiding van een of ander drama, om het dan niet te geven. [Ja, zo’n loedermoeder ben ik ook. Ik probeer mijn kind af te leiden met suikers! Foei!]

Driftbuien

Maar als iets dan niet gaat zoals Wubbe het wil, dan eindigt dat vaak in een driftbui om u tegen te zeggen. Je kent dat wel hé, een echte tantrum met alles erop en eraan. ‘JIJ BENT EEN STOUTE MAMA!’ of ‘NEE! IK WIL DAT NIET!’ hoor ik op die momenten vaak. Met de nodige decibels ook hé. Ik denk dat onze buren vaak gedacht hebben dat hier een kind vermoord werd.

Hij heeft ondertussen al geleerd dat roepen niet echt helpt en probeert nu wel om uit te spreken wat misloopt. De driftbuien blijven nu gelukkig beperkt. Maar 2 jaar geleden bleef hij ‘tantrumeren’ (zo noem ik dat graag) tot hij erbij ging braken. En dan bedoel ik niet gewoon kokhalzen en klaar hé. Neenee, hij moest en zou alles wat hij ophad er terug uitgooien!

Één keer had hij zelfs het lef om ‘mooi hé, mama’ te zeggen nadat hij er alles uitgesmeten had op mijn net gepoetste vloer. Ik zweer het, ik ontplofte bijna. ‘We houden het hoofd koel. Niet op reageren Siska. Gewoon doordoen’ was toen mijn nieuwe mantra.

Bedtijd

Anyway, 2 jaar geleden was onze Wubbe ook geen grote liefhebber om te gaan slapen. Ah nee, bij mama en papa was (en is) het natuurlijk veel leuker! En tuurlijk genieten wij van spelen met hem, maar mama en papa zijn soms ook ‘ns blij als het 20u is. Dat betekent bedtijd en eindelijk wat rust en vooral stilte in huis. Maar dat was die ene avond dus niet wat mama en papa kregen…

Zoals elke avond bracht de papa Wubbe naar bed. Hier deed Fano dat toen. Hij had een vast ritueel dat gevolgd moest worden en ‘mama kan dat niet hé papa’. Kamer binnenkomen, slaapwel zeggen aan de kip op de poster, slaapwel zeggen aan de vis in de kom, een verhaaltje lezen over de kip (of ‘pikje’ zoals Wubbe het zelf zo mooi zei), een dikke knuffel geven aan papa en slapen.

Maar…

[Wubbe] IK BEN NOG NIET MOE! [Fano] Wubbetje, het is nu bedtijd hé. Kom, we gaan samen het verhaaltje lezen over de kip. [Wubbe] NEE! [Fano] Wubbetje, kijk naar Sien de kip. Wat doet die nu? Ooooooh! (In een poging om Wubbe af te leiden) [Wubbe] NEE!

En zo ging het nog wel eventjes door. Tot op het punt dat Fano besliste dat het welletjes was geweest en Wubbe dan maar zonder verhaaltje naar bed moest. Fano kwam de kamer uit, deed de deur dicht en sprak de ‘wijze’ woorden ‘Gij gaat die kamer nu niet meer in, want gij plooit sowieso!’ Oké dan, chef! En ja, hij had een punt. Ik kan zo’n driftbui moeilijk aanhoren. Hoe hard ik ook denk dat ik ben, zo soft ben ik in werkelijkheid.

Fano had gedacht dat Wubbe na een minuutje of 10 wel zou kalmeren… Goeie mop! Wubbe kalmeerde niet, integendeel! En ik voel het alweer aankomen hé. Hoesten en zo net niet kokhalzen. ‘O jee, straks mag ik nog heel dat bed voorzien van verse lakens. Hier heb ik geen zin in!’ Dus ik ga toch die kamer binnen in een poging om Wubbe te kalmeren. Lukte dat? Ik de verste verte niet!

Poging twee

Dan maar Wubbe eventjes uithalen, zodat hij niet helemaal over zijn toeren geraakt. Eventjes spelen, lachen, kekgaaien en dan een tweede poging. Ondertussen is het bijna 22u, ben ik zelf doodop en slaapt Wubbe nog steeds niet. Die zit nog volop te spelen in de woonkamer.

[Fano] Wubbetje, ‘t is bedjetijd nu vriendje, kom! [Wubbe] Nee! [Fano] Wubbe, papa zegt dat het bedjetijd is. Kom hier! [Wubbe] Nee! [Fano] Wubbe, papa zegt het nog 1 keer. ‘t Is slaapjestijd, we gaan nu naar bed. [Wubbe] NEEEEE!

Fano twijfelt nu niet, gaat naar Wubbe en neemt hem op zijn arm. Wubbe begint te stampen, te roepen, te krijsen. Hoppa, driftbui nummer 2 was in aantocht. Ik kan het niet aanhoren en ga naar Fano, neem Wubbe over en ga ermee naar zijn slaapkamer. Ondertussen krijst Wubbe nog steeds. Ik probeer hem nog steeds te sussen, maar meneertje moet er niks van weten. Ik probeer me kalm te houden, maar dat wordt steeds moeilijker. Ja, als moeder verlies je ook al ‘ns je geduld…

Ik flapte er iets uit

Wubbe gaat nog steeds door en begint weer zwaar te hoesten en kokhalzen. En dan gebeurt het… Ik flap er weer iets uit zonder nadenken.

‘WUBBE LEEUWERCK! HET IS NU GENOEG! DURF NIET OVERGEVEN IN UW BED HE MAN! MAMA ZAL BOOS ZIJN EH!’

Wubbe schrikt. Hij is het niet gewoon dat mama zich kwaad maakt en haar stem verheft. Dus hij stopt met krijsen, snikt nog eventjes door maar aanvaardt dat het nu toch echt wel bedtijd is. Ik lees met hem nog het verhaaltje van de kip, geef hem een dikke zoen en een aai over zijn bolleke en ga weg. Wubbe valt vrij snel in slaap en slaapt de hele nacht door. En dat was dat, no harm done. Dacht ik…

Mijn hart brak

Een maand of 2 later word ik ‘s nachts wakker.

[Fano] Ik denk dat Wubbe overgegeven heeft. Ik meen iets gehoord te hebben. [Siska] Ma dan zou die toch wel roepen? Ik hoor niks… [Fano] Ik weet het, maar ik denk toch echt dat ik iets gehoord heb. [Siska] Weet je wat? Kijk via de camera voor je die kamer los binnengaat. Voor hetzelfde geld ligt die nog gewoon te slapen en maak je hem wakker.

Fano opende de app op z’n telefoon en wat ik toen zag, brak mijn hart. We zagen Wubbe uit bed kruipen en naar de verzorgtafel in zijn kamer lopen. In de bovenste schuif zitten de billendoekjes. Hij weet dat en trekt de bovenste schuif open, haalt er een pakje doekjes uit en loopt ermee naar zijn bed. Hij heeft effectief overgegeven en probeert het met doekjes zelf op te kuisen. Daarna gaat hij naar zijn boekentafel, neemt het grootste boek dat hij kan vinden en neemt ondertussen een tetradoek uit de kast. Hij legt de tetradoek op de vuile plek in zijn bed, legt het boek erop en gaat dan zo terug in bed liggen, met zijn hoofd op zijn boek.

Hij had niet durven roepen. Toen ik het zag kwam een immens schuldgevoel bij mij naar boven. Ik dacht direct terug aan die avond dat ik die woorden sprak. ‘Durf niet overgeven in uw bed he man, want mama zal boos zijn’ Hij was het niet vergeten. Tuurlijk was dat niet wat ik toen bedoelde. Tuurlijk mag hij roepen ‘s nachts als hij ziek is. Daarvoor zou ik nooit boos worden! Maar Wubbe dacht ‘overgeven in bed, daar wordt mama boos van’ en dus wou hij maar doen alsof er niks gebeurd was.

Fano en ik springen uit ons bed en lopen die kamer binnen. Wubbe veert recht, kijkt mij aan en begint te huilen. Ik neem hem vast en troost hem. ‘Mama is niet boos patatje. Als je ziek bent, mag je altijd op mama roepen! Mama zal nooit boos worden als je mij nodig hebt.’ Wubbe snikt verder. Terwijl Fano zijn bedje verschoont, blijf ik bij Wubbe en geef hem wat te drinken, troost hem verder. Hij is ondertussen gekalmeerd, dus ik zeg nog ‘ns dat hij ‘s nachts altijd mag roepen als er iets is. Mama zal nooit boos worden omdat je mama nodig hebt.

Maanden heeft het geduurd eer Wubbe me ‘s nachts weer durfde roepen als er iets was. Maanden heeft mijn kind gedacht dat ik boos zou worden als er iets was. En dat allemaal omdat ik die ene avond tegen hem had gezegd dat ik boos zou worden.

Het knaagt nog steeds

Ik kan je zeggen dat het nog steeds knaagt. Terwijl ik dit schrijf, heb ik opnieuw een krop in mijn keel. ‘Wat voor moeder ben ik dat mijn kind denkt dat ik boos zal worden omdat hij ziek is?’ Dat heb ik me toen vaak afgevraagd! Maar het is wat het is. Het was gebeurd en ik kon er niks aan veranderen. Ik kon alleen proberen om mijn woorden in het vervolg beter te wikken en te wegen. Lukt me dat altijd? Neen. Maar zo’n blunders heb ik in elk geval niet meer voorgehad.

Ondertussen is Wubbe dat ook allemaal vergeten en roept hij ons ‘s nachts zonder veel moeite. Als Willie wakker is bijvoorbeeld, en we zijn niet snel genoeg in die kamer, begint het al. MAMA! MAMAAAAA! MAAAAAAAAAMAAAAAAA! ‘Ja?’ Willie is wakker. ‘Bedankt, dat wisten we nog niet ;-)’

Nog een paar voorbeeldjes

Misschien nog enkele voorbeeldjes waaruit blijkt dat ik (en de Fano ook) toch echt beter op mijn woorden moet gaan letten? Here it goes:

  • Toen ik moest afkolven voor Georgette, zei ik tegen Fano ‘Ale, ik ga weer voor melkkoe spelen he.’ Paar dagen later komt Wubbe bij me tijdens het kolven: ‘Mama? Ben jij nu weer een melkkoe?’
  • Als iets niet gaat zoals Fano het wil, heeft hij de neiging om in fel vloeken te vervallen. ‘Godverdomme toch eni!’ En dan hoor ik Wubbe een paar dagen later, als hij volledig opgaat in zijn spel, opeens ‘godverdomme’ zeggen tegen zichzelf. Oops…
  • Misschien niet echt iets ‘negatiefs’, maar best wel grappig en het toont ook hoe fel Wubbe onze woorden onthoudt. Als de Fano Wubbe vroeger in bed stak, dan zei hij altijd ‘oogjes dicht, mondje dicht en slaapie doen’. Op een gegeven moment is Wubbe weer bezig met een of ander imaginair spelletje en hoor ik hem zeggen ‘Bedjetijd he nu. Oogjes dicht en slaapie doen he! Slaapwel! En Wubbe mag jou niet meer horen eh. ‘t Is slaapietijd!’

 

Deze blog verscheen eerder op Momster of 3.