Hoe kakjes en plasjes een deel van mijn leven werden

  • door Mama

Mama (of papa) worden, dat is het mooiste wat er is. Maar wat niemand je vertelt is dat alles wat in de pamper terecht komt je leven op den duur zal ‘beheersen’. Nee, echt waar! Je zult er zelfs blij om zijn als je kind zijn/haar pamper vult! Ik heb vaak gedacht ‘Dit is mijn leven nu… Stront en zeik!’ Sorry, er is gewoon geen mooiere manier om zoiets te verwoorden. Het blijven hoe dan ook strontaffaires hé.

“Heeft-ie al gekakt?”

Het begint al tijdens de eerste dagen na de geboorte. Uitkijken naar het kakken van uw kind, want dat betekent dat alles goed op gang komt daar in dat kleine buikje. Bij ons ging het zelfs een stapje ‘verder’. Toen Wubbe geboren was, zat mijn mama te wachten op die ‘kakpamper’. Ahja, want die moest mee naar huis zodat Bob (de hond van mijn broer) daar ‘ns kon aan snuffelen (smakelijk!) zodat hij de geur van ons Wubbe al wat kon leren kennen.

Ook bij Willie was het iets dat ons bezighield toen hij in de couveuse lag. Na het drinken van zijn fles keerde zo goed als alles terug. Zijn buikje zat nog vol meconium, dus echt veel plaats voor melk was er op de lange duur niet meer. Ze begonnen stilletjes aan spreken van ingrijpen. Hij heeft het denk ik gehoord, want enkele uren later zat zijn pamperke goed vol! Hoera! Ik had nooit gedacht dat ik zo blij zou kunnen worden van een volle pamper.

Maar daar stopt het niet. Neenee! Eens thuis begint het uw leven beheersen. ‘Welke kleur heeft zijn stoelgang? Is dat normaal? Is dat zacht genoeg? Is dat hard genoeg?’ Als je, net zoals ik, lid bent van een of andere mamagroep, dan vraag je daar zelfs hoe het zit bij de andere baby’s. Ja echt! En dat zal als compleet normaal aanvoelen.

Zowel Wubbe als Willie hadden als baby trouwens moeilijke darmen. Harde bollekes in de pamper en als we geluk hadden dan was dat om de 2 à 3 dagen. Soms 5, soms zat er zelfs een week tussen. Wij begonnen zelfs bijhouden op onze gsm wanneer ze het laatst een nummerke 2 hadden gedaan. ‘Heeft-ie al gekakt? Nee? Hoelang is dat nu geleden? Zo lang al? Zouden we een suppo moeten steken? Heeft hij pijn? Misschien eens met de thermometer wat stimuleren? Allé kind, kakt nu toch!’

En dan stel je alles in het werk om ervoor te zorgen dat uw allerliefste zoon of dochter toch maar die pamper vult. Ander water, andere poedermelk, paar cc’s extra water, lactulose, paraffineolie, osteopaat, … Want hij/zij moet en zal je plezieren met een goed gevulde pamper waar bovendien nog een heel fijn geurtje aan zit!

En dan zijn er nog de accidentjes, of de ‘kaccidenten’ zoals ik ze graag noem. Kan je het je voorstellen? Dat lief klein boeleke laat een scheet (geen protjes eh, die klein mannen kunnen scheten laten gelijk het niks is!), en je voelt die pamper zich gewoon vullen. Dan voel je je been warm worden, je begint iets te ruiken… Het pruttelt daar beneden ondertussen rustig verder en ineens… ‘SHIT! (Letterlijk!) TIS PRIJS!’ Heel je kind (en dus ook die mooie kleertjes) hangen vol kak!

Bij Wubbe en Willie hebben we dat nooit meegemaakt. Maar ons Georgette? Ja die kan er wat van! “Ahja, borstvoedingskak hé. Das normaal!” Ze weet ook steeds haar momenten uit te kiezen. Tijdens haar doop bijvoorbeeld, op haar mooie nieuwe kleertjes. Wit, natuurlijk! Lang leve de ossengalzeep, die draait hier overuren (samen met mijn wasmachine) sinds Georgette geboren is!

En dan worden ze wat ouder, ze beginnen stappen… En dan kwam ik op zo’n moment dat ik niet meer heel die verzorgingstas meesleurde. Vaak vergat ik dan ook een verse pamper en doekjes. ‘We zijn toch niet lang weg!’ En net op dat moment… Ja… Kakpamper met een zeeeeeer onsmakelijke geur! Vroeger naar huis dan maar. En dan zou je denken dat ik dat na 1 keer wel geleerd heb hé. Iets met een ezel en een steen. Maar nee, deze loedermoeder heeft dat een paar keer aan de hand gehad.

En dan zijn er nog de plasjes. Als ze ziek zijn en koorts maken… “Madam? Heeft hij/zij nog voldoende plaspampers?” Ja, ook dat moet je in het oog houden. Ze kunnen het immers niet zeggen hé als er iets scheelt. Dus iedere pamper controleer je. Is die vol genoeg? Tiens, je hebt minder geplast dan ik gewoon ben van jou. Daar zit toch pipi in eh? We hebben allemaal wel ‘ns aan een pamper geroken om te checken of zoon- of dochterlief geplast had.

Het leed dat potjestraining heet

En dan komt het moment waarop je kind de overstap ‘moet’ maken van de pamper naar het potje. Ik keek daar eerlijk gezegd niet naar uit. Waarom? Geen idee. Misschien omdat ik geen flauw idee had hoe ik dat in godsnaam moest gaan aanpakken.

Toen Wubbe startte in de peuterklas was hij nog niet zindelijk. Hij had er geen interesse in, schreeuwde moord en brand als hij dat potje zag staan. Op school ging hij dan weer moeiteloos op dat potje zitten. Zijn juffen begonnen dus ook aan te dringen. “Zou je toch ‘ns niet…” NEEN! Hij was er nog niet klaar voor. Bovendien was ik op dat moment hoogzwanger van Willie en wou ik mijn tijd nemen, samen met Wubbe, om hem op dat potje te leren gaan. Straks moest ik die hele zindelijkheidstraining onderbreken omdat ik moest bevallen. We wachten!

In de zomervakantie zijn we er dan mee begonnen. En we hadden geluk! Op 3 dagen was Wubbe volledig proper, zonder accidentjes. Enkel ’s nachts niet, maar dat hoeft voor mij ook niet.

Maar tijdens die zindelijkheidstraining, nemen de kakskes en de plaskes weer een zeer prominente plaats in in je leven. Ieder uur dat kind op zijn potje zetten. “Heb je pipi gedaan? Ooooh flink!” “Wubbe? Moet jij pipi doen?” “Wubbe? Moet je kaka doen?” Of ze plassen in hun broek. Als je chance hebt is het enkel plas. Als nummer 2 in de broek zit, dan is dat alweer een ander verhaal wat waswerk betreft.

Plassen ging bij onze Wubbe heel goed… Maar die grote boodschap, dat was een ander paar mouwen! Schreeuwen en krijsen omdat hij kaka moest doen en niet wilde. Je kind zien ophouden en dan discussiëren omdat hij toch maar op dat potje zou gaan. Wij zaten hier soms een uur met een krijsend kind op zo’n moment. ‘Aj moe kakk’n, moej kakk’n!’ Ja, bij Wubbe werkte het duidelijk niet op die manier… Gelukkig zijn we daar dankzij een weekje buikgriep (ok, en de cadeautjes als hij kaka deed, die ook!) ook van af!

Wat ook best grappig was, is dat het niet alleen ons leven ging beheersen maar ook dat van mijn ouders. Dan facetimede Wubbe naar mijn mama ‘MOESJE! IK HEB KAKA GEDAAN!’ En dan moest mijn mama heel enthousiast reageren, of het was niet goed. Ze heeft ook meer dan eens gezien wat in zijn potje zat. Ahja, een gevuld potje moet je showen hé!

In alle geval, knoop het goed in je oren. Ik maak er een nieuw gebod van! ‘Gij zult blij zijn als uw kind kakt en plast! Gij zult hierbij een vreugdedansje doen en uw kind belonen met high fives en stempels. Gij zult alles in het werk stellen om uw kind te laten zien dat pipi en kaka doen normaal is. Gij zult niet kwaad worden als uw kind ‘lost’ in zijn/haar broek. En bovenal: Gij zult vanaf nu aanvaarden dat ‘stront en zeik’ een deel van uw leven geworden zijn!’

 

Deze blog verscheen eerder op Momsterof3.