Hoe ontwikkelt de spraak bij mijn baby en peuter?

Kinderlijke mondjes, ze staan niet veel stil. En die taalontwikkeling start al meteen na de geboorte, als je baby voor het eerst zijn stembanden uittest. Logopediste Nele Baudonck licht toe.

Lees hier als je meer te weten wilt komen over de taalontwikkeling bij je kleuter.

Interactie is de sleutel

Hoewel taalverwerving een complex gebeuren is, leren heel wat kinderen hun moedertaal ogenschijnlijk zonder al te veel moeilijkheden. Het taalaanbod speelt een belangrijke rol.

Baby’s leren hun moedertaal al van bij de geboorte door interactie met hun ouders, grootouders, zusjes en broertjes ... Die passen hun taalgebruik trouwens van nature aan aan de mogelijkheden en behoeftes van het kindje. Ook de crèche en school zijn ideale plekken voor een jong kind om, samen met leeftijdsgenootjes, taal te leren.

De normale spraak- en taalverwerving kan je onderverdelen in vier fases. Die lopen samen met de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. 

Fase 1: van de geboorte tot de eerste verjaardag

... wordt de basis gelegd voor de hele taalontwikkeling. Vlak na de geboorte kan je baby eigenlijk alleen huilen (nee… echt? :-)). Hoe zwaar die huilbuien ook kunnen zijn, het bewijst alvast dat de adem- en stemfunctie in orde zijn. Maar je baby is ook al in staat om stemmen te onderscheiden en luistert bij voorkeur naar de stem van mama (ha!). Die herinnert hij zich van de knusse tijd in de buik. Een goed gehoor is dan ook van cruciaal belang voor de vroege taalontwikkeling.

  • Rond de leeftijd van 1 maand verschijnt de eerste glimlach. Die wordt vaak gezien als de basis voor de sociale ontwikkeling. In deze periode proberen ouders en kind te communiceren door oogcontact en mimiek. Je baby laat nu ook van zich horen wanneer hij zich goed voelt: hij maakt comfortgeluidjes.
  • Al gauw gaat je baby ‘vocaal experimenteren’ door te krijsen, roepen, kirren, variëren in toonhoogtes ... Wanneer hij ontdekt dat hij ook mond en tong kan bewegen, maakt hij de eerste ‘keelgeluidjes’. Rond de leeftijd van 5 maanden beginnen ook de lippen mee te werken en klinken de klinkers steeds gevariëerder.
  • Rond de leeftijd van 7 à 8 maanden start de brabbelfase: klinkers worden nu volop gecombineerd met medeklinkers en je kindje produceert reeksen lettergrepen na elkaar. Aanvankelijk passeren allerlei exotische klanken de revue, maar naarmate je kindje ouder wordt, lijken de klankgroepjes steeds meer op echte lettergrepen.
  • Ondertussen begint je kindje ook losse woordjes en eenvoudige zinnetjes te begrijpen. Hoewel het zelf nog geen echte woorden produceert, kan het zijn willetje al behoorlijk duidelijk maken zonder taal: door te kijken, wijzen of bewegen. Als ouder reageer je van nature op de communicatie van je kind, waardoor je het verder stimuleert op iets te ‘vertellen’ – of euh … brabbbelen. Zo leert je kleintje oogcontact zoeken (en onderhouden) in een ‘gesprek’, beurtnemen, reacties geven, vragen stellen ... Kortom, het begint ‘communicatieve intenties’ te tonen, die de basis vormen voor de verdere taalontwikkeling.

Deze fase wordt – onterecht trouwens – de voortalige fase genoemd. Uit de brabbelfase ontstaat het eerste protowoord, vaste klankgroepjes die standaard in een bepaalde context worden gebruikt. 

Fase 2: van 1 jaar tot de kleuterschool

... groeit volop het besef dat woorden een betekenis hebben. Je kindje begint zelf ook woorden te vormen. Aanvankelijk zijn het nog protowoorden, zoals klanknabootsingen (‘brrr’ voor alle voertuigen) of woorden die samengesteld zijn uit brabbels, zoals ‘mama’ en ‘papa’. Al snel hoor je de eerste echte woordjes – ook al zijn die vaak nog fout gevormd, waardoor ze alleen verstaanbaar zijn voor mama en papa :-).

Waarnaar verwijzen woordjes op deze jonge leeftijd? Bijna altijd naar begrippen uit de kleine leefwereld van je kindje. De taalontwikkeling hangt dan ook heel nauw samen met de ontwikkeling van de algemene kennis. De woordenschat kent een echte groeispurt en het is dan ook belangrijk dat je kind steeds meer klanken en klankcombinaties leert uitspreken.

  • De makkelijkste klanken, zoals klinkers, p, t, en j komen doorgaans het eerst. Rond de leeftijd van 3 jaar zou een kind de meeste medeklinkers vooraan in een woord moeten beheersen – al mogen deze klanken gerust nog wat ‘anders’ klinken ;-). Wanneer je kindje voor het eerst naar school gaat, is het perfect normaal dat sommige woorden nog vereenvoudigd of vervormd worden.
  • Tussen 1,5 en 2 jaar merk je dat je peuter ook twee woorden naast elkaar begint te plaatsen: het is de eerste aanzet tot zinnen. Dat begin is heel eenvoudig: ‘kijk, poes’ of een gebaar in combinatie met een woord, bijvoorbeeld ‘poes’ (+wijzen).
  • Geleidelijk aan combineert je kind verschillende woordsoorten met elkaar. Tussen 2 en 2,5 jaar gaat het zijn arsenaal tweewoordzinnen voorzichtig uitbreiden, of combineert het twee tweewoordzinnen. Tegen de tijd dat ze naar de kleuterschool trekken, zullen de meeste kinderen korte zinnen van vier à vijf woorden gebruiken. Die zinnetjes zijn vaak nog te omschrijven als telegramstijl: zinnen bestaan vooral uit inhoudswoorden (geen kleine functiewoorden zoals lidwoorden, voorzetsels ...), die niet of nauwelijks vervoegd of verbogen worden.
  • Tenslotte leert je kind in deze fase echte gesprekjes voeren met de mensen uit de directe, vertrouwde omgeving. Deze babbels gaan vooral over concrete zaken in het hier en nu. Deze fase noemt men de vroegtalige fase. 

Meer lezen?

Lees hier om meer te weten te komen over de taalontwikkeling bij je kleuter (fase 3 en 4 van de taalontwikkeling).