Hoe vertel ik mijn 3-jarige over de dood?

  • door Gastmama

‘Oh, een dode vogel’, hoorde ik mijn dochter zeggen. Na haar opmerking liep ze onverstoord verder om haar jas te halen. Toen ik toch maar eens ging kijken, stond onze lieve Ella de poes daar te pronken met, inderdaad, een dode vogel. En toen daagde het mij hoe triviaal ze omging met het woordje ‘dood’.

‘Oh, een dode vogel’, hoorde ik mijn dochter zeggen. Na haar opmerking liep ze onverstoord verder om haar jas te halen. Toen ik toch maar eens ging kijken, stond onze lieve Ella de poes daar te pronken met, inderdaad, een dode vogel. En toen daagde het mij hoe triviaal ze omging met het woordje ‘dood’. 

Dood van overgrootmoeder

Ze begrijpt wel dat het betekent dat je niet meer beweegt blijkbaar. Maar is dat voor altijd? Is dat erg? Kom je wel weer terug? Is dat gewoon een immobiele status? Geen idee hoe ze daarover denkt, of nadenkt for that matter.

Het begon allemaal met Alice haar lieve overgrootmoeder die in mei onverwachts stierf.

Want wat zeg je dan tegen je dochter van nog geen 3? Die ging enkele keren mee naar de wachtzaal van de intensieve zorgen, zag verdrietige gezichten en als apotheose van dat alles een begrafenis – waar ze een uur lang ongelooflijk flink op haar stoel bleef zitten – en een plaatsje op het kerkhof voor de lieve Mami. De dag erna vertrokken we op vakantie en werd er, alleszins tegen haar, met geen woord meer over gerept.

Tijdens bezoekjes aan het graf vertelden we dat de mami dood was en nu een sterretje was. Ze vroeg er verder nooit naar, en wij lieten het wat zo. Dat er onlangs eikels van de eikelboom op en rond het graf van de mami lagen heeft ze dan weer wel onthouden, en er waren ook paddenstoelen mét kabouters op het kerkhof. Ieder zijn prioriteiten nietwaar?

Mama panisch voor ongelukken en dood

Tot babyzus begon te rollen, te grabbelen en uiteindelijk te kruipen. Ik was panisch voor kleine Playmobilstukjes, werd hysterisch als er toch nog iets kleins gevonden werd en riep te pas en te onpas dat Elisabeth doodgaat als ze kleine stukjes opeet, want ze heeft nog geen tandjes en dan kan ze niet meer ademen. En als je niet meer kan ademen ga je dood!

Hetzelfde met auto’s. Als er een auto tegen jou rijdt, vertelde ik haar, dan ben je hoogstwaarschijnlijk dood, dus blijf maar zeker zo ver mogelijk uit de buurt van (rijdende) auto’s.

Of elke morgen gingen we eventjes bij babyzus gaan luisteren of ze nog ademt, aangezien die tegenwoordig langer dan Alice slaapt en ik mij dan als neurotische moeder ongerust maak. ‘Is Elisabeth niet dood mama?’

Manlief fronste af en toe zijn wenkbrauwen bij de enerzijds hysterische uitbarstingen en het anderzijds totaal gebrek aan pedagogische duiding bij het woordje ‘dood’, maar moeide er zich verder niet mee. Wat ook maar best is tijdens die uitbarstingen, bij nader inzien.

Abstract begrip

Het resultaat is dat de dochter van 3 al even panisch is van auto’s, van niet ademen en van kleine stukjes. Dat laatste misbruikt ze af en toe wel als ze gewoon niet wil dat Elisabeth met haar speelgoed speelt. Het zou mij namelijk sterk verbazen dat er een volledig Little People-mannetje door een babykeelgat kan. Ze beseft echter wel dat ‘doodgaan’ iets is dat je het best probeert te vermijden. Al is het maar om te kunnen genieten van een rustige mama.

Onlangs las ik dat kinderen het begrip ‘dood’ pas vanaf 6 jaar kunnen begrijpen, ervoor blijft het een abstract begrip waar je natuurlijk wel over moet praten. Dat zou ik misschien wat meer moeten doen. Of een boekje kopen over doodgaan, dat zou ook al helpen. Ik zou alleszins meer moeten doen dan gewoon ongecontroleerd met een woord zwaaien waar zo veel verdriet achterzit.

Catherine Struelens