Ja, ik heb een postnatale depressie overwonnen

  • door Gastmama

Ik was graag zwanger. Ik genoot van mijn buik, ook al kwam ik meer kilo's bij dan gedacht. Ik genoot van elk stampje en wist al na 6 maanden zwangerschap dat ik mijn buik zou missen na de bevalling. Nooit had ik gedacht dat ik nog veel meer zou missen ...

Op de uitgerekende datum brak mijn water in het midden van de nacht. De rit naar het ziekenhuis was magisch. Mijn man en ik op weg naar ons nieuw leven. We zouden de volgende keer met z'n drieën in de auto zitten. We waren gelukkig.

De bevalling liep niet van een leien dakje

De bevalling zelf liep niet van een leien dakje. Een sterrenkijkertje, wat zorgde voor zware rugweeën waardoor een epidurale na vier uur echt onmisbaar werd volgens de gynaecoloog. Die epidurale werkte niet naar behoren, waardoor ik ook de volgende uren nog die zware rugweeën moest trotseren. Na weeënopwekkers en lang wachten mocht ik dan eindelijk persen. Het ging niet vooruit en de vroedvrouw besloot om mee te duwen. Dat beeld zou ik nooit meer vergeten, ik voelde het aan alsof ik had gefaald in mijn eentje.

Dit is voor het leven

Toen hoorde ik gehuil en had ik opeens mijn dochter in handen. Ik was mama. Ik besefte: dit is voor het leven. Ze werd gemeten en gewogen terwijl ik opgelapt werd. Volgens de gynaecoloog was er wel wat werk aan, net datgene wat je niet wil horen. Daardoor draaide ik een eerste keer weg, een symptoom van mijn zwaar ijzertekort (al werd dat pas na drie dagen vastgesteld).

Angststoornis

Op de kamer draaide ik weer weg, de derde keer ondertussen al. Het besef drong door: “Er mag mij of mijn man niets overkomen. Wij moeten er zijn voor haar.” Het begin van mijn angststoornis, besef ik nu. Ik mocht door mijn wonde (blijkbaar een knip en een extra scheur, dankjewel) en mijn wegdraaien het bed niet uit. Hallo blaassonde, geen douche om me op te frissen, niet spontaan mijn dochter kunnen vastnemen. Ik voelde me enkel verantwoordelijk voor het mensje, de liefde kwam pas dagen later.

Ga weg!

Bij elk bezoek dacht ik hetzelfde : “Ga weg van de wieg. Ik wil ze vastnemen, maar kan niet uit bed. Je hebt ze te lang vast, maar ik durf niets te zeggen. Ga naar huis, ik ben moe. Ik voel me zo slecht. Ik heb ze zelfs niet alleen op de wereld kunnen zetten. Zou ik ze kunnen opgeven voor adoptie? Ik wil mijn leven van vroeger terug. Onbezonnen en vrij zijn, want dat is er nu nooit meer bij ... “
Slapen deed ik niet in het ziekenhuis, piekeren des te meer.

Ik zakte dieper en dieper

Terug thuis ging het niet beter. Het besef van het helemaal alleen te moeten doen, alle onzekerheden, alle hormonen ... Het eiste zijn tol. Ik troostte me met de gedachte dat elke mama zich zo voelt in het begin. Maar daarna volgde het ene na het andere: mijn wonde genas niet, dus moest mijn man me 3x per dag verzorgen. Mentaal hakte dat er fel in. Door een voorkeurshouding kreeg mijn kindje een plat hoofdje: 1x per week kinesist. Dit loste zichzelf op, maar toen kon ik dat niet aan. Alles zorgde ervoor dat ik dieper en dieper wegzakte. Ik wilde alles op mij nemen. Alleen ik kon voor mijn dochter zorgen. Ik hield zoveel van dat mensje, niemand kon dat beter dan ik. Ik bleef thuis, zat uren te staren in de zetel en weende mee als mijn dochter weende. Ik durfde niet naar de winkel, maar tegelijk had ik nood aan mensen. Ik voelde me eenzaam en alleen, maar binnen was ik veilig. Binnen kon mij en haar niks overkomen. En zo kabbelden de eerste maanden voort.

Ik kon niet zien dat het weer zou goedkomen

Na twee maanden kwam er nog iets bij: heupdysplasie. Drie maanden overdag in een spreidbroekje, nog een maandje extra enkel 's nachts. Tal van extra onzekerheden: hoe zou haar ontwikkeling verlopen, was ze wel gelukkig in dat broekje, de mensen gaan me raar bekijken ... Ik moest het verhaal elke keer weer uitleggen en kreeg telkens het antwoord: dat komt wel goed. Liefste mensen, jullie stonden niet in mijn schoenen. Ik kon toen niet zien dat het inderdaad weer zou goedkomen.

De buitenwereld was niet veilig, mijn huis werd mijn veilige haven

Ik nam twee maanden extra onbetaald vrij om ervoor te zorgen dat het broekje zeker goed aan was. Neen, zelfs mijn man vertrouwde ik niet in het begin. Thuis blijven werd weer de norm. Want de buitenwereld was niet veilig. Al had ik ook thuis schrik. Voor alles. Van brand tot een homejacking tot niet goed genoeg gepureerde patatjes voor mijn dochter. Mijn dag bestond uit zorgen voor mijn dochter en zorgen dat er niets gebeurde tot mijn man thuiskwam. Dan mocht hij de rol van verzorger af en toe overnemen, al moest hij mij vooral geruststellen. Neen, het dak stond niet in brand en neen, zo snel gebeurt een homejacking niet. Mijn huis werd mijn veilige haven.

Pas als het bezoek wegging kon ik herademen

Bezoek bleef ondertussen komen en gaan. Elke keer weer met hetzelfde plan: mijn man en ik bleven zo dicht mogelijk bij onze dochter zitten, alleen wij namen onze dochter vast. Dit werd door mij op voorhand uitvoerig erin gedramd bij mijn man. Ook voor hem was deze periode zwaar, al besefte ik dat pas maanden later. Tijdens het bezoek veranderde ik helemaal in een bang vogeltje. Overleven was het, antwoorden wanneer gevraagd, maar bijna altijd ogen op de dochter, mijn houvast. Pas als de deur achter hen dicht ging kon ik herademen. We waren weer gerust, tot het volgende bezoek. Heel tegenstrijdig eigenlijk, want soms kon ik daar echt van opkikkeren. Maar ik was zeer selectief in mensen die me konden opkikkeren en zelfs eens iets afspreken met ‘de juiste mensen’, dat deed ik niet. Ik was immers niet het leukste gezelschap, dus zweeg ik. Bleef ik thuis. Lekker alleen, met de dochter. Veilig.

Het kon me niets meer schelen

Mensen uit mijn directe omgeving lieten al eens een ballonnetje op: kon het zijn dat ik een postnatale depressie had? Ik counterde telkens: “Neen, ik hou van mijn kindje, ik wil wél voor haar zorgen. Dat wil je toch niet meer bij een depressie?” Neen, ik had dat zeker niet. Dat ik soms twee weken dezelfde broek droeg, dat merkte ik al niet meer. Dat mijn juweeltjes onaangeroerd bleven zou wel een fase zijn, ook al ging ik vroeger nooit buiten zonder. Dat ik me niet meer opmaakte en verzorgde? Ik had als mama toch geen tijd? Dit zou wel overgaan, ze zouden wel zien. Nu besef ik dat precies dát de depressie was: gelatenheid, het kon me niets meer schelen.

Paniekaanval

Vijf maanden na de bevalling ging ik terug werken. Dochter was uit haar spreidbroekje, mama had nood aan mensen om zich heen. Maar al na week 1 had ik een paniekaanval waardoor ik 's morgens moest terugkeren. Pas toen heb ik al mijn gevoelens eerlijk aan mijn man verteld, heb ik op zijn vraag de huisdokter gebeld en hulp gevraagd.

Met lood in mijn schoenen naar de psychologe

Ik werd doorverwezen naar een psychologe en ging met lood in mijn schoenen. Ik kwam hier toch nooit uit, ik zat veilig en goed thuis. Maar iets in mij wilde vechten. Voor een normaler leven zonder angsten, voor een nieuw leven als mama, voor een betere ik. Mijn psychologe luisterde naar mijn verhaal, erkende mijn gevoelens en ging mee in mijn gedachten. Ik voelde me begrepen en werd tegelijk heel strijdvaardig. Ik wilde hieruit, ik wilde dat het me allemaal wél kon schelen. Maar ik kon het niet alleen, daarom zat ik hier. Ze sloot ons gesprek af met deze woorden:  Jij zal de weg moeten afleggen, maar ik beloof je dat je rugzak lichter en lichter zal worden.

De vrouw die ik was, maar met een toetsje mama

Ik voelde me gesteund en vatte de tocht aan. Op weg naar een mama die zich goed voelt in haar vel, een vrouw die weer zichzelf wordt. De vrouw die ik was, maar dan met een toetsje 'mama'. Ik vertelde voortaan altijd eerlijk mijn gevoelens tegen mijn man en ook onze relatie werd er zo beter van. Natuurlijk waren niet al onze problemen te wijten aan mijn postnatale depressie, maar het had ons zeker geen goed gedaan. Eindelijk hadden we nog eens lange, eerlijke gesprekken over onze gevoelens, gedachten en angsten. Want ik was niet alleen, ook mijn man deelde sommige angsten en ideeën die in mijn hoofd spookten. Ik voelde me gesteund en begrepen. Meer dan ooit voelde ik weer waarom ik net deze man had gekozen om mijn leven mee door te brengen. Dus ja, een kind is een stevigere band dan een trouwring, althans voor ons.

Mijn rugzak werd lichter

Na twee zware maanden ging het inderdaad beter. Mijn rugzak werd lichter door de tips en tricks van mijn psychologe en door mijn eigen input. Ik pakte de draad van mijn leven weer op. Ik droeg weer make-up bij gelegenheden, ik droeg weer juweeltjes, ik verzorgde me beter. Ik heb zoveel van mijn psychologe geleerd en was enorm trots toen ze me na twee maanden losliet. Ik kon het alleen aan.

Ik geniet van het moederschap

Nu pas, acht à negen maanden later, kan ik echt zeggen dat ik geniet van het moederschap, van bijna elk moment ervan. Ik heb nog altijd mindere momentjes. Maar elke mama heeft die, daar heeft mijn postnatale depressie niets meer mee te maken.

Het benoemen was het zwaarste

Dit alles doormaken was zwaar, maar het benoemen was nog zwaarder. Toch heeft het me geholpen op mijn weg naar herstel. Neen, dat herstel had ik alleen nooit gekund, maar ik ben niet beschaamd. Ik ben net trots dat ik uiteindelijk hulp heb gevraagd. Ik wilde verder.
Ik wilde weer iets maken van mijn leven in plaats van ‘depressief’ te blijven. Ik wilde vooruit. Ik moest vooruit, voor mijzelf, voor mijn dochter, voor mijn man, voor mijn gezin.

Dus als er vragen komen, zeg ik, bijna met trots:
Ja, ik heb een postnatale depressie gehad. Maar ik heb ze overwonnen.
En die depressie maakte van mij ‘een mama’.