Kinderen hebben een eigen ‘willetje’

Zo zeggen we dat, in de Nederlandse taal, een eigen willetje, verkleinwoord. Waarom, dat is me een groot raadsel. Ik ben persoonlijk meer voor de Engelse aanpak: “kids have a mind of their own”. Mind, in ’t groot! Het begon allemaal tijdens onze wandeltocht in de Italiaanse Alpen…

De vakantie zat er bijna op. Balen… Maar papa had het lumineuze idee om nog één keertje te knallen: “Kindjes, we gaan een berg beklimmen!!”. Gekreun bij de kinderen, en een paar alarmbellen die afgingen in mijn hoofd. We hadden die week wel al wat pittige klimmetjes gedaan, maar relatief kort, een 300-tal hoogtemeters omhoog, gespreid tussen bergweides, watervallen en berghutten/cafés.

Vol zelfvertrouwen

Op de wandelkaart bleek het plan van vandaag te gaan over meer dan 700 hoogtemeters. “Is dat wel haalbaar, en hoe denk je ons drietal daarvoor te kunnen motiveren?”, vroeg ik. En we sloten een compromis: we delen de wandeling in 2 etappes, en enkel als we de eerste tegen de middag vlot kunnen doen, gaan we all the way. “Ze kunnen dat,” verkondigt papa vol zelfvertrouwen.

Etappe 1 ging vlot: het pad was niet te steil, er waren genoeg bellende bergkoeien die het wel zagen zitten om geaaid te worden, en het aanbod aan bosaardbeien kon voldoen aan de vraag.

Muiterij onder de troepen

En dus gingen we na een welverdiende picknick verder de berg op. Deze keer geen bosaardbeien wegens al te hoog, een pokkesteil pad en een beginnende onweersdreiging. Resultaat: onvervalste muiterij onder de troepen.

“Mijn benen doen pijn”, “Ik wil niet meer”, “ik verzet geen voet meer”, versus “Toe, nog 10 minuutjes”, “Doe het voor papa” en “Dan krijgen jullie een ijsje”.

Na veel vijven en zessen (en zevenen en achten), gingen ze weer puffend de berg op en kwam het doel in zicht.

Het onweer barstte los

Prompt gingen de twee oudsten op hun kont zitten met de boodschap “We kunnen het goed genoeg zien van hier, dat laatste eind doen we niet, gaan jullie maar!”. “Maar allé, jullie komen al dat hele eind, dat laatste stukje kunnen jullie toch!?,” argumenteerde papa nog. “Ja, maar we WILLEN niet meer!!!!” En toen barstte het échte onweer los…

Case closed. Papa had gelijk: ze kunnen het. Kids hebben hun slag binnengehaald: ze hebben hun willetje laten gelden en hebben elk 3 bollen ijs verorberd.

En mama? Die was een berg opgeklommen én werd een hele dag heen en weer geslingerd tussen de twee partijen, … en lag dus ’s avonds om acht uur al uitgeput te ronken.