Kindjes: altijd dolle pret

  • door Papa

Kindjes: ze staan garant voor mooie, heel mooie en ronduit onvergetelijke momenten in het leven van ouders. Met een spontane knuffel weten ze ons in een handomdraai te emotioneren, met een al even ondoordachte uitspraak (‘Mama, mijn eikel zit in mijn broek.’ – na een wandeling door het park) brengen ze ons eveneens aan het wenen, maar dan van lachen.

En toch… Toch zijn er ook van die momenten dat een mens denkt: had ik <vul leeftijd van het kindje in kwestie + negen maanden in> geleden ook maar wat meer nagedacht. Enkele voorbeelden bij uitstek daarvan zijn onder meer ‘het krijsende kindje’ en ‘het starende kindje’. Een kleine bloemlezing uit eigen leven en werk.

Optie 1: het krijsende kindje

Een baby’tje dat het keihard op een blèren zet op openbare plaatsen: het wordt door de meeste buitenstaanders nog ervaren als normaal tot zelfs vertederend. Een peuter of een kleuter die zich al krijsend en over de grond rollend een weg door de winkel baant: dat wordt door de meeste buitenstaanders doorgaans heel wat minder geapprecieerd. Telkens je zo’n tafereel bij een collega-ouder aanschouwt, voel je plaatsvervangende schaamte, maar ook (en vooral) opluchting dat het deze keer jouw beurt niet is.

… en dan beland je met dochterlief in een speelgoedwinkel en weet iédereen binnen de kortste keren dat ze een vogeltje in een kooitje wil en dat ze écht nooit niks krijgt. Op dat ogenblik is de Fun er gauw vanaf en zou je niks liever willen dan het vogeltje en het dochtertje van plaats te verwisselen. Ondertussen zijn ook de Colruyt, enkele schoenenwinkels en de Ikea (en dan nog niet eens ter hoogte van Småland, godbetert!) hier de revue gepasseerd.

Optie 2: het starende kindje

Subtieler, maar daarom niet minder gênant, is wat men misschien vanaf heden in de pedagogie zou kunnen omschrijven als 'het starende kindje'. De eer viel ons ooit te beurt in een dierenpark, op de plaats waar de kinderen het meest naar uitkijken: de speeltuin. Aan de rand van de zandbak zat een joodse familie te picknicken, wat onze dochter blijkbaar enorm intrigeerde. Dus ging ze maar eens dichterbij kijken. En nog een beetje dichter. Zo tot op een metertje van de familie in kwestie. En maar beginnen staren.

Als ouder wil je ter plekke door het zand zakken van schaamte. Haar er snel wegtrekken, is geen optie of je staat voor hetzelfde geld in het vervolg geboekstaafd als 'die xenofobe papa'. Haar daar laten staan, is evenmin te overwegen.

Dus probeer je ze in de verte subtiel weg te lokken.

  • 'Mama en papa gaan naar huis!' – Ga maar, ik kom straks wel.
  • 'Floortje, wij gaan naar de giraffen kijken!' – Waarom zou je naar een giraf gaan kijken als er ook mensen met een hoge hoed en krulletjes zijn?
  • 'Floor, papa gaat een ijsje kopen!' Ze komt uitgelaten op mij aflopen.

The Shining zit er gelukkig op. En dat ijsje? Dat is voor een andere keer, verdomme.

Optie 3: het kindje dat er ook niets aan kan doen

Een derde en laatste soort is een wat minder vaak voorkomende categorie. Soms valt een ouder immers al eens in affronten met zijn kroost, terwijl het echt onverdiend is.

Sluit even de ogen en beeld je in dat je op een vliegtuig zit, net voor het vertrek vanuit een warm en zonnig land. De kindjes gedragen zich heel flink: het dochtertje zit moedig naast de mama, de papa zit naast de maxi-cosi waarin het baby-broertje vredig ligt te slapen.

Opeens doemen van allerlei kanten priemende blikken op. Een natuurlijke reactie is: je ook omdraaien en verbaasd achter je kijken, niet echt wetend naar wat precies. De mensen blijven echter kijken… en wel naar jou. Bas weent niet, dus kan het maar één iets anders zijn: een kakapamper? Zo subtiel mogelijk beweeg je je neus in de richting van je zoontjes billen. Opluchting: geen vieze geurtjes. Fier steek je je zoon in de lucht (mevrouw de hostess heeft immers bevolen hem op de schoot te nemen voor het opstijgen) en duw je nog eens ostentatief je neus tegen zijn achterwerk. Maar de boze blikken verdwijnen niet. Nu begin je zelf geïrriteerd mee te zoeken met de anderen. En dan komt de aap uit de mouw, of liever de chihuahua uit de saccoche. Nu is het jouw beurt om kwaad rond te kijken naar iedereen: hoe durven ze mijn zoon te associëren met een hondendrol! Stilletjes triomferend vangen we de terugreis aan…