Kom op kleintje, blijf nog even in mama’s buik zitten …

  • door Gastmama

18 februari, maandagochtend, 6u. 32 weken en 3 dagen zwanger. Ik ben jarig.  Ik word wakker met een natte broek. Aaargh, dat witverlies toch! Snel even naar de wc en me wat opfrissen. Wanneer ik mijn broek uit doe, slaat de wereld op hol en mijn hart staat stil. Bloed. O-ver-al bloed. In mijn broek, langs mijn benen, op de grond, de wc-bril en zelfs de muur moet eraan geloven.

Door de paniek heen roep ik zo hard ik kan naar mijn man.

Schat!

Ja?

Komen!

Wat is er?

Bloed, ziekenhuis, nu.

Meer dan die conversatie is er niet nodig.

De rit naar het ziekenhuis lijkt wel een eeuwigheid te duren. Net als de gedachten die in mijn hoofd ronddwalen. ‘Mijn kleintje is dood’ en ‘wat heb ik misgedaan?’

In het ziekenhuis vlieg ik meteen aan de monitor.

Daar is de ontlading. Het sterke kloppen van dat kleine hartje in mijn buik. Onze jongen leeft nog! Niet te omschrijven. Al de tranen die ik dapper weggestoken had voor mijn man, komen er nu dubbel en dik uit. Met ons kleintje is alles goed. Maar wat is er dan aan de hand?

Placenta Previa. Oftewel: stoute placenta die zich lekker aan de ingang van je baarmoederhals nestelt.

Daardoor die hevige bloeding. En als dat nog niet genoeg is, zit er ook een scheurtje in de vruchtzak.

De gynaecoloog geeft veel info, ik hoor het wel, maar mijn lichaam registreert het niet.

‘In het ziekenhuis blijven tot de bevalling, longrijping, weeënremmers, antibiotica, keizersnede, voorbereiden op een premature baby,…’

Gebeuren die dingen niet enkel op tv?

Nu is het afwachten. Wachten tot wanneer de keizersnede ingepland zal worden óf wanneer ons kleintje er zelf genoeg van heeft en ons wil ontmoeten.

Die 40 weken zwangerschap haal ik sowieso niet. Maar ik kijk énorm uit naar de dagen, weken en jaren waarin dit slechts een eng verhaal geworden is.

Kom op kleintje, blijf nog even in mama’s buik zitten. Ik zie je graag, met alles wat ik heb…

 

Joyce