Leven met een kind met ADHD

  • door Gastmama

Op 31 juli 2013 werd ons tweede kindje geboren, een zoontje Jack. Hij maakte onze gezin compleet na een dochtertje van twee jaar. Ons geluk kon niet op. De eerste maand verliep vlotjes. Na die eerste maand merkte ik echter dat Jack snel zeurderig werd, dat hij niet snel content was en zich snel verveelde. Ook ‘s nacht werd hij elke nacht wakker, tot twee keer per nacht, en dat elke nacht opnieuw, 2,5 jaar aan een stuk.

Wanneer ik vrienden, familie of Kind & Gezin daar op aansprak, kreeg ik al snel de boodschap: ‘het is door reflux’, ‘het is omdat hij zijn eerste tandje krijgt’, ‘het is omdat hij een groeisprongetje heeft’, ‘wacht maar tot hij kan kruipen, stappen …’ Zo gingen de weken en maanden vooruit. We hadden ons als ouders ontpopt tot levende zombies, maar we slaagden er in om door te gaan, te blijven (full time) werken en het huishouden draaiende te houden. 

Niet alleen thuis

Het gedrag van Jack deed zich niet alleen thuis voor. Ook de onthaalmoeder en grootouders ervaarden hem als een zeer lastig en zenuwslopend kind. De onthaalmoeder stopte met werken toen Jack twee jaar was en zij was de eerste persoon die zei: “ik ben er van overtuigd dat Jack ADHD heeft”.

We bleven naar oplossingen zoeken, gingen naar babyosteopathie, volgden de cursus “trippel P- positive parenting program”, maar merkten niet echt een positieve evolutie in zijn gedrag.

Ondertussen hadden we een crèche gevonden om Jack nog een half jaar op te vangen tot hij naar school kon. Het leek ons een goede nieuwe start te zijn voor hem, in een nieuwe crèchecontext. Al snel kwam echter terug de boodschap van de crèche dat Jack niet was zoals andere kinderen: heel onstuimig, snel ontevreden, heel onhandelbaar…

Inmiddels bleven we zoeken naar hoe het beter kon, hoe we moesten omgaan met Jack. We kaartten dit aan bij de kinderarts en zij stuurde ons door naar UZ Gent, afdeling kinderpsychiatrie. Daar onderging Jack een reeks aan testen en observaties met een multidisciplinair team (logopedisten, psychologen, psychiaters …)  om zijn gedrag  en ontwikkeling in kaart te brengen. Het verdict: een regulatiestoornis die allicht op latere leeftijd (7 à 8 jaar) zou uitmonden in ADHD.  

Gezien zijn jonge leeftijd was het nog te vroeg om medicatie op te starten, maar door die diagnose kregen we wel thuisbegeleiding om “tips & tricks” te leren bij de opvoeding. Ik kon die diagnose moeilijk aanvaarden (hij was nog maar 2,5 jaar!) en ik was er van overtuigd dat als we hem met de beste zorg, liefde en opvoeding zouden omringen het zeker en vast beter zou worden met ouder worden.

Hij “terroriseerde” ons gezin

De maanden en jaren gingen verder met een kind dat ons gezin “terroriseerde”. Hij was zo’n ambetant kind; hij luisterende heel moeizaam, alles moesten we meerdere keren vragen vooraleer hij iets deed, en dan deed hij het pas na veel dreigen en na escalaties. Hij had ook weinig slaap nodig en was altijd rond 6.30 wakker en dan begon de strijd opnieuw.

Dit resulteerde voor ons als papa en mama in een parentale burn-out. We. Konden. Niet. Meer.

We vonden (verlengde) weekends en vakanties vreselijk. We telden de dagen af en waren blij dat we konden gaan werken. Geen van beiden wou vier/vijfden of parttime gaan werken.

Ook kwamen de verschillende opvoedingsvisies van mijn man en mezelf heel erg tot uiting in deze stresserende gezinssituatie. We dreven verder en verder van elkaar weg. We trokken niet meer aan hetzelfde zeel als ouders. Jack voelde dat heel goed aan en maakte daar misbruik van om ons tegen elkaar uit te spelen.

Ook zus ondervond zoveel negativiteit en stress van gedrag van haar broer … Ze cijferde zich helemaal weg op de achtergrond en was niet meer de blije en zorgeloze meid van weleer. Jack vroeg ook zoveel aandacht dat we gewoon geen oog hadden voor haar. Als zij zich dan ook eens aanstelde, dan was het bij ons echt van ‘jij gaat nu toch ook niet beginnen?!’

Ik was zo verdrietig en machteloos: dit was absoluut niet de gezinscontext die ik aan mijn kinderen wilde geven. Ik wilde hen een warm veilig nest bieden zoals ik dat zelf ook had gekend, en het enige dat ik zag was stress, roepen, tieren, slaan met deuren, kapotmaken, escalaties, wenen … Een ware uitputtingsslag.

Als we erover spraken met de ondersteuners van de thuisbegeleiding of andere professionals was de eerste vraag die ze stelden telkens weer: ‘Wat is uw sociaal vangnet? Bij wie kunnen je kinderen terecht zodat jullie als ouders ademruimte krijgen?’ Helaas was dat bij ons zeer beperkt (enkel de grootouders heel af en toe). Niemand stond te springen om een dergelijk “ambetant” kind op te vangen waardoor we in een soort isolement geraakten.

Jack kreeg zelf last

Naarmate Jack groter werd merkten we dat hij ook begon te beseffen dat hij zijn gedrag niet altijd onder controle had en dat hij in verschillende contexten (school, thuis, bij vriendjes) heel vaak hoorde dat hij niet flink was of in de hoek moest staan of niet mocht meedoen. Hij kon daar heel verdrietig om zijn. Hij kroop soms in de kledingkast en zei al huilend; ‘Iedereen vindt mij een sufkop; ik ben een sufkop’. Hij was toen 5 jaar.

Ik besloot dat het terug tijd was om hulp te zoeken en in te grijpen toen ik zag dat Jack zélf ook echt last begon te krijgen van zijn gedrag. Voordien stelde hij onaanvaardbaar gedrag, maar hij besefte er de impact niet van op anderen. We kwamen terecht bij een kinderpsychiater die echt begreep wat er aan de hand was en zag dat onze gezinssituatie niet langer houdbaar was. Jack onderging een aantal testen en de diagnose werd vrij snel gesteld: ADHD.

Het label ADHD

Ik had het heel moeilijk met dat label. Niet per se omdat het label ADHD was, maar gewoon omdat ik vond dat er een algemene over-labeling is in deze maatschappij en ik ervan overtuigd was dat Jack op die manier niet alle kansen zou krijgen in de maatschappij. Ik moest echter mijn mening herzien.

Het label ADHD was toch wel een life changer….

Voor onszelf als ouder, want nu wisten we dat dit niet zomaar een “ambetant” kind was dat nooit wilde luisteren, maar dat er echt iets meer aan de hand was. We kregen intensieve oudercoaching van onze kinderpsychiater om te leren hoe we met Jack moeten omgaan.

Maar ook voor Jack zelf. De kinderpsychiater is onmiddellijk gestart met medicatie (Rilatine). De opstart hiervan liep zeker niet zonder slag of stoot. Het was zoeken naar de juiste dosis. Ik had echt het gevoel dat ik mijn kind aan het drogeren was door de talrijke bijwerkingen: geen eetlust (ik zag hem zienderogen vermageren), serieuze rebound als zijn medicatie uitgewerkt was, moeilijk de slaap kunnen vatten (momenteel slaapt hij pas in tussen 21.30-22.00 als kind van zeven).

Het label ADHD zorgde ervoor dat Jack veel meer uren zorg en ondersteuning op school krijgt en hij wordt op een andere manier benaderd door de juffen op school omdat ze weten dat hij niet opzettelijk vervelend doet; ze begrijpen waarom zijn gedrag ‘anders’ is.

Als ik terugkijk naar de voorbije zeven jaar, moet ik toegeven dat het al zwaar is geweest. HEEL zwaar. Ook vind ik het heel moeilijk om uit te leggen aan vrienden en familie hoe zwaar het wel niet kan zijn met een ADHD’er in huis en welke impact dat heeft op ouders, broer/zussen, vriendjes, hobby’s …

Er zijn periodes dat het redelijk vlot gaat, maar dan kan het , zonder enige aanwijsbare reden, terug omslaan en heel zwaar zijn, door Jack zijn gedrag.

We nemen het stap voor stap en dag voor dag. We proberen niet te veel vooruit te kijken. We proberen Jack met de beste zorgen en liefde te omringen en hopen dat hij een mooie toekomst tegemoet gaat.