Lid van de ‘borstvoedingsmaffia’ word ik alvast niet

  • door Mama

‘Ga je wel of niet borstvoeding geven?’ Het lijkt zo’n onschuldige vraag. Elke mama kiest waar zij zich goed bij voelt. Wat je ook kiest (borst of fles, kolven of een mix van voorgaande), als mama zie je je baby even graag. Op sociale media zie je vaak statements verschijnen dat het niet uitmaakt wat je kiest, hoe lang je daarvoor kiest of de reden. Dit stelt je gerust. Je bent geen betere of slechtere moeder, wat je ook kiest. Maar ergens, helemaal achteraan in je hoofd, blijft er zo’n stemmetje zeuren dat borstvoeding toch de eerste keuze dient te zijn. Of ben ik hier een uitzondering?

Voor alle duidelijkheid; ik heb borstvoeding gegeven. Twee keer zelfs. Ik ben tot op vandaag nog aan het voeden. ‘s Nachts dan. Mijn dochter blijkt namelijk een hardnekkige flesweigeraar te zijn. Dit ligt grotendeels aan mezelf. Ik voedde haar te weinig via een flesje voor ze 6 maanden oud was. Kolven bracht mijn productie uit balans. Eens het flesje nodig was, wilde ze het niet. Stress, pure stress kreeg ik ervan. Zo veel stress dat ik op sommige momenten echt gedacht heb: ‘Waarom wou ik nu weer borstvoeding geven?’

Want laten we eerlijk zijn: een baby die tanden krijgt, is geen pretje om te voeden. Mijn dochter is tien maanden oud maar heeft nog geen enkele nacht ergens anders geslapen. En vergis je niet, ik zou een nacht doorslapen echt wel kunnen gebruiken. Dus nee, het is niet mijn keuze om ze nergens te laten logeren. Maar dan zou ze verhongeren.

Bij mijn zoontje was het borstvoedingsavontuur korter. Na een moeilijke start liep het best vlot. Het is wel vooral die start die me bijgebleven is: kloven, spruw en heel veel gekolf. Dat ik nog aan een tweede borstvoedingsavontuur ben begonnen, verbaast me. Zes weken lang heb ik mijn zoontje gevoed met kloven. Om één of andere duistere reden kreeg ik verder zo veel pijn aan één borst dat ik dagenlang moest kolven. Dit herhaalde zich meerdere keren. Ik heb doorgezet. Tot verbazing van de vroedvrouw die er alle begrip voor had als ik zou stoppen. Zelfzorg is ook belangrijk, zei ze me.

Maar beste ‘borstvoedingsmaffia’; jullie stemmetje zorgde ervoor dat ik mij 2 maanden lang in alle bochten heb gewrongen om toch maar borstvoeding te kunnen geven aan mijn zoontje. Toen het op een dag niet lukte en ik hem met een flesje kunstvoeding moest geven, voelde ik me de grootste verrader ooit. Ik herinner me nog dat ik aarzelde om dat flesje in zijn mond te steken want ‘dat was niet mijn melk’.

Tegen vriendinnen die stoppen met borstvoeding zeg ik dat ze vooral aan zichzelf moeten denken. Dat het geen schande is om te stoppen en over te schakelen. En ik meen het ook echt.

Waarom ik er dan zo veel moeite mee had om te stoppen de eerste keer? Geen idee.

Begrijp me nu niet verkeerd. Ik koester die voedingsmomenten. Ik geloof in de voordelen van moedermelk. Ik geniet van de tijd met mijn dochter zo dicht bij mij. Maar borstvoeding geven is niet enkel een roze wolk. De voordelen worden (terecht) zo naar voren geschoven dat ik denk: wat meer aandacht voor de andere kant die erbij komt kijken zou fijn zijn. Ik zou het jaren geleden alvast graag allemaal geweten hebben als zwangere vrouw.

Daarom een oproep aan mijn mede-borstvoedingsmama’s: laten we met z’n allen meer open zijn over de leuke én minder leuke kanten van ons borstvoedingsavontuur. Dan kunnen alle toekomstige mama’s een keuze maken waar ze zich goed bij voelen, zonder schuldgevoelens. Hoe schoon zou dat zijn?!