Liefde en kinderen tijdens Corona: Het corona-ABC

  • door Mama

De coronasituatie: onafgebroken samenleven met je kinderen en man tijdens de COVID-19 quarantaine.  Kind 1 heet Marcello, hij is 5 jaar oud. Kind 2 heet Mauro, hij is 3 jaar. Mijn jongens zijn chaotisch, luid en competitief. Ze dingen beiden naar de titel van “opperprottengod”.  Mijn man is knap, slim en een goede chefkok. Hij is ook traag in het opmerken van sarcasme, gezien zijn moedertaal niet het Nederlands is - wat soms écht helpt. Er circuleren bij ons drie talen thuis: Italiaans, Nederlands én Engels. Facile, makkelijk and easy! No, echt. Really.

Ikzelf ben voor 50 procent zeker dat ik een vrouw ben, voor 80 procent zeker dat ik ben getrouwd, voor 100 procent zeker dat ik moeder ben, voor 25 procent zeker dat ik een neuroot ben, voor 25 procent zeker dat ik enkele laagjes heb die verkeerd worden begrepen. Hoeveel procent blijft er dan over voor ‘doelloos zoekend persoon op drift’ … of voor gewoon ‘driftig ’?

Afwasgeren: Ouders die bijna ruzie maken over wie de afwas mag doen op een bepaalde avond die afwasgeren. Wie afwasgeert, wil écht afwassen op dat moment, een soort onweerstaanbare drang maakt zich van hen meester. Uiteraard is het alternatief: bad- en bedtijd met de kinderen. Of zoals wij het hier thuis zijn gaan noemen: “hel met water”.

Zij: Ik doe de afwas. 
Hij: Nee, nee, dat deed je gisteren al.
Zij: Wie het eerst de kinderen kan overtuigen om naar boven te gaan, die mag afwassen.
Hij: OK. … Kids?
Kind 1 en 2: JA, PAPA?
Hij: Jullie mogen jullie auto’s douchen, nu in de badkuip.
Kind 1 en 2: Yay!
Zij: Wie het eerst boven is, mag op papa’s computer spelen.
Kind 1: Racen, Mauro?
Kind 2: JAAAAAAA!
Hij: Oh, gij vals … viswijf.
Zij: Je bedoelt: afwaswijf.

Breedbekken: Men breedbekt wanneer men als ouder een uitleg geeft aan z’n kind met de mond breed open gesperd en de tanden min of meer op elkaar geklemd. Als dit wordt gecombineerd met een hoge, zangerige stem kan je er niet van worden beticht bevelen te geven. Je was immers aan het glimlachen en breed nog wel. Enige voorzichtigheid wordt aangeraden bij het toepassen van deze techniek, zeker wanneer je het zou willen uitproberen op volwassenen: echtgenoten / eega’s zijn hier zéér gevoelig aan. Houd afstand tijdens je poging.

Mama: Ruim die rommel op NU.
Kind 1: Maar waarom?
Mama: Voor de derde keer, liefje, ruim op…
Kind 1: Ik vind de living mooier zo.

Mama: Liefje, voor de laatste keer, (breedbekkend) RUIM NU DIE ROMMEL OP.
Papa: Als je dat zo aan mij zou vragen, zou ik het ook niet doen.
Mama: (breedbekkend) STERF.
Kind 1: Papa, ik denk dat mama een beetje boos is.

Coronachambreren: Je coronachambreert wanneer je als ouder na een groteske uitbarsting weer even op temperatuur moet komen. Wanneer alle stoom uit je oren is verdwenen ben je gecoronachambreerd. Het valt ook tijdens het uitvoeren van dit werkwoord - of liever tijdens het proberen te herwinnen van de juiste lichaamstemperatuur - telkens op dat kinderen geen of nauwelijks een ‘stil-’ of ‘pauzeknop’ hebben, wat dit werkwoord dan weer z’n utopische charme geeft.

Een voorbeeld uit het leven gegrepen.

Mama: Regel 1: niet vechten.
Kind 1: AAAAH! MARCELLO HEEFT MIJ GEBETEN.
Mama: Regel 2: maak niet teveel lawaai.
Kind 2: AAAAAH! MAURO HEEFT MET EEN AUTO GEGOOID!
Mama: Regel 3. De belangrijkste regel. Val mama niet lastig.
Kind 1 en 2: MAMA MAG IK NOG EEN BANAAN? MAMA MAG IK WATER? MAMA MAG IK KOEKJES EN TV? MAMAAAAAAA.
Mama: Ik ga even op de gang staan om te coronachambreren.
Kind 1 en 2: WOEHOE! ZETELTRAMPOLINE! 

Coronakilo's: De gevoelige gewichtstoename door het thuis zijn en het compulsief koeken vreten. En je man die opeens bakkersambitie aan de dag legt, elke dag. Goede manier om alleen in de keuken te blijven natuurlijk …. mét luide muziek en slurpend aan de wijn.

Eens zo spijtig voor hem dat ik een bak- en kookkanaal voor kids heb gevonden op YouTube.

Mama 1 - Papa 0.

Kindeneren: het proces waarbij je je kind kan horen nadenken omdat je iets verwarrends hebt gezegd.

Kind 1: Mam, mag ik aub mijn potloden?
Ik: Ja… Pak ze dan.
Kind 1: Waarom pak jij mijn potloden niet?
Ik: Omdat ik uw slaaf niet ben.
...
Kind 1: Mama, wat is een slaaf?
Ik: Dat is een persoon die altijd moet luisteren naar een baas en hij moet doen wat die baas zegt. En als hij niet luistert, gebeuren er vreselijke dingen met hem.

Kind 1: Zegt de baas van de slaaf “alsjeblieft”?
Mama. Mmmm. Niet altijd, waarschijnlijk zelfs niet.

Kind 1: Mama, ben ik jouw slaaf?

Mamateren: Het proces waarbij kinderen mama blijven roepen tot ze krijgen wat ze willen. Papa wordt hierbij - soms bewust, soms onbewust - ingezet als extra pion in het spel van het bereiken van het beoogde doel. Het is makkelijker, aangenamer en beter voor de gemoedelijke verderzetting van het huwelijk aan te nemen dat papa selectief doof is voor het mamateren. Wat niettemin in de weg staat dat mama’s dat af en toe anders interpreteren.

Ah. het bad in. Heerlijk.
....
Kind 2: Mama! Mama! Màaama!
Ik: Shit. ...
Kind 2: Mama!
Ik: Gdvrdmm…. Ja?
Kind 2: Waar is mijn konijn?
Mama: Dat weet ik niet. Zoek eens in de living.
….
Kind 2: Mama! Mama! Mama!
Ik: JA!
Kind 2: Ik vind hem niet.
Ik: En waar is papa?
Kind 2: Op de zetel.
Ik: (Breedbekkend) Vraag het dan aan papa!
....
Kind 2: Mama. Mama! Mama!
Mama verlaat vloekend het bad. 
Mama vindt konijn achter de zetel.
Mama besluit te doen aan seksuele onthouding.

Mama 1 - Papa 1.

Mamiteren (zn. ‘Mamitatie’): Je kind dat je imiteert op zo’n irritante manier dat het je tevens - genadeloos - een spiegel voorhoudt.

Kind 1: IK WIL NU ALLEEN ZIJN. IK KAN DIT NIET MEER AAN.
(Kind 1 slaat deur achter zichzelf dicht. Wij drie blijven verbaasd staren naar de deur.
We horen Kind 1 de trappen opgaan en z’n kamer binnengaan.)
Een heel half uur later.
Mama: Schat? … Gaat het?
Kind 1: Alles ok. Ik deed gewoon even zoals jij.

Praatpalen: Het komt erop neer dat je doet als een paal waaraan om de 5 tellen een soort elektrisch gezoem ontsnapt: “Mmmm”. Praatpalen valt het vaakst voor wanneer je als ouder niet bepaald met je kinderen wil praten, terwijl de kinderen in feite niets anders en niets lievers willen dan dat jij - mama of papa - met enige stelligheid en interesse naar hen luistert terwijl ze LUID en onaflatend onzin uitkramen. Je praatpaalt pas echt effectief wanneer je je zo stil mogelijk houdt, je dus zo weinig mogelijk beweegt, en zodoende hoopt dat het gepraat met slechts minimale ouderlijke respons zo snel mogelijk voorbij gaat. Pas op! Vergeet niet het elektrische zoemgeluid voort te brengen, anders maak je je kind er erg attent op dat je niet echt aan het luisteren bent.

Een demonstratie:

Kind 1: En in de klas doen wij dat wel en dan doen we zo en dan zegt de juf dat dat niet mag want dan kan je andere kinderen pijn doen, da’s waar he mama? … Mama?
Mama: Mmmmm.
Kind 1: En dan is het tijd om buiten te gaan spelen en daarna eten we koekjes … mogen wij nu sebiet ook buiten gaan spelen, mama? Met de kartonnen dozen in de tuin … mama? … Mama? 
Mama: Mmmmm.
Kind 2: JA! Met alle dozen!
Kind 1: Gaan we een kamp maken, broer met de kussens?
Kind 2: JA! Buiten!
Kind 1: Mag dat, mama? … Mama?
Kind 2: Ja? Mama?
….
(Mama: SHIT. Waarom zijn ze opeens stil en kijken ze me aan?)
Mama: Mmmmm.
Kind 1 en 2: Juij! MOGEN WE OOK MET WATER?
Mama: Mmmmm.
Kind 1 en 2: YEAAAAAH! Pak de kussens en water!
Mama: Mmm... WAT?

Praatstromen: het proces waarbij er opeens veel wordt gebabbeld, niet zozeer met een gesprekspartner: eigenlijk praat het kind met zichzelf, puur voor het plezier van de mondgymnastiek. Het is bij dit proces een vaak voorkomend gegeven dat de ouder zich het offerdier voelt op het kinderaltaar van het onaflatende getater waar de ouder (gedwongen) getuige van is. De hoge verwachting van het kind is dat er naar zijn wijsheid en preken wordt geluisterd. Hij beschouwt zichzelf tijdens het praatstromen meestal als beter dan een ander, redelijk onfeilbaar - als een klein sneetje van een goddelijke taart.

De obligate avondwandeling om Kind 1 moe te krijgen zodat hij op tijd gaat slapen.

Kind 1: Weer berenjacht, mama? Saai.
Ik: Schat, ik weet het. We moeten nog even volhouden. 
Kind 1: (Praatstroomt, praatstroomt, praatstroomt) … Mama, ik vind er geen. Er zijn veel huizen zonder beren. Waar zijn alle beren naartoe? Mama, in mijn klas is er een kindje en die (praatstroomt praatstroomt praatstroomt)
Ik: Mmmmmmm. (Mama praatpaalt als de pro die ze ondertussen geworden is.)
Kind 1: Mama. Mama! Mama! Kijk daar.
Ik: Mmm. Een beer gevonden, schat?
Kind 1: Nee mama, wat heb ik nu net gezegd? Weeral mensen die praten aan de telefoon! Op straat! PRAAAAAAATEN. Wat zeggen ze tegen elkaar? Kijk, mama! 

Kind 1: Waarom moeten mensen altijd zoveel praten? Praten praten praten! Bah!
(Op dat moment dringt een realisatie zich op: Marcello praatpaalt waarschijnlijk ook. …)

Prottengoden: Activiteit waarbij de kinderen elkaar proberen te overtroeven in een wedstrijd om het luidst en vettigst scheten laten. Wie wint is de prottengod. Wie drie keer wint, is die dag de opperprottengod

Sjniezen: Zo hard niezen dat het snot projectielgewijs uit de neus wordt gekatapulteerd.

Marcello: Sjnies!
Ik: Eeeeij! Iiiiieuw! OH my god!
Marcello: Je moet in een elleboog niezen heeft mijn juf gezegd.
Ik: ja, in je EIGEN elleboog! 

Vinologie: het geloof dat je te weinig wijn in de kelder hebt om de “coronasituatie” het hoofd te bieden.

YouTubeTop: Het moment waarop je je realiseert dat je kinderen reeds zoveel video's op de iPad, op Youtube hebben bekeken dat het er echt niet toe doet dat je ze nu nog 15 minuten extra geeft. Een half uur. Een uur. Je haalt ineens de tijdslimiet van het ding af, anders staan ze aan je bureau binnen de 5 minuten.

YouTubeStop: Het moment waarop je je realiseert dat de kinderen nu wel echt genoeg hebben gekeken van die verdomd luide en flitsende video's op die rotte YouTube en dat de inhoud die daar wordt aangeboden niet hersenvriendelijk is. Je kinderen worden apelijker en stommer met de dag. Niet jouw schuld, duidelijk wél die van de iPad.