Lieve dochter, na deze helse periode zullen we samen ons ritme wel vinden

  • door Gastmama

Lieve Gudrun, Ik glimlach naar jou en jij lacht terug. Zo’n oprechte gemeende vertederende lach waardoor ik vanbinnen smelt. Je herkent mij. En meer nog: je herkent mijn lach. En je ‘ziet’ mij letterlijk graag. Plots besef ik dat ik voor de eerste keer jou ook zo zie. Graag zie. Dat ik daarom naar jou lach.

Want nu is het goed. Nu weet ik hoe het moet. Of toch bijna. Dat was even anders. En telkens als je huilde, elke keer als je midden in de nacht besloot dat het ochtend was, telkens als je schijnbaar zonder reden begon te roepen als je me zag, gaf ik jou van alles de schuld. Nu weet ik dat jij niet blij kan zijn als ik vanbinnen huil. Omdat ik het gevoel heb te falen in alles wat ik doe. En iedereen teleurstel, inclusief mezelf.

Want ik dacht dat ik sterker was. En ik denk dat iedereen anders mij sterker ziet. Maar ik ben gewoon een mens. En die hebben de bijzondere eigenschap van niet alles aan te kunnen. Van af en toe te breken. Dat gebeurde dus plots ook met mij. Ik, die er voor jou moest zijn, was er niet. Ik, die alles in de hand moest hebben, liet alles door mijn vingers glijden. Wat mij nog onzekerder maakte. Waarom kan iedereen anders dit wel?

Weet je, Gudrun, wij moeten altijd heel veel. Er wordt vanalles van ons verwacht. Jij bent nog zo klein, maar jij moet al ontelbaar veel dingen: jij moet doorslapen, jij moet zonder mij kunnen, jij moet zo groot zijn en zo zwaar, jij moet kunnen kruipen, staan, lopen, .... En je mag niet verwend worden, je mag niet huilen, je mag ... Mag jij wel een baby zijn voor je volwassen wordt?

En ik? Ik moet een vrouw, een mama, een dochter, een zus en een dierenarts zijn. Ik moet hoogzwanger gewoon zo lang mogelijk blijven doorwerken. Ook als het gevaarlijk is, ook als het elke dag met pijnstillers is. Ik ben tenslotte geen flauwe. Ik moet zo natuurlijk mogelijk bevallen. Boerinnen deden dat vroeger ook in het veld hé, weet je dat? Ik moet instinctief weten wat jou onophoudelijk huilen betekent en het doen stoppen. Ik moet mijn aandacht kunnen delen. En ik moet er elke dag staan, liefst glimlachend en gelukkig, ook al is er geen nacht geweest. En ik mag niet huilen, ik mag niet klagen, ik mag niet breken ...

Je papa zei soms lachend dat we op jouw geboortekaartje moesten zetten: ‘Bloemen noch roze’. Nu bedenk ik dat dat passend is. Niet alleen omdat wij niet houden van roze. Maar ook omdat het vaak alles behalve rooskleurig is. En dat is ok. Toen ik zwanger werd van jou, werd ik ook zwanger van een gevoel. Een onbehaaglijk gevoel, iets kouds, iets zwaars, iets donkers. Dat gevoel groeide met jou mee. Het werd ontkenning, het werd pijn, het werd schuld, het werd woede, het werd onverschilligheid.

Toen jij plots werd geboren - hoewel niemand anders dat plots zou vinden, behalve ik - glipte dat gevoel mee naar buiten. Het zat in jou. De eerste dag sliep jij. Onophoudelijk. De tweede dag begon je te huilen. Eveneens onophoudelijk. Ik wiegde jou elke dag uren aan een stuk. Ik mocht je niet neerleggen, ik mocht jou ook niet vasthouden, het moest iets ertussenin. En dat gaat niet. Tot ik je constant wiegde, ook als ik je niet vasthad. Tot ik het verschil tussen dag en nacht niet meer kende. Tot alle goedbedoelde raadgevingen mij beschuldigend neerhaalden en alle andere visies mij keer op keer in stukjes sneden. Alle dagen leken op koorddansen boven een ravijn. Met een baby op mijn arm.

Opgesloten in mijn huis. Gereduceerd tot mama. En als het even niet gaat, ook als dat even heel lang duurt, dan is er geen tijd. Dan heeft iedereen anders het heel erg druk met zichzelf. Want tussen al dat moeten, moet je vooral gelukkig zijn. Genieten. En is het een fase en gaat het allemaal wel over. Maar weet je, Gudrun, geluk is een toestand. Je bent het of je bent het niet. En het is ok om het niet te zijn. Ook als iedereen zegt dat dat wel moet.

Dat is wat ik jou vandaag wil meegeven, nu je daar zo mooi ligt te slapen: niets moet. Noch voor jou, noch voor mij. Wij zullen ons ritme samen wel vinden. Dat moeten we niet willen overhaasten. Straks gaan we samen dansen, alsof we nooit iets anders hebben gedaan.

Soms is het niet sterk om de wereld aan te kunnen. Soms is sterk zijn wanneer je in staat bent om van de gebroken stukjes van jezelf iemand nieuws op te bouwen.

En ik heb jou.

Liefs,

Mama

 

Jana