Meidenvenijn

  • door Tieners in huis

Einde zesde leerjaar. We merkten al een tijdje dat het niet zo goed meer liep op school. Meidenvenijn, zoals de meester het zo ‘mooi’ verwoordde. De vriendinnen waarmee ze altijd zo hecht was, blijken plots vals en venijnig uit de hoek te komen. Ze beginnen te lachen of het gesprek valt stil als onze dochter bij het vriendengroepje komt staan. 

Het duurt een hele tijd voor we er de vinger op kunnen leggen wat er met Nona* aan de hand is. Ze is stil en reageert nauwelijks of kort als we haar iets vragen. De vrolijke meid van vroeger is weg, ergens verloren gelopen op weg naar het puberschap. Het doet raar om haar zo te zien. Vroeger lachte ze, was ze een spring in het veld, vrolijk, creatief. En nu niet. Dat voelt vreemd. 

Na het oudercontact op school horen we dat er dingen spelen in de vriendengroep. Niet dat mijn dochter alleen maar slachtoffer is. Ze doet er zelf ook aan mee, aan dat meidenvenijn. Want zich laten doen, dat doet ze niet. Na het oudercontact spreek ik met Nona.  Maar veel meer dan ‘ja’ en ‘nee’ krijg ik er in eerste instantie niet uit. Tot ze barst. Ze barst in tranen uit en ik hoor met een kleine krak haar hartje breken. Daarna komt het er als een waterval uit: dat de vriendinnen zo raar doen en dat ze zelf ook raar doet en dat ze niet weet hoe het komt. Ze voelt zich rot, maar heeft geen verklaring voor haar eigen gedrag en dat van haar vriendinnen.

Na het gesprek maak ik een analyse: de meiden leiden aan een acute vorm van puberschap. Ze worstelen met zichzelf en de relaties die ze hebben. Er bestaat geen medicijn tegen, maar wel een behandeling: eens goed wenen en leren uit de fouten. Praten met elkaar en dan weer verder gaan, je eigen weg op. Het komt wel goed. 

Nona is een fictieve naam om de privacy van onze dochter te bewaren.