Mijn leven voor en na kinderen

Mijn leven in een notendop? Er is mijn leven voor en er is mijn leven na de kinderen. En hoewel ik eerlijk toegeef dat ik soms heel erg heimwee heb naar dat eerste leven vind ik het leven met kinderen zonder twijfel het plezantste van de twee.

Mijn leven in een notendop? Er is mijn leven voor en er is mijn leven na de kinderen. En hoewel ik eerlijk toegeef dat ik soms heel erg heimwee heb naar dat eerste leven – gewoon al omdat ik toen veel meer kon slapen en kon gaan en staan waar ik wilde – vind ik het leven met kinderen zonder twijfel het plezantste van de twee. 

Er was eens...

Mijn verhaal begint redelijk klassiek: meisje gaat studeren, zoekt haar weg in het leven, ontmoet een jongen, wordt verliefd en trouwt. Op haar huwelijksreis denkt het meisje nog: laat ons toch nog wat wachten met kindjes, dan kunnen we nog een paar grote reizen maken. Maar een paar weken later is het daar: dat ongelooflijke verlangen naar een kind met hem. Ze denkt: we zien elkaar zo graag, waarom nog wachten? 

De roze wolk?

Negen maanden later was ze daar: onze eerste dochter. Het moment waarop ik haar in mijn armen kreeg was, zonder te overdrijven, het meest intense en mooiste in heel mijn leven. Tweeëneenhalf jaar later volgde mijn tweede dochter en mocht ik, als bij wonder, dat overweldigende moment van trots en oergeluk nog eens voelen. 

Ik begreep ineens waarom er vrouwen op deze planeet rondlopen die tot soms wel vijftien kinderen op de wereld willen zetten: dat allereerste moment waarop je je eigen kind ziet, daar kan gewoon niets tegenop. Als er niet zo veel bij kwam kijken, wel, dan zou ik er zeker nog een paar extra op de wereld zetten. Gewoon om dat moment nog eens te kunnen beleven.

Maar er komt wel degelijk veel bij kijken, ondervond ik de dagen na de bevalling. Vooral bij mijn eerste was die schok heel groot: waarom had niemand me op voorhand gezegd dat het ook soms zwaar kon zijn? Niet dat ik het dan niet zou gedaan hebben, maar misschien had ik me dan wat beter kunnen voorbereiden op de pijnlijke borsten en naweeën, extreme vermoeidheid, rollercoaster aan hormonen, de babyblues, dat vreemde lichaam… 

De eerste nachten mama

Vooral die eerste nachten alleen in het ziekenhuis waren heel bevreemdend en zwaar: omdat mijn dochter zo klein was bij geboorte, had ze voortdurend honger. En ik, nochtans al jaren tante van vele nichtjes en neefjes, wist niet hoe ik mijn eigen dochter kon sussen…

Ik had me, vanuit mijn idealistische moederinstinct, ook voorgenomen om borstvoeding te geven, maar ik had daar voor het overige weinig bij stilgestaan wat dat concreet zou inhouden. 

In elk geval: de borstvoeding was een hel. Ik vond er niets leuks of intiems aan, ik werd er alleen ontzettend triestig en gefrustreerd door, want ik wist eigenlijk totaal niet hoeveel mijn dochter nu gegeten had, ook al had ik haar meer dan een uur aangelegd. Ik herinner me nog zo de opluchting die ik voelde die tweede nacht na een bezoekje van een lactatiedeskundige. Ineens kreeg ik nuttige richtlijnen, vernam ik dat het perfect normaal was dat mijn baby maar bleef huilen, ook al was het al 2 uur ’s nachts. Vernam ik dat ze wel in slaap zou vallen. Ik kon dan ook mijn geluk niet op toen bleek dat de wijze woorden van die lactatiekundige bleken uit te komen: mijn kleine wolk van een baby viel moe en verzadigd in slaap.

De eerste dagen thuis

Maar de dingen lopen zoals ze lopen: eenmaal thuis lukte de borstvoeding nog maar aan één borst. Ik huilde tranen met tuiten onder de douche, puur uit vermoeidheid en frustratie. Waarom kon ik nu geen borstvoeding geven? Waarom was ik nu zo’n slechte moeder? Het hielp niet toen een nogal overijverige vroedvrouw me kwam ‘helpen’ met de borstvoeding en me verplichtte om anderhalf uur aan een stuk met die ene borst aan te leggen. Ik weet niet wie er op het einde meer overstuur was: mijn dochter, ikzelf of die vroedvrouw. Ik mocht geen fopspeen geven of een tepelhoedje gebruiken, want dan zou ze te ‘lui’ worden om aan de borst te drinken. Dus bleef ik maar voortsukkelen en mijn niet-meewerkende borst afkolven. Tot mijn beste vriendin me aanraadde om het toch eens met dat tepelhoedje te proberen: het had haar ook ontzettend geholpen. En inderdaad: na een week of twee met tepelhoedje (wat een woord trouwens) kon mijn dochter weer aan beide borsten drinken.  

Na tweeëneenhalve maand stopte ik met de borstvoeding. Ik was eigenlijk vooral teleurgesteld in mezelf, denk ik soms achteraf. Elke vrouw was toch gemaakt om de borst te geven, dus waarom had ik dat dan niet gekund? 

mama met twee dochters

De eerste jaren mama

Maar in de loop van de jaren ben ik beginnen beseffen dat er geen zwart of wit bestaat in het moeder- of ouderschap en dat je jezelf niet te veel druk mag opleggen. Wat er voor de één werkt, werkt niet noodzakelijk voor de ander. 

Er is ook niets confronterender dan het krijgen van een kind: je komt op heel korte tijd dingen over jezelf te weten waarvan je niet wist dat je ze in je had.

Ik bijvoorbeeld stond versteld over dat moederlijke oerinstinct dat me na die eerste seconde overviel. Maar ik stond ook versteld van mijn wisselvallige buien, mijn ongedurigheid, mijn vreemde reacties door die korte nachten. De roze wolk leek soms heel ver weg. Ik werkte het misschien nog het meest uit op mijn maatje; we kregen ruzie om de stomste dingen, puur uit vermoeidheid. Gelukkig werden de nachten na een tijdje weer beter en kon ik langzaamaan een beetje wennen aan het grote geheel. Ik leerde inzien dat het best oké was om soms eens aan mezelf te denken en de dingen aan mijn partner door te geven. 

Bij de geboorte van mijn tweede dochter was ik dan ook al iets beter voorbereid. Maar ook dan begon weer een nieuw avontuur: aandacht geven aan twee kinderen tegelijk, euh, hoe doe je dat? 

Het leven met twee kinderen

Intussen zijn ze bijna 3 en 5,5. De baby’s van toen zijn kleine meisjes met karakters geworden. En dat kan ik alleen maar toejuichen. Want hoe zalig dat gevoel van die kleine hulpeloze baby ook soms was, het weegt toch niet op tegen de grappige gesprekken die ik nu met hen kan voeren. Elke fase heeft zijn charmes, dat is waar, maar ik ben achteraf gezien gewoon niet zo’n babymens. Ik vertel gewoon heel graag de gekste verhalen, haal graag het kind in mij naar boven en dat kan gewoon iets gemakkelijker met een kleuter en peuter dan met een baby. Maar er zijn ook veel momenten waarop ik denk: die babytijd had toch nog zijn voordelen… Vooral als ze allebei ruziemaken en het kot lichtelijk afbreken.

Eén ding is zeker: mijn leven na de kinderen is er eigenlijk niet gemakkelijker op geworden. Het is chaotisch, stressy, alles loopt altijd door elkaar.

Ik ben zo één van die moeders die te weinig uren heeft om alles te kunnen doen. Loslaten is de boodschap en dat is wat ik nu elke dag een beetje probeer te doen. Na de geboorte van mijn eerste dochter wou ik bijvoorbeeld nog per se mijn cakes en taarten zelf bakken, nu haal ik zo’n kant-en-klaar zakje in huis. En het gaat ook. En als ik te moe ben om in discussie te gaan, dan laat ik hen ’s avonds ook eens een boterham met hagelslag eten (ze eten warm op school). En ik eet er dan eentje mee.

Er gaat geen dag voorbij waarop ik geen schuldgevoel heb en twijfel of ik het wel allemaal goed aan het doen ben. Geen uur waarop ik niet aan mijn kinderen denk. Dan denk ik: ik moet meer spelletjes met hen spelen, moet hen vroeger afhalen van de naschoolse opvang. Maar elke avond opnieuw stellen ze mij gerust: jij bent onze mama en je doet het helemaal niet zo slecht. (Tenzij ze boos zijn op mij, dan zeggen ze: ‘Jij bent STOM, mama!’ De lieverds.)

Samengevat: er is niets dat mijn leven zo hard heeft omvergeworpen dan de geboorte van mijn twee kinderen en ik ben er alleen maar vergeetachtiger, chaotischer en vermoeider op geworden. Maar ik zou het zo opnieuw doen. 

Want hoe ik het nu draai of keer: met die twee kabouters erbij is alles veel plezanter.