Mijn tweeling werd veel te vroeg geboren

  • door Gastmama

Op 25 juli 2019 ben ik in het UZ Gent bevallen van een tweeling, een jongen en een meisje. Dat na een zwangerschap van slechts 29 weken en 2 dagen. Graag vertel ik het volledige verhaal, maar daarvoor moet ik eerst terugkeren naar 25 januari 2019.

Die vrijdagochtend had ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen. Na een miskraam in de maand daarvoor en één in augustus stond ik er nogal wantrouwig tegenover. Ik zou nog een weekje afwachten, er van uitgaand dat mijn maandstonden toch wel zouden doorbreken.

Die dag moest ik voor het werk een gastcollege geven op een hogeschool en ik stond kotsmisselijk en duizelig voor de klas. Het zouden de zenuwen wel zijn, dacht ik. Ik was er van overtuigd dat de kans dat ik terug zwanger zou zijn, onmiddellijk na mijn miskraam, miniem was. 

Bloedtest

In het daaropvolgende weekend bleef de positieve test door mijn hoofd spoken. Op maandag was ik er om die reden ook echt niet bij met mijn hoofd op het werk. 's Avonds besloot ik toch al langs de huisarts te gaan en daar bloed te laten nemen. Een dag later kreeg ik het resultaat en jawel, het HCG in mijn bloed was gestegen.

Door mijn voorgeschiedenis raadde de huisarts mij aan om een tweede bloedafname te laten doen, om te zien of het HCG voldoende bleef stijgen. Zo gezegd, zo gedaan en enkele dagen later kreeg ik het resultaat van mijn tweede bloedafname. Het HCG-niveau stond deze keer zeer hoog, hoger dan wat 'normaal' zou zijn voor een prille zwangerschap.

Ik maakte een afspraak bij de gynaecoloog en vertelde de secretaresse over het hoge HCG-niveau. Ze plande de afspraak een 2-tal weken later al in omdat ik volgens haar wel eens al langer zwanger zou kunnen zijn dan ik zelf dacht. Ik wist nochtans dat ik niet veel langer zwanger kon zijn, omdat ik nog maar net een miskraam achter de rug had en mijn HCG-niveau in dat kader ook opgevolgd werd. Ik wist dus wanneer mijn HCG na het miskraam op 0 gekomen was, en wanneer ik ten vroegste terug zwanger kon worden. Ik stelde me er echter niet al te veel vragen bij, nog altijd verwonderd door het feit dat ik terug zwanger zou zijn, en ik wachtte geduldig de afspraak met de gynaecoloog af. 

 Op 15 februari 2019 was het dan zover. De gynaecoloog begroette mij en mijn man met 'Ik had niet gedacht jullie zo snel al terug te zien'. Wij eerlijk gezegd zelf ook niet...

“Het zijn er twee!”

Hij voerde de echografie uit en het volgende wat hij zei was: “Amai, jullie hebben wel heel erg jullie best gedaan. Het zijn er twee.” Ik bleef enkele minuten lang met mijn handen voor mijn mond naar het plafond staren zonder iets te zeggen. Ook mijn man was nogal uit het lood geslagen. Alles zag er verder wel goed uit en mijn termijn werd bepaald op 6 weken. Ik was 6 weken zwanger van een tweeling en we zouden de kindjes mogen verwelkomen rond eind september.

De gynaecoloog kon toen nog niet zien of het om een één-eiiige of twee-eiige tweeling ging. Dat zouden verdere echografieën moeten uitwijzen. Op de terugweg hebben mijn man en ik niet heel veel tegen mekaar gezegd. We waren allebei nogal overdonderd door het nieuws. Eenmaal thuis maakten we de klik. We zouden er volledig voor gaan en we zagen het zitten.

Negatieve reacties

Toen we het nieuws nog enkele weken later aan familie en vrienden meldden kregen we veel negatieve reacties. Niet direct de reacties die je graag zou horen, als je voor de eerste keer zwanger bent... Het leek wel alsof mensen blijer waren met een eenlingzwangerschap dan met een tweelingzwangerschap.

De vraag 'Zien jullie dat zitten?' was er een die we vaker hoorden dan ons lief was. Alsof we een andere keuze hadden! Eén iemand zei zelfs dat ze een tweeling aan niemand toewenste. Ook dat besloten we gewoon over ons te laten komen en er niet te veel aandacht aan te besteden. We wilden graag een kindje, het werden er uiteindelijk twee in één keer, maar we mochten al blij zijn dat het toch een keer gelukt was, vonden wij. 

Misselijk

De weken gingen voorbij en ondertussen bleef ik wel heel erg misselijk zijn. Zo misselijk was ik in mijn leven nog niet geweest, en dat dan nog eens weken aan een stuk. Het kwam zo ver dat ik door de huisarts thuis gezet werd tot 12 weken. De grootste misselijkheid moest dan wel voorbij zijn, volgens hem.

Uiteindelijk bleef het duren tot 16 weken eer ik er volledig vanaf was. Niet erg, ik probeerde niet te veel te klagen. Ik moest immers nog steeds blij zijn met de 2 wondertjes die in mijn buik aan het groeien waren.

Elke dag dat ik misselijk was vond ik bovendien een bevestiging dat alles nog steeds oké was. Als ik eens een dag minder misselijk was, dacht ik onmiddellijk dat er iets fout was. Gelukkig bleven de kindjes goed groeien.

Het bleek uiteindelijk ook om een twee-eiige zwangerschap te gaan. Volgens mijn gynaecoloog was ik bij de 'gelukkigen' omdat dat de vorm was met de minste kans op complicaties. Ik was hier blij mee omdat ik door veel mensen gewezen werd op de risico's. Telkens mij iemand vroeg of ik niet bang was dat er iets zou fout lopen, antwoordde ik dat de dokters vandaag de dag zo veel kunnen, dat ik opgevolgd werd door twee gynaecologen, en dat ik er dus van overtuigd was dat men het wel zou zien, mocht er iets fout zijn. Op die manier verdrong ik, denk ik, het idee dat er wel eens iets kon fout lopen.

Bloeding

Op 14 juli 2019, ik was toen 27 weken zwanger, stond ik 's morgens op met een lichte bloeding. 'Het zal wel niets zijn', dacht ik. Na wat aarzelen belde ik toch naar de materniteit om te vragen wat ik moest doen. Ik kon beter eens langsgaan, zeiden ze, om zeker te zijn dat het niet erg was.

De gynaecoloog van wacht onderzocht me en vond effectief niets alarmerends. Waarschijnlijk was er een bloedvaatje in de baarmoedermond gesprongen, waardoor ik een klein beetje bloed verloor, maar ik werd voor alle zekerheid toch opgenomen. Ondertussen bleef de lichte bloeding wel aanhouden.

Na 3 dagen moest ik langsgaan op consultatie bij mijn gynaecoloog. Ook die zag niet onmiddellijk waar de bloeding vandaan kwam en dus mocht ik het ziekenhuis verlaten zonder restricties. Ik moest niet plat liggen, ik mocht alleen niet 'heel mijn huis gaan poetsen', om het met zijn woorden te zeggen. We waren toen dinsdag 16 juli.

‘Stoppen met sporten’

Op donderdag 18 juli moest ik sowieso opnieuw op controle bij de tweede gynaecologe (iemand die gespecialiseerd was in hoogrisicozwangerschappen en prenatale diagnostiek). Zij zag voor het eerst een grote bloedklonter in mijn baarmoeder, ter hoogte van de placenta van de jongen. Later kwam ik te weten dat die bloedklonter 18,5 cm² groot was. Ze zei dat het risico op vroeggeboorte nu wel heel concreet werd en dat ik moest stoppen met sporten. Ik was op medisch advies al gestopt met werken sinds 1 juli, dus uiteraard ging ik ook niet meer sporten. Bovendien lieten de proporties die mijn buik intussen had aangenomen dat ook niet echt meer toe. Ik werd naar huis gestuurd, opnieuw zonder al te veel restricties (alleen dan dat ik niet meer mocht sporten...).

Mijn man was ondertussen in verlof en we planden om nog de laatste details in orde te brengen voor de komst van de kindjes. Door de eerste ziekenhuisopname hadden onze ouders en de mensen rondom ons een soort wake-up call gekregen. Mijn stiefvader zette de meubels voor de kinderkamertjes in elkaar. De kamers zelf waren al mooi geschilderd door mijn schoonvader. Mijn moeder en schoonmoeder wasten en streken de kleertjes. Zij waren er allen van overtuigd dat ik het begin van september niet zou halen.

Ikzelf daarentegen was me nog steeds van geen kwaad bewust. Ik bleef gewoon verder doen met mijn dagelijkse bezigheden, zij het dan aan een trager tempo. Ik had dan wel al meer last van kwaaltjes, rugpijn, bekkenpijn, zure oprispingen,... Maar ik probeerde nog steeds niet al te veel te klagen. Ik voelde de kindjes dagelijks bewegen en dat vond ik een zalig gevoel. 

Het bloed stroomde langs mijn benen

Op 21 juli, precies een week na de eerste ziekenhuisopname, vierden we de verjaardag van mijn zus door uitgebreid te gaan ontbijten. Het was een prachtige zonnige dag en ik voelde me opperbest. Ik had weinig last, ik voelde me relatief fit en ik was gelukkig. Ook de bloeding was zo goed als gestopt. Na het ontbijt besloten we af te zakken naar ons huis om daar de verjaardag van mijn zus verder te vieren.

We zaten rustig buiten te aperitieven (alcoholvrij, uiteraard), toen ik het plots nat voelde worden tussen mijn benen. Ik stond recht en zag dat mijn kleedje helemaal bebloed was. Ook mijn benen en voeten waren bebloed. Ik liep snel naar binnen, naar het toilet, maar het bloed bleef letterlijk langs mijn benen stromen. Het was alsof er een slachtpartij bij ons thuis had plaatsgevonden. Het enige wat ik toen kon denken was 'ik ben ze kwijt, ik ben ze kwijt'. Mijn zus belde de 100 en luttele minuten later kwamen zij aan, in het bijzijn van de MUG. Ik vroeg me af of heel het vertoon eigenlijk wel nodig was. Ik stapte in de ambulance en hoorde mijn zus op de achtergrond paniekerig wenen. Ook mijn man wist niet wat hem overkwam. We wonen in een nogal dicht bebouwde wijk en vrijwel alle buren stonden meteen paraat. Iedereen was op die manier op de hoogte...

De ambulancier vroeg naar welk ziekenhuis hij me moest brengen. Ik antwoordde dat ik opgevolgd werd in Waregem en dat ze me dus naar daar mochten brengen. Dat was geen probleem, maar ze zouden wel even de gynaecoloog van wacht verwittigen dat ik op komst was. De gynaecoloog van wacht bleek niet al te happig om mij te ontvangen en vroeg of ze me toch niet naar Kortrijk konden meenemen in plaats van naar Waregem. Zo gezegd, zo gedaan. AZ Groeninge in Kortrijk, een ziekenhuis waar ik gedurende heel mijn zwangerschap nog niet geweest was, en waar ook niets vertrouwd voelde. Ik werd naar Kortrijk gebracht.

De spoedarts en de assistent-gynaecologe die in de ambulance aanwezig waren spraken over 'totale placenta-loslating', 'prolaps van de baarmoeder' en 'mevrouw gaat hier nu onmiddellijk bevallen'. Het enige wat ik kon uitbrengen was 'Ik mag nog niet bevallen, het is nog veel te vroeg'. Datzelfde zinnetje prevelde ik de hele weg van thuis tot het ziekenhuis. Ik kan mij de binnenkant van de ziekenwagen, de stem van de artsen en het beeld van de voorbijflitsende straten nog altijd levendig herinneren. Iets te levendig, naar mijn zin. 

Scheur in de placenta?

Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis meende de gynaecologe van wacht een scheur in de placenta van ons zoontje te zien. Zij stelde me gerust want beide baby's bleven het wel zeer goed doen en ondertussen was de bloeding ook gestabiliseerd. Volgens haar kon ik ook gerust nog enkele weken zo verder, op voorwaarde dat ik vanaf dan wel opgenomen werd in het ziekenhuis. Vermits ik toen nog maar 28 weken ver was, moest ik wel naar het UZ in Gent. Daar zou ik beter opgevangen kunnen worden dan in Kortrijk.

Inmiddels was het al 's avonds laat en ik werd met een ambulance naar het UZ gebracht. Ik mocht de nacht op het verloskwartier doorbrengen. Constant werden mijn bloeddruk en de hartslag van de kindjes gemonitord. Van slapen kwam die nacht niet veel in huis. Het bleek de eerste slapeloze nacht in een hele reeks te zijn… Mijn man lag naast mij op een veldbedje.

De volgende dag kreeg ik een echo van de gynaecologe in Gent. Zij zag geen scheur in de placenta maar wel een 'lake'. Dat is een zone die sterk doorbloed is, maar dus geen scheur, eerder iets onschuldig. Ik was opnieuw gerustgesteld. Ik was er van overtuigd dat ik niet zou bevallen. Nu in elk geval toch nog niet.

Ik werd naar een gewone kamer op de MIC gebracht en kreeg spuitjes voor longrijping. De bloeding ging in de volgende dagen op en neer. Om één of andere reden stabiliseerde het steeds overdag en werd het terug veel heviger 's nachts. Daardoor moest ik 's nachts telkens naar het verloskwartier en sliep ik die laatste dagen dus eigenlijk bijna niet meer. 's Nachts waren dan ook telkens een arsenaal vroedvrouwen, gynaecologen en assisten-gynaecologen paraat voor mij.

Mijn man was zo veel mogelijk bij mij. Ik voelde me schuldig want het was zijn verlof. Hij spendeerde zijn verlof in UZ Gent, door mij. Dit klinkt misschien vreemd, maar zo voelde het wel. Na een tweetal dagen kwam de gynaecologe vertellen dat ze zouden overleggen om een keizersnede te doen. Ik verloor te veel bloed en de artsen vroegen zich af hoe lang ik het nog zou volhouden. Ze hadden de situatie lang genoeg op z'n beloop gelaten, vonden ze. Toch geloofde ik nog steeds niet dat ik zou bevallen. Achteraf bekeken begrijp ik niet dat ik bleef geloven dat ik het nog wel enkele weken zou kunnen rekken.

Pijnlijke harde buiken

Die avond werd de bloeding terug veel erger. Ik kreeg daarbovenop ook nog pijnlijke harde buiken. Ik dacht dat ik het verloop al kende en besloot mijn man niet te bellen. Ik wou hem ook wel eens een goede nachtrust thuis gunnen. Ik verbeet de pijn. 's Morgens kwam mijn man terug. De bloeding bleef aanhouden en ook de pijn werd er niet beter op.

Op 25 juli om 13u controleerde men mijn baarmoederhals. Ik bleek al 4 cm ontsluiting te hebben. De professor zei “Mevrouw, de natuur heeft beslist. U gaat nu bevallen.” Die woorden hoor ik haar tot op vandaag nog zeggen.

Opnieuw kon ik enkel uitbrengen 'Ik mag nog niet bevallen, het is nog veel te vroeg'. Ik was toen 29 weken en 2 dagen zwanger. De anesthesist werd erbij gehaald en ik kreeg een epidurale verdoving.

Op 25 juli om 23u04 werd ons zoontje geboren en om 23u14 ons dochtertje. Ze werden in een plastic zak gestoken en onmiddellijk weggebracht. Ik heb onze zoon slechts in een waas gezien, helemaal overdonderd door wat er net gebeurd was.

Kort na de geboorte van onze dochter sloeg de sfeer om in paniek. Onze dochter kreeg ik niet te zien. Ik wist zelf niet goed wat er aan de hand was, maar de anesthesist werd er terug bij geroepen. Blijkbaar was ik heel veel bloed aan het verliezen en kwam de geboorte van de tweede moederkoek niet op gang. Ik kreeg een verdovingsmasker op en werd onder narcose gebracht. De placenta moest dringend manueel afgehaald worden.

Ik besefte niet wat er gebeurd was

De volgende ochtend werd ik verdwaasd wakker. Ik besefte niet wat er gebeurd was. Ik was verzwakt vanwege het grote bloedverlies. Ik kreeg mijn kindjes nog steeds niet te zien. Het duurde tot 's avonds vooraleer ik naar hen toe kon, en dan in een rolstoel, want zelf kon ik niet op mijn benen staan.

Ik voelde mij gefaald. Het enige wat ik moest doen was mijn kindjes bij mij houden , hen een goeie start geven, en dat was me niet gelukt. Ik was van bij het begin al geen goeie moeder voor hen geweest. Dat gevoel overheerste toen. Mensen wensten me proficiat, maar ik dacht 'dit verdient geen proficiat, ik heb het niet goed gedaan'. 

Daar lagen ze dan, elk in een couveuse. Ze waren zo mooi maar zagen er zo breekbaar en klein uit. Het besef dat we mama en papa geworden waren, was er absoluut niet. We hoorden dat ze beiden een goede start gemaakt hadden, dat ze slechts 6 uur beademing nodig hadden gehad. Ons dochtertje had wel een kleine hersenbloeding gehad.

Als ik er nu op terugkijk leefden we in een roes. Ik hoorde maar half wat er tegen me gezegd werd. We waren in zekere zin bang van onze kindjes, bang om iets verkeerd te doen, bang om hen met iets te besmetten, bang voor vanalles en nog wat. We voelden die eerste dagen ook geen echte band met de kindjes. Alles was zo snel gebeurd, we waren er niet op voorbereid, en plots waren we mama en papa. We hadden tijd nodig om ons het idee eigen te maken.

Na 12 dagen mochten onze wondertjes al naar Waregem overgebracht worden. Dat was een eerste kleine overwinning, want het betekende dat ze vanaf dan minder intensieve zorgen nodig hadden. In Waregem was de sfeer ook familialer en werden we meer betrokken bij de verzorging van onze baby's.  Ondertussen voelden we onszelf ook al wat zekerder in onze rol als ouders. In Waregem brachten ze nog 5 weken door. Op de termijn van 36 weken mochten we de kindjes eindelijk meenemen naar huis.

De thuiskomst was een emotioneel gebeuren. Vanaf dan zagen we onze kindjes groeien en bloeien. Die eerste weken leefden we op automatische piloot. De kindjes hadden beiden veel last van reflux en dronken moeilijk. Ik kolfde af, wat mij extra belastte. Het belangrijkste was dat ze het zeer goed bleven doen, en ze doen het nog steeds zeer goed. We hebben 2 vechtertjes waar ik zeer trots op ben.

Ik ben trots op hen en op de weg die we samen al afgelegd hebben. Ik weet nu ook wat voor onmisbare rol mijn man toen gespeeld heeft. Hij hielp bij alles, en zelfs toen hij al terug aan de slag was, stond hij mee op voor de nachtelijke voedingen. Alleen had ik het niet gekund, dat weet ik wel zeker.  

Het blijft moeilijk voor mij

Voor mezelf blijft het tot op vandaag een moeilijk gegeven. Ik blijf met het gevoel zitten dat ik gefaald heb, ik blijf met een schuldgevoel achter. Inmiddels zijn de kindjes 6 maanden oud en het lijkt alsof iedereen gewoon doorgaat met het leven en ik maar blijf aanmodderen. Het voorbije jaar is in een waas aan mij voorbij gegaan. Noch van de zwangerschap, noch van de geboorte, noch van de kraamtijd heb ik kunnen genieten. De kindjes zijn een half jaar oud, en ik heb het amper gemerkt.

Ik hoor wel vaker dat het laatste trimester voor niemand een pretje is, dat er geen roze wolk bestaat enzovoort. Ik zou echter alles gegeven hebben om het allemaal te mogen meemaken, en ik had er met plezier alle bijhorende kwaaltjes bij genomen. Ik blijf steken in de verwerking van wat er gebeurd is. Ik blijf moeite hebben met het feit dat het misschien wel mijn laatste zwangerschap, mijn laatste bevalling, mijn laatste kraamperiode zal geweest zijn, en dat die dan nog zo fout gelopen zijn.

Ik ben jaloers als ik andere vrouwen met dikke buiken zie of als ik op kraambezoek moet gaan. Ik stel me vragen bij de manier waarop de artsen gehandeld hebben. Kon er echt niets meer gedaan worden? Zou de uitkomst dezelfde zijn geweest als ik na de opname van 14 juli niet meer naar huis geweest was, maar in het ziekenhuis gebleven was? Er werd letterlijk niets ondernomen, alleen maar gewacht tot de kindjes geboren werden.

Antwoorden op mijn vragen zal ik nooit krijgen. Tegelijk voel ik me schuldig over deze gevoelens omdat mijn kindjes het zo goed doen en ik als mama moet blij zijn met zo'n wondertjes.  Ik kan alleen maar hopen dat de tijd de wonden zal helen en dat ik binnenkort echt zal kunnen beginnen genieten van mijn kindjes… 

 

Meer info over vroeggeboorte kan je ook terugvinden in het boek Mijn kind is te vroeg geboren.