Miskraam, of hoe er niet altijd een positieve kant is aan zwanger zijn

  • door Gastmama

Op 11 december had ik een positieve zwangerschapstest vast. Onze vreugde kon niet op, want Lotte zou er een broertje of zusje bij krijgen. Hoe ver zou ik nu zijn? Wat zou het geslacht zijn? Wanneer was ik uitgerekend? 101 vragen flitsten door mijn hoofd. Spannend!

Eindelijk, de eerste echo… en de tweede…

Op 27 december was het zover. De allereerste echo! Vol spanning naar de gynaecoloog. En terugkomen met een teleurstellend gevoel. Ik was helemaal nog niet zo ver als ik dacht. Volgens de gynaecoloog was ik toen pas een viertal weken. We kregen een lege vruchtzak te zien. Bij Lotte was ik ook vroeg met de allereerste echo, maar ik kon de twee echo’s in de verste verte niet vergelijken met elkaar. Er was toen al iets in mij dat zei: komt dit wel goed?

Een dag later liet ik toch nog eens mijn bloed nemen om te zien of mijn hcg genoeg gestegen was. En ja hoor, gelukkig had die wel een mooie waarde. Ok, genoeg gepiekerd dus... Op naar de volgende echo, twee weken later.

Terug vol spanning naar de gynaecoloog. Oef, het vruchtje was zichtbaar en we konden een hartje zien kloppen. We waren uitgerekend voor 3 september! Helemaal gerustgesteld was ik. Alhoewel ik toch nog steeds niet echt gelijkenis zag met Lottes eerste echo’s. Maar ja, elke baby of echo is anders zeker? Het hartje klopte, en dat was het voornaamste. Ik dacht erover om een zwangerschapsdagboek te kopen... of toch niet... Zoveel getwijfel, alsof ik voelde dat het misschien nog kon foutgaan, want alles kon natuurlijk nog.

En toen ging het helemaal mis

En dan was er zondag 14 januari... Bij een toiletbezoek merkte ik wat bruinverlies op. Nu ja, het was bruin, oud bloed dus? Niets aan de hand? Ik raadpleegde een paar goede vriendinnen die op de hoogte waren van mijn zwangerschap. Wat moest ik doen? Moest ik mij ongerust maken? Ze stelden mij één voor één gerust. Ik neem niemand iets kwalijk, want ikzelf dacht ook de hele tijd ‘bruin bloed is oud bloed’.

‘s Avonds merkte ik het weer op. Toch maar even naar de materniteit bellen en info vragen. “We kunnen alleen maar afwachten,” kreeg ik te horen. Het kon een gesprongen adertje zijn, of innestelingsbloed, ... Of het kon foutlopen, maar we konden niets anders doen dan af te wachten. Ok, afwachten dus. De nacht verliep zonder probleem, en de volgende dagen ook. Gerustgesteld dacht ik dat het wel een adertje was geweest.

Tot ik de zaterdag op stap was met een vriendin. Na een toiletbezoek merkte ik het weer. We waren op stoffenshoptrip (we maken graag zelf kleertjes voor onze kids) waar we al zolang naar hadden uitgekeken. Ik wou deze dag niet verpesten, dus ik zei niets tegen haar en overtuigde mezelf dat het wel weer niets zou zijn. Het was ook echt niet veel, minimaal zelfs. En dan was het er de zondag opnieuw, en de maandag ook!

Geen goed nieuws

Die dag besloot ik toch eens naar de gynaecoloog te bellen. Ik vertelde hem alles en zei hem dat ik toch wat ongerust was. Hij liet me die avond nog op consultatie komen. Meteen had ik een slecht gevoel. Onderweg voelde ik dat het niet goed zat, en in de wachtzaal werd dat gevoel erger en erger. Ik kon het met geen woorden beschrijven, maar ik bereidde me voor op het ergste. En toen was het mijn beurt. Ik keek naar het scherm waar ik mijn vruchtje zou moeten zien. En op dat moment zakte de grond onder mijn voeten weg. Ik moest geen gynaecoloog zijn om te weten dat het niet goed zat. Hij zei nog niets, hij keek en keek of zocht en zocht. Maar ik zag niets meer dan een vlek, en geen flikkerend lichtje dat de hartslag had moeten zijn. En toen sprak hij de woorden uit: “Ik heb geen goed nieuws voor jou.” Ik wist het. Geen woorden kunnen beschrijven wat er toen in mij omging.

Enkel tranen die met bakken over mijn wangen rolden. Waarom ik? Had ik iets fout gedaan? Verdienden we dit kindje niet? En Lotte? Ze wist nu al waar de baby zat! Ze wees elke keer naar mijn buik. En nu was alles weg als sneeuw voor de zon. Dag roze wolk… Onze mooie zeepbel was keihard doorprikt… Een slag in mijn/ons gezicht.

Ik kleedde me aan en ging aan het bureau van de gynaecoloog zitten. En nu? We konden wachten, maar volgens de grootte van het vruchtje was het al een week gestorven. De kans dat het vanzelf nog zou weggaan was klein. Tweede optie: curettage. Slik… Moest ik nu echt een ingreep ondergaan? In mijn hoofd kwamen miskramen altijd vanzelf, en kwam er verder niets aan te pas. Naïef van mij, maar ik kende ook niemand in mijn omgeving die dat had meegemaakt.

Woensdag 24 januari was het zover. Ik moest naar het daghospitaal voor een curettage. Zo bang, verdrietig en ook boos. Want waarom ik? Ik moest er vrede mee nemen dat de natuur er anders over beslist had. De gedachte om in slaap te gaan met nog een vruchtje in mijn buik en wakker te worden zonder, vond ik zo eng. Maar ik moest me vermannen, ik moest erdoor.

Hoe moest het nu verder?

Na de ingreep werd ik wakker... en toen pas kon de verwerking voor mij beginnen. Verbazingwekkend lukte dat vrij goed. Want het moest! Lotte is er ook nog. Ik heb al een gezond kindje en daar moet ik mezelf aan optrekken. We mogen de moed niet opgeven. De eerste week na de curettage was nog vrij hevig, vooral lichamelijk dan. De eerste dagen verloor ik weinig bloed. Ik dacht nog ‘klopt dit wel?’, maar op dag 4 na de curettage werd dat meer en meer. Je kan het wat vergelijken met het bloedverlies na een bevalling. Was dat wel normaal? Want uiteindelijk was ik niet echt bevallen? Ik belde de materniteit, want ik raakte in paniek. Gelukkig kreeg ik mijn eigen gynaecoloog aan de lijn. Die stelde mij toch weer gerust en liet mij 3(!) anticonceptiepillen nemen. Daarna moest ik afwachten, en als ik me slechter voelde moest ik terug naar spoed!

Ik gaf het een uur de tijd, maar het stopte of verminderde nog niet echt, dus toch maar terug naar spoed… Ik was zo bang dat ik nog eens een curettage zou moeten ondergaan omdat misschien niet alles weggenomen was de eerste keer. Na een inwendig onderzoek was gelukkig alles oké en kreeg ik de bevestiging dat ik me verder geen zorgen moest maken. Ik kreeg iets voorgeschreven voor als het bloeden weer erger werd, en kreeg de raad de strip van mijn pil uit te nemen. Zo gezegd zo gedaan. Na de pil terug op controle was de boodschap. En ook dan zag alles er terug goed uit.

De toekomst…

Ooit worden we een gezin van 4, daar ben ik zeker van. Ik denk er tot vandaag nog elke dag aan terug. Het heeft toch wel een serieuze impact gehad op mezelf en mijn partner. Het is ook iets dat we nooit zullen vergeten: hoe klein dat kindje ook nog was, het heeft geleefd! Elk jaar zal ik erbij stilstaan. Die datum vergeet je nooit. Net als 3 september, de dag of periode waarop hij of zij geboren zou worden. Je denkt eraan terug met een lach en een traan. Ergens ben je blij dat de natuur ervoor zorgt dat het iets afbreekt dat niet goed was… Maar anderzijds ben je zo boos en verdrietig. Maar toch, we kijken nu samen voluit naar de toekomst. Met de bijkomende angst. Want die zal er vanaf nu altijd inzitten, tot de dag dat ik beval van ons volgende kindje en dat ik weet dat alles goed is.

 

Meer over het verlies van een kind tijdens de zwangerschap kan je terugvinden in het boek Als je je kindje verliest in de zwangerschap