Mocht je het lef hebben om mij aan te spreken …

  • door Gastmama

Waarom vraag je me niet hoe het met me gaat? Durf je niet? Heb je schrik van mijn antwoord en dat je niet zou weten hoe te reageren? Is dat de reden? Of vrees je dat ik zou beginnen te wenen en je je dan ongemakkelijk voelt? Waarom vraag je me niet hoe ik de dagen doorkom? Interesseert het je niet? Of denk je dat alles alweer z’n gewone gangetje gaat? Of wil je dat gewoon zelf heel graag geloven? Waarom benader je me niet? Voel je een soort schuldgevoel omdat jouw zwangerschap wel vlot ging, omdat jij wel een kindje rondlopen hebt? Is dat het? Of is het niets van dit alles en is voor jou echt alles al verleden tijd?

Mocht je het lef hebben om mij aan te spreken,

dan zou ik je vertellen over de PIJN en het GEMIS. Ik zou je vertellen dat mijn toekomstbeeld in duizenden stukjes uiteen gespat is. Dat ik mijn zwangere buik mis. Dat ik blijf tellen hoeveel weken ver ik zou zijn. Dat ik het moeilijk vind om mezelf in de spiegel te zien.

Ik zou je vertellen over hoe EENZAAM ik me voel, ondanks de berichtjes  ‘je bent niet alleen’. Ik zou je vertellen over de vele keren dat ik dacht ‘Komaan, moet dit nu echt?’. Over die keer dat ik op de lift stond te wachten, naast een mama met haar baby. Over diezelfde keer dat, wanneer de lift open ging, ik er niet bij kon omdat een mama met buggy alle plaats innam. Over die keer dat ik naar de psycholoog ging en er wel tien zwangere vrouwen passeerden. Over die keer dat ik ergens toekwam en naast mij iemand onmiddellijk borstvoeding begon te geven. Over die keer dat ik buitenkwam bij de osteopaat en in de wachtzaal een mama met haar baby zat.

Ik zou je vertellen over hoe PERPLEX ik soms sta als iemand, tegen mij, klaagt over haar baby. Haar levende baby. Dat haar baby enkel borstvoeding wil. Dat haar baby om de 3 uur eten vraagt en ze daardoor niet veel kan slapen. Dat haar baby geen tut wil.

Ik zou je vertellen over de ANGST. De angst om al die liefde die ik voel voor mij te moeten houden. De angst om niet meer zwanger te raken, of om jaren te moeten wachten. De angst om nog een kindje te verliezen. Ik zou je vertellen dat ik al denk aan hoe ik dat afscheid zou organiseren, dat ik me al afvraag hoe ik hem of haar in mijn tattoo zou integreren.

Ik zou je vertellen over hoe verschrikkelijk dit is, over hoe SCHULDIG ik me hierover voel. Ik zou je vertellen over de HOOP, die er stiekem ergens is, maar die ik niet durf te tonen, want elke keer ik gelukkig durf te zijn, krijg ik de klap in mijn gezicht dubbel en dik terug.

Ik zou je vertellen over hoe STERK ik probeer te zijn, niet alleen door de confrontaties stap voor stap aan te gaan, maar ook door het verdriet in de ogen te kijken. Door het allemaal op me af te laten komen. Dag per dag, zonder nog maar te denken aan volgende week of volgende maand.

Ik zou je vertellen over hoe mijn MASKER afvalt wanneer ik alleen ben. Over de slapeloze nachten. Over de nachten waarin ik uren wakker lig. Dat ik uit het niets begin te wenen, niet te kalmeren ben. Terwijl ik de bedenking maak dat ik niet diegene had moeten zijn bij wie tranen over de wangen rollen, die bijna wanhopig verlangt om vastgehouden te worden. Ik zou mijn kindjes moeten vasthouden, troosten, wanneer ze plots ’s nachts zouden beginnen te wenen. Wat was ik graag wakker geworden door hun gehuil..

Mocht je het lef hebben om mij aan te spreken,

dan zou je misschien inderdaad even schrikken van mijn antwoord. Zou je je misschien inderdaad even ongemakkelijk voelen. Maar ik hoop uit het diepste van mijn hart dat je beseft dat het ongemak dat jij dan voelt, de pijn die dan bij je aankomt, maar tijdelijk is. Dat ik er mee op sta en ga slapen. Nu, volgende week, volgende maand, volgend jaar.

Mocht je het lef hebben om mij aan te spreken,

dan zou ik je niet alleen vertellen over de pijn, het gemis, de eenzaamheid, de kwaadheid, de angst, het schuldgevoel, het gebrek aan hoop,…

Nee, ik zou je ook vertellen over het WARME GEVOEL vanbinnen. Over die keer dat ik, na een helse nacht en een worsteling met mezelf om op te staan, na het douchen plots een hartje in schuim op de douchemuur zag. Over die keer dat ik aan hun grafje zat en twee bijtjes van het ene bloemetje naar het andere dartelden. En dat ze, bij de laatste zin van het liedje, bij de zin ‘Afscheid nemen bestaat niet’, plots wegvlogen.

Over die keer aan het grafje dat mijn vriend zei ‘Saluutjes jongens’ en de klokken plots luidden. Over die keer dat ik ‘luchtballon’ opzocht op Google en Julia en Dean, twee sterrenvriendjes, verschenen. Over die ene zonnestraal, dat ene vlindertje of briesje, die betoverende hemel, die mijn hart heel even verwarmden.

Ik zou je vertellen over de IMMENSE LIEFDE die ik voel. Voor het petekindje van mijn vriend, voor het pasgeboren zoontje van een vriendin. Over hoe groot het verlangen is om hen vast te houden, te knuffelen en te kussen, elke dag opnieuw. Over hoe ik geloof dat Ilano en Otis over hen waken. Voor altijd.

Mocht je het lef hebben om mij aan te spreken,

dan zou je merken hoezeer ik dit apprecieer. Maar zolang dit niet gebeurt, schrijf ik het wel gewoon neer …

Ellen De Pauw, 16/10/2018

Ilano en Otis

Foto ‘Boven de Wolken’