Momlife: als mama de autosleutel niet meer vindt...

Mensen vroegen haar of dat ging, zij zo alleen met twee kleine kindjes. Ja! Riep ze dan enthousiast. Het gaat! Echt waar. Heel goed zelfs! Maar op een dag werd ze overmoedig. Die dag, dat is vandaag.

De dag waarop ze overmoedig werd

Er was eens een Mama. Samen met haar Fotograaf had ze twee mooie, lieve en gelukkige kindjes: Klein Mannetje en baby-Prinsesje. Af en toe ging haar Fotograaf naar Het Buitenland. De eerste keer, toen alleen nog maar Klein Mannetje er was, vond Mama dat moeilijk. Maar alles went, en al snel kon ze alles aan.

Toen Prinsesje kwam, ging haar Fotograaf nog steeds af en toe naar Het Buitenland. Maar dat was niet erg, echt niet. Alles ging goed, echt wel. Werken – kindjes klaarmaken en gelukkig houden – koken – wassen – boodschappen doen – het huis proper houden. Ze kon het allemaal helemaal alleen. Piece of cake. 

Of ja, met een piepklein beetje hulp van haar poetsvrouw, haar vrienden en haar familie, dan toch, misschien.

Mensen vroegen haar of dat ging, zij zo alleen met twee kleine kindjes. Ja! Riep ze dan enthousiast. Het gaat! Echt waar. Heel goed zelfs! Maar op een dag werd ze overmoedig.

Die dag, dat is vandaag.

6.30 - 7.50 uur

Half zeven. Klein Mannetje is wakker. Hij is vrolijk. ‘Meneertje nee’ is er niet, vandaag. Mama is opgelucht. Samen maken ze zich klaar. Daarna maken ze Prinsesje wakker, die lacht en kwispelt als een hondje als ze Mama en Klein Mannetje naast haar bed ziet verschijnen. Met zijn drieën gaan ze naar beneden.

Het is twintig na zeven. Tijd zat. Een vreugdesprongetje. Ze waant zich Supermama. Alles onder controle. Prinsesje en Kleine Mannetje krijgen een boterham met kaas. Klein Mannetje helpt Mama een flesje melk te geven aan Prinsesje.

Het is tien voor acht. En dan gebeurt het. Ze staan klaar om te vertrekken, alledrie even vrolijk. Alledrie hebben ze hun schoenen en jas aan. Ze kan het bijna niet geloven. Ze is op tijd. Te mooi om waar te zijn. Te mooi om waar te zijn? Eerst moet Prinsesje nog in de maxicosi. De maxicosi. Waar is de maxicosi? Ze zoekt overal, ze vindt hem niet. Nergens! Niet in de gang, niet in de living, niet in de kelder, niet in de slaapkamers. Hoe kan ze nu die maxicosi kwijt zijn?!

 

7.55 - 8.20 uur

Vijf voor acht. Oké, geen paniek. Prinsesje kan wel in de autostoel, Klein Mannetje kan wel even in de gewone autozetel. Het is niet ver. Het is maar voor één keer.

En dan. Ze zoekt haar autosleutel. Waar is haar autosleutel? Ze zoekt in alle broekzakken. Ze vindt het tutje waar ze eeuwen geleden naar zocht. Ze zoekt in alle jaszakken. Alle handtassen. Ze vindt een verloren gewaande drinkbus.

Acht uur. Ze zoekt in de wasmachine, de droogkast, de kleerkast. Een net-niet-beschimmelde papfles. Eenzame sokken. De ijskast! Helaas. Geen autosleutel. Nergens. Ze verliest haar geduld. Inwendig, want ze voelt de hete adem van haar kinderen in haar nek.

Waar. Is. De. AUTOSLEUTEL?

Geen autosleutel te vinden.

Kwart na acht. Nog steeds geen autosleutel te vinden.

Prinsesje begint te huilen.

Klein Mannetje zoekt mee. 'Hier, mama! Ikke gevonden!' Maar het zijn de fietssleutels.

Twintig na acht. Waar is de autosleutel? Oké, geen paniek. Ze kan de kinderen te voet wegbrengen. Die autosleutel zoekt ze het beste straks, zonder kinderen. Ze wil Prinsesje in de buggy zetten. Maar waar is de buggy? Geen tijd om te zoeken. De draagzak, Prinsesje kan in de draagzak. En Kleine Mannetje in zijn peuterbuggy, dat gaat sneller. Waarom krijgt ze die buggy nu niet open?! Ze smijt de dichtgevouwen buggy weg. Gewoon te voet, dan maar. Ze graait in haar handtas naar haar huissleutel. Niets.

Waar is die huissleutel nu?

8.30 - ...

Half negen. Nergens, nergens vindt ze haar huissleutel. Nergens! Intussen kan ze niet meer helder denken. Ze belt in paniek haar collega. Rustig blijven, verzoekt die haar. De klok tikt. In gedachten hoort ze de schoolbel. Ze denkt aan haar deadlines op het werk. Ze probeert vrolijk te blijven en bijt op haar lip om niet te vloeken, niet terwijl Klein Mannetje en Prinsesje bij haar zijn. Ze zoekt overal. In alle schoenen, tussen het speelgoed. Haar handtas, voor de honderdste keer. In de keukenkasten. Bij de koekjes. In het rugzakje van Klein Mannetje… Daar is hij. Ze zucht. De huissleutel. Natuurlijk! Een uur eerder had ze die daar zélf in gestoken. Voor Oma, die Klein Mannetje van school zou halen.

Tien voor negen. Klein Mannetje is veilig op school.

Vijf na negen. Prinsesje is veilig in de crèche.

Half tien. Ze is terug thuis. Een half uur eerder had ze op haar werk moeten zijn, veertig minuten rijden. Ze belt haar baas. Die het wel grappig vindt. En haar thuis laat werken. Oef. Ze haalt opgelucht adem. Langzaamaan ebt haar deadlinestress weg.

En de autosleutel? Die vindt ze in de buggy. De enige plaats op aarde waar ze niet gezocht had. De maxicosi? Die is nog steeds spoorloos. In haar auto heeft ze wel nog niet gekeken.

Alles onder controle. 

(Hoeveel tijd zou een mens gemiddeld spenderen aan het zoeken naar sleutels? Als zij al die uren nu eens zou mogen inhalen met slaap. Ze zou waarschijnlijk uitgeruster zijn dan Doornroosje. En misschien net daarom nooit meer vergeten waar haar sleutels liggen...)