4044fi.jpg

Ochtendmisselijkheid aka 24-uur-per-dag-misselijkheid

6/11/2018

Als ik het heuglijke nieuws verneem dat één van mijn vriendinnen of collega's zwanger is, dan is mijn eerste reactie meestal "arm schaap". Versta me niet verkeerd, natuurlijk vind ik het fantastisch dat er een klein wondertje op komst is. Maar de herineringen aan mijn eigen zwangerschappen zijn allesbehalve rooskleurig...

Meestal, op een uitzondering na, is hun reactie op mijn daaropvolgende medelevende vraag ‘En, hoe voel je je?’ (inclusief meelijdende blik) - ‘Super! Helemaal geen last van misselijkheid,’ of iets ongeloofwaardigs in die aard. Waarop ik me dan afvraag of ze effectief wel zwanger zijn.

Eigen zwangerschap als referentiemateriaal

Het probleem is dat ik mijn eigen zwangerschappen als referentiemateriaal beschouw, terwijl ze doorgaans niet helemaal representatief blijken te zijn voor de rest van de zwangere bevolking. Ik was namelijk wél misselijk tijdens mijn twee zwangerschappen. Heel misselijk. Nochtans begon het telkens zeer hoopgevend. Mijn intuïtie had me echter enigszins mentaal voorbereid op een mogelijk iets minder frisse en montere versie van mezelf tijdens de zwangerschap. Ik word namelijk sowieso ‒ ook in niet-zwangere toestand ‒ vrij snel misselijk (wagen- en zeeziekte, misselijk zijn van iets verkeerds te eten,… elke reden is goed). Bovendien had mijn mama destijds ook behoorlijk veel last van misselijkheid en dat blijkt vaak deels genetisch bepaald te zijn. Ik had dus al een donkerbruin vermoeden dat ik er niet aan zou ontsnappen. Maar goed, de eerste pakweg zes weken van mijn zwangerschappen voelde ik me telkens nog kiplekker: ‘Zwanger zijn is easy peasy! Waar klagen al die zwangere vrouwen eigenlijk over?’ Ik maakte de cruciale fout er dan maar van uit te gaan dat het sprookje 40 weken lang zou blijven duren. Tijdens mijn tweede zwangerschap wist ik wel beter.

De roze wolk doorprikt

Rond mijn zevende zwangerschapsweek kwam het gelukzalige, onwetende gevoel abrupt tot een einde. Daar blijkt trouwens een wetenschappelijke verklaring voor te bestaan. Rond de zevende week is er een piek van HCG (een hormoon dat wordt geproduceerd door de placenta tijdens de zwangerschap) waar te nemen in het bloed van zwangere vrouwen. Dit sympathieke hormoontje zorgt bij sommige toekomstige mama’s voor misselijkheid.  Ook ik werd op een ochtend plots toch wel erg misselijk en moest voor de eerste keer noodgedwongen boven het toilet gaan hangen. ‘Tja, dit zal er wel bij horen’, dacht ik in het begin nog. Ergens vond ik het toen zelfs een fijne bevestiging van mijn zwangerschap: ‘Hé dit is echt, want ik moet overgeven!’

Van ochtendmisselijkheid...

Initieel was de term ‘ochtendmisselijkheid’ ook nog enigszins van toepassing. Ik moest er vooral voor zorgen dat ik ’s  ochtends het bed niet verliet vooraleer wat te knabbelen op een droge, liefst zo smakeloos mogelijke cracker. Er viel altijd wel wat voedsel te rapen op mijn nachtkastje. Zo niet, dan was de eerste tussenstop na het opstaan sowieso het toilet. Of de lavabo, of het bad, of eender welke andere recipiënt binnen handbereik. Gezien de snelheid waarmee de misselijkheid kwam opzetten, was kieskeurigheid immers niet aan de orde. Los van die cruciale ochtendfasen voelde ik me die week eigenlijk best nog wel oké.

... naar 24-uur-per-dag-misselijkheid

Binnen het tijdsbestek van één week evolueerde het begrip ‘ochtendmisselijkheid’ echter al naar ‘24-uur-per-dag-misselijkheid’. Het hele gamma van misselijkheid passeerde dagelijks vlotjes de revue: van een licht gevoel van ongemak, over oprispingen, kokhalzen tot overgeven in alle kleuren van de regenboog.

Uiteindelijk kwam er alleen nog maar gal naar boven en tot slot zelfs helemaal niks meer. Maar het kokhalzen bleef toch vrolijk doorgaan. Mijn excuses voor mijn onsmakelijke taalgebruik, maar zo was het dus. Een pijnlijke keel en spierpijn waren de gevolgen.

Zakjeee!

Mijn lichaam voelde aan alsof ik dagelijks zware work-outs in de fitness afwerkte, met de focus op mijn buikspieren. Emmertjes en plastic zakjes waren bovendien overal in huis aanwezig (en in mijn handtas, jaszakken, auto,…). Ze moesten namelijk te allen tijde in een fractie van een seconde tevoorschijn getoverd kunnen worden, want zo snel kon het gaan.

‘Ruik ik nu look? Shit, dat is look. Emmertjeeeeee!’, ‘Oei, mijn slokje water lijkt me te misvallen. Zakjeeeee!’ Ik sta anders niet meteen bekend voor mijn meest verfijnde reukzin, maar tijdens mijn zwangerschap detecteerde ik honderd miljoen keer beter luchtjes. En dan nog liefst eerst die geurtjes die ik helemaal niet kon verdragen: look! - ajuin! - eieren! - parfum!

Tegen week 8 lag ik ganse dagen totaal lusteloos en uitgeteld neer in de sofa. Televisiekijken was geen optie, want bewegende beelden maakten me zo mogelijk nog misselijker. Bovendien leken op bijna elke tv-zender elk uur van de dag kookprogramma’s aan de gang. ‘Oei, ving ik zonet een glimp van een gebakken eitje op? Emmer!’ Even naar het toilet gaan of douchen vormde ook al een enorme onderneming, laat staan dat ik me nog in staat achtte om me te verplaatsen naar het werk om daar ook nog iets te gaan presteren.

mama met handen rond zwangere buik

Het zijn de hormonen, mevrouw

Dan maar naar de huisdokter. Mijn eerste afspraak bij de gynaecoloog stond immers pas op 10 weken gepland. Ik dacht nog bij mezelf: ‘Stel ik me eigenlijk niet aan? Alle zwangere vrouwen zijn toch wat misselijk?’

De dokter drukte het sympathiek uit: ‘U ziet er inderdaad wel wat getrokken uit.’ (Lees: lijkbleek met een groenige ondertoon en donkere wallen onder de ogen). ‘Het zijn de hormonen, mevrouw. Probeer meerdere lichte maaltijden per dag te nemen, in plaats van 3 zwaardere maaltijden.’ Are you kidding me? ‘Maaltijden’, van het woord alleen al ga ik over mijn nek! Als ik het me goed herinner, moest ik op dat moment ook effectief in allerijl een kotszakje uit mijn handtas bovenhalen. Ik mocht al blij zijn als ik een slokje water kon binnenhouden. 

Op mijn doktersbriefje stond hyperemesis gravidarum ofte extreme zwangerschapsmisselijkheid te lezen. ‘Als u er de komende dagen niet in slaagt om vocht binnen te houden, zullen we u toch moeten laten opnemen in het ziekenhuis en aan een infuus moeten leggen.’ Say what?! Dat vond ik toch wat extreem klinken, al zou ik als zwangere vrouw aan een infuus in een rijtje met koninklijk gezelschap gestaan hebben, want zelfs Kate Middleton ontsnapte er niet aan. ‘Probeer eens sportdrankjes zoals Aquarius, mevrouw,’ gaf de dokter mij tot slot als advies mee.

Aquarius, please!

Ik stuurde manlief meteen naar de winkel met als missie: Aquarius inslaan in alle kleuren van de regenboog. Want hé, wie weet was er wel een variant van het drankje waartegen mijn maag en hormonen (you bastards!) geen torenhoog bezwaar tegen zouden hebben. Testen die handel. Sinaasappel? - Nope!, Blue berry? - Emmeeeeeer!, Citroen dan maar? - Hmmmm, we seem to have a winnerhere! Tijdens de daaropvolgende weken werd Aquarius lemon mijn trouwste bondgenoot. En, eerlijk is eerlijk, vanaf week 15 ging het stilaan weer veel beter. Eigenlijk mag ik dus helemaal niet klagen, want er zijn vrouwen die zich gedurende de volledige zwangerschap ellendig voelen. Het ging helaas ook niet helemaal voorbij, integendeel. Ik kreeg tijdens de laatste weken zelfs opnieuw opflakkeringen van zware misselijkheid. Het werd wel draaglijk. Oh ja, tijdens de bevalling werd ik trouwens ook nog eens misselijk van de pijn en ‒ jawel hoor ‒ moest ik opnieuw overgeven.

Hoe vettiger, hoe prettiger

Maar goed, vanaf die vijftiende week ging het zoveel beter dat ik terug zin kreeg om te eten. Bij voorkeur zo vettig mogelijk. Denk: frieten, chips, hamburgers,… Ach ja, dat had ik wel verdiend, vond ik. Zeker nadat ik tijdens de eerste consultatie bij de gynaecoloog (in de autorit daarheen werd er uiteraard ook overgegeven) gewogen werd en hij mij vroeg: ‘Hoeveel woog u voor uw zwangerschap mevrouw?’ - ‘Euhm, een zestal kilogram meer dan nu.’ Mijn buik was tijdens week 10 van mijn zwangerschap platter dan ooit tevoren (en erna, trouwens, ironie oh ironie!).  Ik was dus zes kilogram afgevallen, om dan geleidelijk aan weer bij te komen en tenslotte te eindigen met een mooie ronde buik.  

Moeder natuur

Kindjes één en twee hebben gelukkig zelf nooit last van de misselijkheid ondervonden. Ze kwamen niks tekort daar vanbinnen. Mijn tweede kindje was zelfs een fors kereltje van 4,2 kilogram. Moeder natuur zorgt er immers voor dat alle voedingsstoffen die mama opneemt en haar reserves eerst naar de baby gaan. Die kan dan vrolijk verder groeien, zonder zich zorgen te maken over de ‘buikspier work-outs’.

Dus, niet-misselijke zwangere vrouwen in mijn omgeving: focus vooral niet op mijn initiële meelijdende blik bij de aankondiging van je zwangerschap. Ik gun je de niet-misselijkheid van harte! En voor de misselijke zwangere vrouwen heb ik twee woorden: Aquarius Lemon. Of misschien een andere variant, in jouw geval. Een beetje reclame verdienen ze wel, wat mij betreft. :)

 

Gastmama B.