Oefeningen om het zelfvertrouwen van je kind te verhogen

Soms hebben kinderen een laag zelfbeeld, zijn ze niet weerbaar genoeg, zijn ze verlegen, onzeker, piekeren ze of maken ze moeilijk vrienden. Een positief ontwikkelend zelfbeeld is een essentieel onderdeel van de groei van een kind. Die evolutie – die een handje geholpen kan worden door training – gebeurt niet in een rechte lijn, maar gaat gepaard met pieken en dalen, met vallen en opstaan.

Gedrag én attitude

Zelfvertrouwen hebben is voor een kind dan ook meer dan een vaardigheid (in gedrag), het vergt ook een attitude (in het hoofd): het gaat over de overtuiging dat het oké is om er te zijn, zichzelf te durven laten zien en in zichzelf te geloven. De oefeningen die je kan doen met kinderen hebben dan ook te maken met een van die twee cruciale elementen van zelfvertrouwen.

Je kunt kinderen leren hoe zich te gedragen in bepaalde situaties (bijvoorbeeld oogcontact maken, instappen in een spel, rekening houden met de ander), maar het is net zo belangrijk om aandacht te hebben voor de training van de mindset van het kind. Louter inzetten op slechts één element zal niet het gewenste resultaat opleveren. Pas als beide elementen hand in hand gaan, groeit het zelfvertrouwen en het welbevinden van je kind.

It takes a village

Een oude Afrikaanse uitdrukking zegt: ‘It takes a village to raise a child’, er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden. Daarmee wordt bedoeld dat de opvoeding van kinderen geen taak is die zich beperkt tot de ouders. Het streven naar meer zelfvertrouwen is geen opdracht waar het kind alleen voor staat. Daarom is het belangrijk dat je kind weet op welke personen het in zijn omgeving een beroep kan doen. Onderstaande oefening helpt je kind daarbij.

Schrijf je naam in een grote zon. Schrijf daarna in de planeten rondom de zon alle namen van mensen die lief voor je zijn. Schrijf die mensen op die je om hulp kunt vragen als je het moeilijk hebt, maar met wie je ook gewoon een leuke babbel kunt doen of een spelletje spelen. Misschien denk je aan je mama, papa, broertje of zusje, juf of meester, grootouder of andere vriendjes?

Inzicht in eigen krachten en talenten

Ook voor een kind met minder zelfvertrouwen is het zinvol om zelf een goed zicht te krijgen op het eigen functioneren enerzijds, maar vooral ook op de eigen krachten en talenten anderzijds.

Laat je kind een dier tekenen waarmee het zichzelf identificeert in een situatie waarin het zelfvertrouwen lager is (‘Welk dier ben jij als je op school niet mag meespelen?’). Laat je kind een dier tekenen waarmee het zichzelf liever zou willen vereenzelvigen. Stel nadien extra vragen om meer op te schuiven in de richting van de gewenste situatie (‘Hoe kun je meer een olifant zijn als je de volgende keer niet mag deelnemen aan een spel? Wat zou die olifant dan doen?’). Het maakt niet uit welk beeld je kind kiest.

Concrete doelen

Schrijf concrete doelen op maat van het kind uit op basis van de stand van zaken die je eerder opmaakte en betrek het kind daarbij. Zo’n planmatige aanpak helpt niet alleen om het overzicht te behouden, het vergroot ook de motivatie bij het kind en bijgevolg ook de kans dat de doelen die je uitstippelt ook daadwerkelijk bereikt zullen worden.

Een doelstelling waarvoor het kind uit zichzelf (intrinsiek) gemotiveerd is, doet het steeds beter dan een doel dat wordt opgelegd. Niet alle kinderen zijn even talig, gebruik daarom een taal die kinderen uitnodigt om in beelden te antwoorden.

Als jij kon toveren, wat zou er dan anders gaan? Hoe zou een dag er dan uitzien op school, thuis… ? Waaraan zou je mama merken dat er iets anders is? Wat zouden de andere kinderen op de speelplaats zien aan jou?

Gevoelens een plaatsje geven

Het kanaliseren van de gevoelens van je kind is belangrijk. Wat mag zijn, vindt rust. Als gevoelens bij kinderen geen plaats krijgen, stapelen ze zich op.

Zoek in tijdschriften eens naar afbeeldingen van mensen die bepaalde gevoelens uitdrukken. Plak de afbeeldingen op een groot blad papier of karton en maak een emotiecollage.

Laat de foto’s als ouder aanleiding zijn tot gesprek. Pas je vragen aan de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind aan. Waarom zou die persoon zich zo voelen, denk je? Herken je dat gevoel ook bij jezelf? Wat doe je dan? Wat of wie kan je dan helpen als je je zo voelt?

Meer lezen?

Voor een meer uitgebreide beschrijving van het thema zelfvertrouwen bij kinderen verwijs ik je graag door naar mijn boek Opvoeden tot zelfvertrouwen. Dat toegankelijke boek geeft je met een theoretische achtergrond de tools in handen om samen met je kind te bouwen aan meer zelfvertrouwen, veerkracht en een gezonde assertiviteit. Stap voor stap leer je dankzij concrete tips en oefeningen je kind op te komen voor zichzelf, met respect voor de grenzen van anderen.

Voor meer oefeningen verwijs ik door naar het verhaal ‘Pjotter zegt altijd ja’ dat in oktober in de boekhandel ligt.