Opvoeden zonder straffen

Straffen: voor veel ouders lijkt het gewoon bij de opvoeding van een kind te horen. Dat is ook niet zo verwonderlijk: in de eigen kindertijd herinneren we ons wel vaker momenten waarop de meester of juf, of onze ouders ons met een straf probeerden tot ander gedrag aan te sporen. In de opvoeding wordt veel aandacht besteed aan de korte termijn: gedragscontrole.

Ouders zitten soms met de handen in het haar, door kinderen die niet altijd (en gelukkig maar) binnen de lijntjes kleuren in hun gedrag. Gedragsmatig aan de slag gaan met kinderen via conditioneringstechnieken (straffen en belonen als impuls om een kind te leren of een bepaalde gedraging gewenst of ongewenst is) is ingebakken in de manier waarop we opvoeden.

Korte termijn

Er is an sich niets mis met het delen van je enthousiasme om een kind te bewegen naar méér van het gedrag waarop je reageert. Maar het moet dus verder gaan dan dat het kind leert om iets te doen of te laten omdat er een positieve of negatieve prikkel op volgt, zoals de Engelse hondengedragstherapeut Haffenden die ouders in een nieuw controversieel TV-programma (Train Your Baby Like a Dog) aanraadt om in de opvoeding van kinderen technieken toe te passen die ook bij het africhten van honden worden gebruikt.

Kinderen vanuit een autoriteit of macht meteen een effect laten ondervinden van hun handelen door hen straf op te leggen is een techniek die gericht is op de korte termijn (‘je doet nu wat ik zeg'). Het klopt dan ook zeker wel dat je kinderen kan trainen. Maar in the long run krijg je kinderen en volwassenen die alleen maar hebben geleerd dat ze moeten volgen omdat ze hiervoor extrinsiek gemotiveerd worden. Kinderen voelen zich vaak onbegrepen of worden angstig, omdat ze handelen uit schrik voor een sanctie van de ouder als ‘autoriteit’.

Kinderen dreigen dan ook afhankelijk te worden van de prikkel die wordt toegediend. Zodra die stimulans dan wegvalt, hervalt het kind in oude gedragingen. Het kind heeft op dat moment intrinsiek en moreel maar weinig bijgeleerd. Hoe kunnen deze kinderen ontdekken op welke manier ze richting willen geven aan hun leven? Waar is hun vermogen om zelf oplossingen te bedenken voor problemen die ze tegenkomen, om zichzelf te sturen? Spoiler: die vaardigheid is er niet want ze kreeg door de conditioneringstechnieken maar weinig kans om te ontpoppen.

Opvoeding mag niet alleen maar gericht zijn op (gedrags)controle op de korte termijn. Zo worden kinderen herleid tot hun gedrag, terwijl ze zoveel meer zijn. Bijvoorbeeld, doordat kinderen nog volop in ontwikkeling zijn, hebben ze vaker problemen met het controleren van hun gevoelens en gaan ze vaker heftig of op andere manieren reageren. Kinderen die het moeilijk vinden zichzelf verbaal uit te drukken, zoeken een andere manier, een uitweg en gaan dan bijvoorbeeld met hun lichaamstaal of in (ongewenst) gedrag laten zien wat ze voelen. Voorbijgaan aan die emoties (door deze kinderen te herleiden tot hun gedrag en hen daarvoor sanctioneert) kan als gevolg hebben dat het kind zich onbegrepen voelt, zich (nog meer) afsluit en in de toekomst zijn gevoelens niet meer met je zal delen. Gevoelens accepteren betekent niet dat je elk gedrag zomaar moet tolereren.

Kinderen moeten ook leren om hun gevoelens te uiten maar dan wel op een aanvaardbare manier (‘Ik zie dat je boos bent op je broer, maar ik wil niet dat je hem slaat. Hoe kan je aan je broer duidelijk maken dat je boos op hem bent?').

Positievere aanpak

Onderzoek suggereert trouwens dat kinderen veel beter geholpen zijn met een positievere aanpak. Daarom is het fijn om veel ouders te zien die ruimte laten voor de autonomie en zelfsturing van het kind, die autoriteit krijgen zonder te regeren als een dictator, die praten met en luisteren naar kinderen, die geloven in de kracht van ervaringen, die nabij zijn en in verbinding staan met hun kind.

Er zijn géén pasklare oplossingen. Geen kind is hetzelfde als een ander kind en zodus heeft elk kind een ander opvoedingskader nodig. De opvoedingsstijl die het best past bij een ouder hangt dus af van de eigenheid van het kind, de eigenheid van de ouder(s), maar ook van de omgeving waarin het kind opgroeit (inclusief de gebeurtenissen die het kind meemaakt). Op zoek gaan naar de behoeftes achter een gedrag door begrip te tonen en ook vanuit je eigen behoeftes met je kind in communicatie gaan, daar zit de sleutel. Het is niet omdat je de drijfveer achter een gedrag wil begrijpen, dat je het gedrag van je kind daarmee accepteert.