Realiteit versus vaderverwachtingen

  • door Gastpapa

In het stadje waar ik woon ligt de Poelberg, een wat genereuze benaming voor een hobbelige puist in een verder lukraak bekavelde biljartvlakte. Op de top is het voormalig nonnenklooster omgebouwd tot een cafetaria. Ernaast kan je in de wat rommelige achtergelaten Mariagrot nog steeds een kaars branden voor iemand die er op zit te wachten. De Poelberg heeft drie kanten: de scenische toeristenklim, de kort-maar-krachtige-klim en de lange, kuitenbijtende klim. In de tien jaar dat ik wachtte op een kind speelden mijn vurige vaderverwachtingen zich dikwijls af op de Poelberg. Onder een shiny instagramfilter reed ik onder luide toejuichingen van omstaanders zij aan zij met mijn zoon de berg op langs de steile kant. Boven gaven we elkaar een high five en tikte zijn Fristiglas tegen mijn Westmalle.

Maar zoals zo vaak strookte mijn vaderverwachting niet met de realiteit …

Op 18 april 2018 kwamen mijn zoon en dochter letterlijk ons leven én een stoffige guesthouse in Zuid-Afrika binnengestapt. Tien jaar nadat m’n vrouw en ik tegen elkaar fluisterden of we niet aan kindjes zouden beginnen. Omdat ik onvruchtbaar ben geworden van een kankerbehandeling wisten we dat we sowieso aangewezen waren op IVF.

Mijn zwemmers zaten veilig in de vriezer. Het waren geen olympische kampioenen – eerder 20 baantjes en dan naar de cafetaria – maar ze zouden hun werk doen. Zeventien pogingen en vijf jaar later waren we terug bij af.

Realiteit versus vaderverwachtingen: een gortdroge 1-0.

We besloten om een adoptieprocedure op te starten en na een jarenlange dwaaltocht door de woestijn van de wachtenden, kregen we het telefoontje dat ons leven voorgoed veranderde. Ik werd papa van twee kindjes uit Zuid-Afrika, een zoon en een dochter van respectievelijk vijf en vier jaar oud. Meteen mocht ik mijn vaderverwachtingen opnieuw bijstellen. De babyfase zou ik sowieso missen. Wat niet altijd per se slecht nieuws was: de zindelijkheidstraining was al achter de rug. Geen klachten daaromtrent.

Wel deelden we ons leven opeens met twee wezens met een uitgesproken karakter. En dat was wennen, niet in het minst voor hen. Tijdens de zes weken die we samen als kersvers gezin in Zuid-Afrika doorbrachten, kregen we gratis en voor niks een spoedcursus vaderverwachtingen bijstellen. Met heel veel praktische voorbeelden.

Ik herinner me een middag op restaurant in Pretoria. Ik trakteerde op een ijsje wat een gigantische coupe bleek te zijn waar een halve vrachtwagen fruit was in gekieperd. Halverwege die ijsoverdosis maande ik hen aan om even te gaan spelen. Helaas had ik hierbij een rookie  inschattingsfout gemaakt. Eén ijsje was voor twee derde op, het andere slechts één derde. Maar wie had nog het meeste ijs te goed? Het eindigde in een inferno van krijsende kinderen die ik letterlijk van het terras vandaan moest slepen terwijl de lokale bevolking hoofdschuddend toekeek.

Enkele dagen later zei de gastvrouw van onze guesthouse dat ze graag limonade voor ons wou maken van haar verse citroenen. Tot bleek dat mijn zoon alle citroenen van haar fruitboom al geplukt had en vervolgens met een sierlijke boog in de vijver had gemikt.

Het was elke dag leren, hard vallen en proberen opstaan.

Maar vooral was het een les in nederigheid om de wereld door hun ogen te zien. Om vader te worden van twee ontzettend fragiele maar lieve wezens. Op een ochtend zaten we samen aan de ontbijttafel. In het midden lag een chocoladereep. Toen ik hen een stuk gaf, namen ze er zuinig een hapje van. Toen ik ze vroeg waarom ze zo voorzichtig aten, was het antwoord zo eenvoudig dat het me compleet overrompelde.

Om het te sparen voor dagen waarop er geen chocolade zou zijn …

Vader worden was nooit zoals ik me het had voorgesteld.
Het is heftiger, grappiger, eigenwijzer, uitdagender, ontroerender en een triljard keer intenser dan gedacht.

Net voor we met z’n allen in die vreemde virus B-horrorfilm belandden, reed ik voor het eerste samen met mijn zoon de lange, kuitenbijtende klimkant van de Poelberg op. Het regende en er was geen kat te bespeuren. Ik was moe, had slechte benen en zat al bij de eerste meters à bloc. Mijn zoon versnelde, ging recht op de trappers staan en keek uitdagend naar zijn puffende vader. Het was een miniatuur uitgave van Lance Armstrong die in de Tour van 2001 (helaas op een winkelkar doping) Jan Ullrich uitdagend, zelfs wat spottend, in de ogen keek en meteen diens loopbaan beëindigde. Maar misschien is dat wel de enige juiste vaderverwachting die je ooit kan hebben. Dat je eerder vroeg dan laat gedoemd ben om uit het wiel te worden gefietst. En dat dit niet erg is omdat je kind de grootste cols in zijn leven alleen moet overwinnen.

Puffend en met bloedrode kop bereikte ik de kop. Ik kon nog net een vloek bedwingen toen ik zag dat de cafetaria dicht bleek te zijn. Weg Westmalle.

Mijn zoon glimlachte breed. Nog eens papa?

Het volgend jaar gezin

Leander Verdievel
Auteur ‘Het volgend-jaar-gezin