SOS stressincontinentie

Kersverse mama’s hebben al eens last van (licht) urineverlies. Lastig, maar zeker niet onoverkomelijk. Kinesist Lieselot Van Oost legt uit wat je er aan kan doen.

Wat is stressincontinentie?

Na de bevalling hebben mama’s vaak last van urineverlies wanneer de blaas en bekkenbodem extra druk te verduren krijgen, bijvoorbeeld bij hoesten, niezen, springen, lopen, ...  Hoe komt dit? Enerzijds door de toenemende druk op de bekkenbodem door de groei van het kindje, anderzijds door de enorme rekking van de bekkenbodem bij een vaginale bevalling (met de eventuele scheur of knip). Al treedt urineverlies niet enkel op bij natuurlijk bevallen mama’s.

Stressincontinentie komt ook niet altijd voor net na de bevalling. Het kan evenzeer later optreden, bijvoorbeeld rond de menopauze. Vandaar dat het belangrijk is om deze spieren regelmatig te trainen (en zeker wanneer je pas bevallen bent).

What to do?

Als je last hebt van urineverlies, zal je arts je waarschijnlijk doorverwijzen naar een bekkenbodemtherapeut. In eerste instantie zal er een gesprek plaatsvinden om de problematiek helemaal in kaart te brengen. Je krijgt ook inzicht in de werking van de bekkenbodem en daarna volgt een onderzoek waarbij de kracht, uithouding en uitputbaarheid van de bekkenbodemspier wordt getest (via een inwendig onderzoek zoals bij de gynaecoloog).

Later volgen oefeningen met behulp van een vaginale sonde om de spieren opnieuw in een goede conditie te krijgen. Maar zoals bij alle trainingen is het belangrijk om ook thuis regelmatig te oefenen.

Waarop letten als je thuis oefent?

Om te weten welke spier je nu eigenlijk moet trainen, kan je een simpel trucje toepassen: wanneer je naar het toilet gaat, probeer je je plas nog 10 tellen op te houden of je onderbreekt je plas (let op, dit is de oefening nog niet :-)).

Ziezo, spier gelocaliseerd. Eens je ze gevonden hebt, span je ze 5 tellen op en je laat ze vervolgens weer 5 tellen los. Dit herhaal je minstens 30 keer per dag (daarom niet aan één stuk).

Je kan ook proberen de focus vooraan (alsof je je plas ophoudt) of achteraan (alsof je een windje tegenhoudt) op de spier te leggen. Of tracht ze 'in verschillende sterktes' vast te houden (bijvoorbeeld licht opspannen, meer opspannen, stevig opspannen). Zorg er wel altijd voor dat je de spier goed ontspant (vaak moeilijker) na het opspannen. 

Volstaan bekkenbodemoefeningen?

Is er geen of slechts in lichte mate sprake van een prolaps (blaas- of baarmoederverzakking), dan volstaan bekkenbodemoefeningen meestal wel. Wanneer het urineverlies na bekkenbodemkine echter aanhoudt, zal er bij prolaps meestal een opnaaiing plaatsvinden. Maar ook dan blijft het belangrijk om de bekkenbodemspier goed te trainen.